Die vraag legden we voor aan arbeidsmarktadviseur Lambrecht van Eekelen (UWV), die sinds 2023 aan de prognoses werkt. ‘Het is boeiend om te onderzoeken wat macro-economisch nieuws uit de media in de praktijk betekent voor werkzoekenden, werkgevers en het beleid van de overheid’, vertelt hij. ‘En sinds ik dit doe is het continu turbulent geweest: van een krappe arbeidsmarkt na corona, naar handelstarieven, en nu deze oorlogssituatie.’

Die turbulentie zit ook achter de keuze voor een bandbreedte. ‘We wilden ons baseren op het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB) uit het voorjaar. Deze berekeningen over de Nederlandse economie waren net klaar voor publicatie, toen de oorlog in Irak en Libanon uitbrak. Het oorspronkelijke scenario was opeens erg optimistisch voor de situatie waarin we terechtkwamen.’ Om geloofwaardig en relevant te blijven, zet UWV daarom 2 denkbare scenario’s naast elkaar.

Beide scenario's zijn even waarschijnlijk, benadrukt Van Eekelen. ‘Gaat de Straat van Hormuz morgen weer open en herstelt de olieproductie snel, dan herstelt de arbeidsmarkt zich. Blijft de olie lang duur, dan laat ook het herstel langer op zich wachten.’ Belangrijk: ook in het scenario met hoge energieprijzen daalt het aantal banen niet, maar staat de banengroei vrijwel stil tot en met 2027 zolang de energieprijzen hoog blijven. Daarna verwacht UWV herstel naar de langetermijntrend, met in 2028 een groei van ruim 100.000 banen — tegenover 200.000 in het optimistische scenario.

De prognose kent 2 belangrijke stappen. Onderzoeksbureau SEOR (verbonden aan de Erasmus Universiteit) berekent eerst hoe economische factoren — zoals groei, inflatie, import en export — het aantal banen per sector beïnvloeden. Dat levert de landelijke prognose. Die landelijke banen worden vervolgens verdeeld over de 35 arbeidsmarktregio’s. Dat doet vervolgens Bureau Louter, gespecialiseerd in ruimtelijke economie: het kijkt welke bedrijvigheid het grootste is in welke regio, verklaringen daarvoor en prognoses hoe deze verdeling van de sectoren over de regio's zich zullen ontwikkelen. Zo slaat een groeiende zorgvraag vooral neer in vergrijsde gebieden, terwijl bedrijven die veel ruimte nodig hebben eerder uitwijken naar regio’s met goedkopere grond dan naar de dure, dichtbevolkte steden.

De energieprijzen werken direct en indirect door. Direct geraakt worden energie-intensieve sectoren als de industrie en het transport: hogere kosten, minder vraag, minder banen. Indirect stuwen duurdere energie de prijzen op in supermarkt en bakkerij, waardoor de inflatie stijgt en mensen aankopen uitstellen. Dat raakt bijvoorbeeld de horeca — een strandtenthouder die minder gasten ontvangt, heeft ook minder uitzend- en vakantiekrachten nodig.

Tegelijk zijn er sectoren die hoe dan ook groeien. ‘Door de vergrijzing stijgt het aantal 80-plussers en daarmee de zorgvraag. Zorg en welzijn groeit in een rechte lijn; de energiecrisis doet daar niets aan af’, aldus Van Eekelen. Ook ICT en de specialistische zakelijke diensten — consultancy, accountancy, juridisch advies — blijven groeien. Dat AI daar het werk van junioren zou wegnemen, nuanceert hij: ‘AI neemt taken over, maar het werk verándert vooral. De behoefte aan instroom van jong personeel dat ervaring moet opdoen valt niet weg, het vergt andere vaardigheden.’

In het scenario van dalende energieprijzen hangen de regionale verschillen samen met bevolkingsontwikkeling: veel banengroei in de Randstad en Zuidoost-Brabant, waar ook veel afgestudeerden naartoe trekken. Toch kan in krimpregio’s de beroepsbevolking zo sterk dalen dat de baankansen er relatief beter zijn dan in groeisteden. ‘Je moet dus breder kijken dan alleen naar banengroei.’ In het scenario van de dure energie wordt de banengroei in gelijke mate verlaagd over de verschillende regio’s in het land, mede doordat detailhandel en horeca overal aanwezig zijn.

Of de werkelijkheid nou dichter bij het ene of het andere scenario ligt, 1 oproep blijft overeind: blijf wendbaar en blijf je scholen. ‘Dat is altijd belangrijk, maar we zien constant nieuwe onzekerheden — nu de energiecrisis, vorig jaar de handelstarieven — boven op structurele veranderingen als vergrijzing en de opkomst van AI’, zegt Van Eekelen. Juist daarom kijkt UWV verder dan de cijfers: het duidt wat er op de arbeidsmarkt gebeurt en wijst werkgevers en werkzoekenden op de kansen. Als je op zoek bent naar werk of personeel of vragen hebt over opleidingsmogelijkheden kun je terecht bij het Werkcentrum (een regionaal samenwerkingsverband van onder andere UWV, gemeenten, bedrijfsleven en onderwijs).

En dat is precies waarom de bandbreedte er dit jaar toe doet, besluit Van Eekelen: niet om onzekerheid weg te poetsen, maar om mensen en organisaties te helpen zich voor te bereiden op de toekomst. ‘De arbeidsmarkt blijft veranderen. Werkenden en werkzoekenden moeten de tijd en het geld hebben om bij te blijven bij veranderingen — en zo duurzaam aan het werk te komen en blijven.’

Wil je meer weten? Lees dan onderstaande publicatie