U vraagt een onderzoek bij ons aan als u een concrete aanwijzing of een redelijk vermoeden heeft dat een cliënt inkomen of vermogen in het buitenland heeft. Een concrete aanwijzing is bijvoorbeeld een melding dat een cliënt in het buitenland woont, werkt of onroerend goed heeft. Van een redelijk vermoeden is bijvoorbeeld sprake als uit bankafschriften blijkt dat een cliënt maandelijks inkomsten ontvangt vanuit het buitenland. Dit redelijk vermoeden is van groot belang als u verwacht op basis van de uitkomsten van het onderzoek beslissingen te nemen die gevolgen hebben voor de uitkering.
Zonder een concrete aanwijzing of een redelijk vermoeden dat een cliënt inkomen of vermogen in het buitenland heeft, kunt u geen onderzoek bij ons aanvragen. Een onderzoek moet altijd proportioneel zijn en voldoen aan het uitgangspunt van subsidiariteit. Dit betekent dat u een zorgvuldige afweging moet maken tussen de belangen van de samenleving en van de betrokkene. Ook moet u per geval beoordelen of een onderzoek via IBF het meest passende middel is.
Twijfelt u nog of u een onderzoek moet aanvragen? Maak dan gebruik van de keuzehulp.