U maakt gebruik van een oude browser. Update uw browser om optimaal gebruik te maken van uwv.nl.

Weer meer werkenden

geplaatst op 16 november 2017

Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen 3 maanden met gemiddeld 15.000 per maand toegenomen, meldt het CBS. In oktober hadden in deze leeftijdsgroep ruim 8,6 miljoen mensen betaald werk. Bijna 4,3 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Onder hen waren 404.000 mensen die aangaven recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor ook direct beschikbaar te zijn. Gemiddeld nam hun aantal in de laatste 3 maanden af met 11.000 per maand.

De rest van deze groep niet-werkenden, bijna 3,9 miljoen, bestond uit mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Hun aantal is met gemiddeld 3.000 per maand toegenomen. UWV registreerde een verdere daling van het aantal WW-uitkeringen naar 343.000 in oktober. 

Werkloosheidsindicator (ILO) daalt naar 4,5 procent

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In oktober waren er 404.000 werklozen, oftewel 4,5 procent van de beroepsbevolking. Vorige maand was het werkloosheidspercentage nog 4,7.

Het werkloosheidscijfer omvat niet iedereen zonder werk die wil werken. Mensen die wel willen werken, maar om wat voor reden dan ook recent niet gezocht hebben, en/of niet direct beschikbaar waren, vallen buiten de werkloosheidsdefinitie van de ILO. Ook mensen die in deeltijd werken en die meer uren willen werken vallen hier buiten. Het CBS beschrijft deze groepen op kwartaalbasis. Ook over het aantal arbeidsuren van mensen met betaald werk publiceert het CBS kwartaalcijfers. Bij het maandcijfer over mensen met betaald werk (de werkzame beroepsbevolking) worden alle werkenden meegeteld, ongeacht het aantal uren dat zij werken.

UWV: aantal WW-uitkeringen daalt verder

Het aantal lopende WW-uitkeringen nam in oktober 2017 met bijna 8.000 af. Daarmee kwam het aantal WW-uitkeringen eind oktober uit op 343.000. Dat aantal is sinds december 2012 niet meer zo laag geweest. Het aantal WW-uitkeringen daalde in oktober vooral onder mensen met bouwberoepen en pedagogische beroepen. Alleen bij de agrarische beroepen zijn er in oktober 7,8 procent meer WW-uitkeringen dan in september. Bij de veranderingen ten opzichte van de vorige maand speelt de invloed van het seizoen een rol: er is minder werk voor agrarische beroepen en juist meer voor pedagogische beroepen.

Ten opzichte van een jaar geleden, oktober 2016, is het aantal WW-uitkeringen met 18,2 procent afgenomen. De daling ten opzichte van vorig jaar is vooral groot in de bouwnijverheid (-41,9 procent) en bij de uitzendbedrijven (-28,5 procent).

Jeugdwerkloosheid lager dan voor de crisis

Met een werkloosheidspercentage van 4,5 is het verschil met het niveau voor de crisis verkleind naar minder dan 1 procentpunt. Precies 9 jaar geleden, eind 2008, bereikte de werkloosheid een laagste punt met 3,6 procent van de beroepsbevolking. De jeugdwerkloosheid is nu voor het eerst wel lager dan voor de crisis. In oktober was het werkloosheidspercentage onder jongeren 7,9. Vlak voor begin van de crisis was 8,4 procent het laagste niveau.

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame en werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (ILO-definitie). Hiermee wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen volgens de ILO-indicator worden hiertoe nog andere groepen gerekend. De grootte en samenstelling van deze groepen wordt alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat hieronder volgt is daarom gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (derde kwartaal 2017). De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid volgens de ILO-definitie.

8,6 miljoen werkenden in derde kwartaal

In het derde kwartaal hadden van de 12,9 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar ruim 8,6 miljoen betaald werk en waren er gemiddeld 408 duizend werkloos (ILO-werkloosheidsindicator; niet-seizoen gecorrigeerd). Daarvan waren er 153.000 die 12 maanden of langer op zoek zijn naar werk. Bijna 2 op de 3 waren 45 jaar of ouder. Alle werkenden en werklozen samen vormen de beroepsbevolking.

Het andere deel, ruim 3,8 miljoen, behoorde niet tot de beroepsbevolking. Het grootste deel hiervan wil of kan niet werken (3,2 miljoen), bijvoorbeeld vanwege opleiding, zorg, ziekte of hoge leeftijd. Daarnaast waren er in het derde kwartaal 210.000 mensen die wél willen werken, maar niet recent op zoek én niet direct beschikbaar zijn. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om mensen die een opleiding of studie volgen. Verder zijn er mensen die óf recent hebben gezocht (162.000) óf direct beschikbaar zijn voor werk (263.000). 

Deeltijdwerkers

Niet alleen onder mensen zonder werk is er onbenut arbeidspotentieel. Onder de 4,2 miljoen mensen die in deeltijd werken, waren er in het derde kwartaal ook nog 445.000 die meer uren willen werken en daarvoor ook direct beschikbaar zijn.

Toelichting

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.

Heeft u gevonden wat u zocht? Ja Nee, terug naar zoekresultaten

sluiten