Hoogte tegemoetkoming NOW

Lagere loonsom

De bedoeling van de NOW-regeling is dat de loonsom in de periode waarover u de tegemoetkoming ontvangt zoveel mogelijk gelijk blijft. Is uw loonsom toch lager geworden? Dan kan de definitieve tegemoetkoming ook lager uitvallen. Het maakt daarbij niet uit wat de reden is van de lagere loonsom en of u als werkgever die lagere loonsom had kunnen voorkomen. Een van uw werknemers kan bijvoorbeeld met pensioen zijn gegaan, of ontslag hebben genomen vanwege een andere baan. In beide gevallen valt de definitieve tegemoetkoming waarschijnlijk lager uit dan u had verwacht. Hoe dat kan, leggen we uit in de video hieronder.

In de rekenvoorbeelden hieronder ziet u welke gevolgen een lagere loonsom kan hebben voor de definitieve hoogte van de tegemoetkoming.

U kunt deze voorbeelden narekenen met de rekenhulp Simulatie NOW.

Rekenvoorbeeld 1: als uw loonsom lager is geworden en uw omzetpercentage gelijk is gebleven Rekenvoorbeeld 2: als uw loonsom en uw omzetpercentage gelijk zijn gebleven

In januari 2020 had u 10 werknemers in dienst. Uw totale loonsom was € 20.000 (10x € 2.000).

Toen u NOW aanvroeg, verwachtte u een omzetverlies van 30%.

Uw tegemoetkoming wordt berekend op basis van een formule:
a = het percentage omzetverlies
b = loonsom januari 2020
3 = de periode van 3 maanden
1,3 = de verhoging van de loonsom met 30% voor extra werkgeverskosten
0,9 = de tegemoetkoming van 90%

In een formule ziet het er zo uit:
a x b x 3 x 1,3 x 0,9
0,3 x € 20.000 x 3 x 1,3 x 0,9 = € 21.060

U ontving een voorschot van 80% van dat bedrag, dat is € 16.848.

Maar vlak na uw NOW-aanvraag zijn 3 van uw 10 werknemers uit dienst gegaan: 1 werknemer ging met pensioen en 2 vonden ander werk.

Hierdoor is uw loonsom in maart, april en mei 2020 (de NOW-periode) lager dan in januari, namelijk € 14.000 per maand (een verschil van 3x € 2.000).

Omdat de loonsom in maart, april en mei lager is dan 3 x de loonsom van januari verlagen wij de tegemoetkoming.

Die verlaging gaat als volgt:

  • Loonsom januari € 20.000 x 3 = € 60.000
  • Feitelijke loonsom over de 3 maanden: 3 x € 14.000 = € 42.000
  • Verschil tussen € 60.000 en € 42.000 is € 18.000
  • Deze € 18.000 wordt verhoogd met 30% voor extra werkgeverskosten en daarna vermenigvuldigd met 90% (de maximale tegemoetkoming). Dat is € 21.060.
  • Met dat bedrag moet de tegemoetkoming worden verlaagd.

In een formule ziet het er zo uit:
(b x 3 – c) x 1,3 x 0,9
b = loonsom januari 2020
c = loonsom maart, april en mei 2020
(€ 20.000 x 3 - € 42.000) x 1,3 x 0,9 = € 21.060
Met dit bedrag wordt de tegemoetkoming verlaagd.

Uw definitieve tegemoetkoming is dan: € 21.060 - € 21.060 = € 0

Dit betekent dat u het voorschotbedrag van € 16.848 moet terugbetalen.

In januari 2020 had u 7 werknemers in dienst. Uw totale loonsom was € 14.000 (7x € 2.000).

Toen u NOW aanvroeg, verwachtte u een omzetverlies van 30%.

Uw tegemoetkoming wordt berekend op basis van een formule:
a = het percentage omzetverlies
b = loonsom januari 2020
3 = de periode van 3 maanden
1,3 = de verhoging van de loonsom met 30% voor extra werkgeverskosten
0,9 = de tegemoetkoming van 90%

In een formule ziet het er zo uit:
a x b x 3 x 1,3 x 0,9
0,3 x € 14.000 x 3 x 1,3 x 0,9 = € 14.742

U ontving een voorschot van 80% van dat bedrag, dat is € 11.794.







In de periode waarover u NOW ontving zijn al uw werknemers in dienst gebleven. Uw loonsom in maart, april en mei 2020 is dus gelijk aan de loonsom in januari, € 14.000.


Op basis hiervan wordt uw tegemoetkoming definitief berekend op € 14.742.


U heeft al een voorschot van € 11.794 ontvangen.


U heeft dus nog recht op een nabetaling van € 2.948.