Voorwaarden voor de compensatie transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging

Voor het aanvragen van compensatie voor de transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging gelden een aantal voorwaarden:

  • Voor in ieder geval één werknemer heeft UWV toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst op te zeggen door (voorgenomen) bedrijfsbeëindiging. Als UWV hiervoor geen toestemming heeft gegeven, moet de kantonrechter de arbeidsovereenkomst hebben ontbonden.
  • De arbeidsovereenkomst is beëindigd, omdat de arbeidsplaats is verdwenen door het beëindigen van de onderneming door pensioen, ziekte of overlijden van de werkgever.
    • Bij pensioen geldt dat de werkgever de AOW-leeftijd heeft bereikt. Of dat de werkgever die binnen 6 maanden bereikt nadat hij het verzoek heeft gedaan om de arbeidsovereenkomst op te mogen zeggen.
    • Bij ziekte geldt dat de werkgever door ziekte niet door kan of kon gaan met zijn werk binnen 26 weken nadat een bedrijfsarts hierover heeft geadviseerd.
      Let op: de datum waarop u de aanvraag voor compensatie van de transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging door ziekte kunt doen, is nog niet bekend.
    • Bij overlijden geldt dat de erfgenamen of medewerkgevers binnen 12 maanden na overlijden van de werkgever een verzoek moeten hebben gedaan om toestemming voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst.
  • Het bedrijf had gemiddeld niet meer dan 24 werknemers in dienst in het jaar vóór de ontslagvergunning.
  • De bruto transitievergoeding is helemaal betaald op of na 1 januari 2021.
    De transitievergoeding is een bruto bedrag, berekend met onder andere het bruto salaris. Heeft de werkgever alleen de netto vergoeding aan de werknemer betaald, zonder een afdracht aan de Belastingdienst? Dan is dit een gedeeltelijke betaling en wijzen wij de aanvraag voor compensatie af.
  • De transitievergoeding is betaald binnen 9 maanden na de bij de eerste voorwaarde genoemde datum van de ontslagvergunning of de datum waarop de kantonrechter de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden.