Die terugval hangt samen met geopolitieke spanningen en aanhoudend hoge energieprijzen. Daardoor neemt het aantal banen in sectoren als vervoer, industrie en de uitzendbranche af. Tegelijkertijd zorgen structurele ontwikkelingen zoals de opkomst van AI en de vergrijzing voor verschuivingen; er ontstaan meer banen in onder meer de zorg en ICT, terwijl het aantal banen in bijvoorbeeld de bankensector afneemt.

Raad van Bestuur-lid van UWV Judith Duveen ziet ook dat door de onvoorspelbaarheid van internationale ontwikkelingen werkgevers voorzichtiger zijn bij het aannemen van personeel en het doen van investeringen. ‘Juist in deze periode is het van groot belang dat zowel overheid als werkgevers blijven investeren in om- en bijscholing. Iedereen moet mee kunnen doen. Gemiddeld geven werkgevers aan dat bijna de helft van de vacatures moeilijk in te vullen is.  Alleen door mensen de kans te geven zich te blijven ontwikkelen, kunnen werkgevers, werkenden en werkzoekenden wendbaar en toekomstbestendig blijven.’

Ook voor werknemers en werkzoekenden is het essentieel om zich te blijven ontwikkelen. Kennis en vaardigheden verouderen steeds sneller. Wie blijft leren en meebewegen met veranderingen, vergroot zijn kansen en blijft aantrekkelijk voor werkgevers.

Mensen die hulp zoeken bij het vinden van werk of scholing, kunnen in het hele land terecht bij het Werkcentrum. Het Werkcentrum is hét centrale punt voor iedereen met vragen over werk, scholing, loopbaan en medewerkers. Ook werkgevers kunnen er terecht voor hulp bij het vinden van personeel en met vragen over regelingen en subsidies. Kijk op werkcentrum.nl voor meer informatie. 

Tussen regio’s zijn verschillen te zien in de baanontwikkeling. De regio’s die ongeacht hoge energieprijzen al banenkrimp laten zien zijn Noord-Limburg, Zuid-Limburg en de Achterhoek. Voor de regio’s Midden-Limburg, Zeeland en Drenthe slaat bij aanhoudend hoge energieprijzen de verwachte lichte banengroei om in lichte krimp. Noord- en Zuid-Limburg hebben bij aanhoudend hoge energieprijzen zelfs een banenkrimp tussen 1% en 2%. De sterkste banengroei blijft – ook in dit scenario – in de verstedelijkte regio’s rond Amsterdam en Eindhoven. Regionale bevolkingsgroei of -krimp is een belangrijke verklaring voor deze verschillen. Ook de sectorstructuur en variabelen als regionale marktgroei, ligging, dichtheid en opleidingsniveau spelen een rol in de regionale verschillen in banenontwikkeling.