Wat zijn – nu het formatieproces zo goed als afgerond is – voor experts de heetste hangijzers op het gebied van de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en de inrichting van de verzorgingsstaat? Welk dringend advies hebben zij voor het aanstaande kabinet? In deze serie vragen we het aan meerdere hoogleraren.
‘Communiceer zo helder mogelijk over de keuzes die je maakt. Vanuit de politiek worden grote, dure beloften gedaan waarvoor geld moet worden vrijgemaakt. Vanzelfsprekend moet dat geld ergens vandaan komen, en dat betekent dat er elders bezuinigd moet worden. Mijn oproep is dus: onderken dat iedere investering ten koste gaat van iets anders. En communiceer daar over.’
Waar je dat geld dan wel weghaalt, daar wil Groeneveld niet zo veel over kwijt, dat is een politieke keuze. ‘Partijen denken daar verschillend over: de één bezuinigt op zorg, de ander op sociale zekerheid. Het kan allemaal, als ze maar goed nadenken over de implicaties van die keuzes, en als het verhaal dat ze daarover naar buiten brengen maar klopt.’ Als politici transparant zijn over hoe ze de geldstromen verleggen, stuiten ze waarschijnlijk op weerstand. Maar, zegt Groeneveld, ‘op termijn gaat eerlijkheid bijdragen aan het vertrouwen, omdat de burger een meer realistische verwachting krijgt.’
De kloof tussen de verwachtingen van de burger en de mogelijkheden van de overheid om aan deze verwachtingen te voldoen groeit, ziet Groeneveld. Dat is een gevolg van de onrealistische verwachtingen die de overheid schept. ‘Sinds de jaren negentig is er veel aandacht geweest voor het efficiënter maken van overheidsorganisaties. Toen zijn we burgers ook gaan benaderen als klant, een bedrijfsmatig idee.’
Als overheid communiceer je dan feitelijk naar burgers dat die iets van jou kunnen verlangen, zelfs recht hebben op een persoonlijke behandeling. ‘Zeker in de nasleep van de schandalen die de afgelopen jaren aan het licht kwamen heeft de overheid de verwachtingen flink opgeschroefd. Geen zorgen, was de boodschap, wij zetten het recht en het mag niet meer voorkomen. Het probleem is dat de overheid zulke beloften helemaal niet kan inlossen. Iedere vorm van bedrijfsvoering heeft zijn nadelen, en fouten zullen altijd gemaakt worden.’
Maatwerk is een prachtig beleidsadagium, zegt Groeneveld. ‘Maar het suggereert dat elke individuele burger op maat geholpen moet en kan worden. Je kunt je afvragen of de overheid daar wel voor bedoeld is. In ieder geval vraagt het enorm veel, en dat in een tijd waarin de overheid onder grote financiële druk staat. Je wéét dat de burger teleurgesteld gaat worden als de retoriek van rechtmatigheid en responsiviteit doorzet, terwijl je tegelijkertijd gaat bezuinigen.’
Toch is dat wat continu gebeurt, zegt Groeneveld. Vooral op rechts wordt veel geroepen dat het overheidsapparaat enorm is en er bezuinigd moet worden op ambtenaren. Dat klinkt daadkrachtig, maar is om twee redenen problematisch. Allereerst dus omdat dat indruist tegen de beloften die politici doen. Wanneer burgers torenhoge verwachtingen hebben, maar de instanties waarmee zij contact zoeken door personeelstekort niet thuis geven, worden burgers onvermijdelijk teleurgesteld. ‘Daarmee wordt het vertrouwen dat zij hebben in de overheid alleen maar lager.’
‘De tweede reden is dat er veel meer geld gaat naar de uitvoering van beleid – dus bijvoorbeeld de investeringen die worden gedaan in het onderwijs, wetenschap en onderzoek – dan naar het ambtenarenapparaat dat deze uitvoering regelt. Met andere woorden: je kunt wel ambtenaren schrappen, maar daarmee ga je bij lange na niet genoeg bezuinigen om bijvoorbeeld een investering in Defensie te kunnen bekostigen.’
‘Zoals gezegd heeft iedere vorm van bedrijfsvoering zijn tekortkomingen. Daardoor zie je altijd tegenbewegingen ontstaan. Ben je efficiënter, dan ben je minder responsief. Maar richt je je vervolgens meer op responsiviteit, dan boet je weer in aan efficiëntie. Die twee waarden staan nu eenmaal op gespannen voet met elkaar. Het zou goed zijn als burgers én overheid zich daar bewust van zijn. Schroef de verwachtingen terug en heb een goed debat over wat we van de overheid mogen verlangen en wat niet.’
Daarnaast kan er een hoop verbeterd worden in de manier waarop de overheid probeert om problemen op te lossen en fouten te herstellen, aldus Groeneveld. ‘We kunnen de problemen die in de uitvoering spelen níet van bovenaf oplossen. Met hoeveel goede wil politici ook moties indienen, vaak is het micromanagement en een opeenstapeling van ingewikkelde regels, en ontstaan er daardoor zelfs nieuwe problemen.’ Begin altijd onderop, zegt ze daarom. ‘In de uitvoering, waar de professionals en burgers zitten die tegen deze problemen aanlopen. Want zij weten het beste wat die problemen zijn en hoe je die kunt oplossen.’
Zo’n bottom-up benadering vraagt om een cultuurverandering. ‘Als je wil dat de ervaringen uit de samenleving en de uitvoering een prominentere plek krijgen in de politieke besluitvorming, moet je die informatie ophalen. Dat is een grote uitdaging, een organisatievraagstuk. Ik zie al goede pogingen, bijvoorbeeld bij de Sociale Verzekeringsbank en bij UWV. Ook politici zitten regelmatig aan tafel met uitvoerders om te horen wat er speelt. Maar dit zou nog beter ingebed kunnen worden, in de hele lijn tussen politiek, beleid en uitvoering, én binnen de betrokken organisaties.’
‘Eigenlijk is mijn belangrijkste motie: géén moties meer. Ik denk namelijk dat we niet zozeer meer beleid nodig hebben. Nieuw beleid leidt vaak tot meer wetten en regelgeving, en daardoor tot een cumulatie van problemen. Je kunt publieke dienstverleners beter de ruimte geven om zélf met voorstellen te komen over hoe ze hun werk beter kunnen doen, in het licht van de taak waar ze voor staan.’
Lees ook het interview met hoogleraar Ton Wilthagen en het interview met hoogleraar Jos Akkermans dat eerder verscheen in deze serie.