Reactie UWV m.b.t. KASSA over sociaal-medische beoordelingen ME/CVS

geplaatst op 19 september 2020

De manier waarop UWV sociaal-medische beoordelingen van cliënten met ME/CVS uitvoert, is in lijn met de aanbevelingen van de Gezondheidsraad. ME/CVS wordt erkend als een ziekte. Dat betekent dat een cliënt, die met de door een arts gestelde diagnose ME/CVS op het spreekuur komt conform wet -en regelgeving wordt beoordeeld door een verzekeringsarts.

De Gezondheidsraad geeft duidelijk aan dat Cognitieve Gedragstherapie (CGT) en Graded Exercise Therapie (GET) bij ME/CVS niet zijn te beschouwen als naar algemeen medische maatstaven adequate behandelingen waartoe patiënten verplicht kunnen worden. De keuze om af te zien van CGT of GET wordt conform het advies van de Gezondheidsraad door verzekeringsartsen dan ook niet gezien als niet-adequaat herstelgedrag en heeft geen invloed op de beoordeling.

Klachten van cliënten met ME/CVS worden serieus genomen en ME/CVS wordt niet op een andere wijze beoordeeld dan andere ziekten. Zoals bij iedere aandoening variëren aard en ernst van de klachten per individu: de een kan er mee doorwerken, de ander niet. Een individuele beoordeling doet recht aan deze verschillen in mogelijkheden tot functioneren.

De verzekeringsartsen van UWV voeren hun werk uit binnen het wettelijke stelsel, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De wet stelt dat het verlies aan inkomen bepalend is voor de mate van arbeidsongeschiktheid, en niet de gezondheidsklachten. Centraal staat daarom de vraag wat iemand nog kan met de ziekte die hij heeft. We hanteren daarbij voor iedereen dezelfde maatstaf.

De sociaal-medische beoordelingen worden zorgvuldig en professioneel uitgevoerd door goed opgeleide verzekeringsartsen. Niettemin maakt het rapport ‘Ervaringen van ME-patiënten’ duidelijk er verbeteringen mogelijk zijn, bijvoorbeeld daar waar het gaat om de uitleg van de uitkomst van een beoordeling. Bij het in ontvangst nemen van dat rapport heeft UWV aangegeven de knelpunten en aanbevelingen serieus te nemen. Daarover is ook steeds goed overleg met de patiëntenorganisaties.

UWV heeft geadviseerd om de bestaande multidisciplinaire richtlijn CVS (ZONMW programma) uit 2013 te herzien met medenemen van het Advies van de Gezondheidsraad. UWV heeft daarin echter zelf geen rol. Het opstellen van een richtlijn is aan het Zorginstituut in samenwerking met beroepsverenigingen als NVVG en NVAB. UWV onderschrijft de oproep tot meer wetenschappelijk onderzoek naar ME/CVS en is bereid om daaraan bij te dragen.

In lijn hiermee gaat UWV uitvoering geven aan de motie Ramakers, waardoor de ME/CVS-patiënten bij wie de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsuitkering is afgewezen vanwege het niet volgen van CGT en/of GET een herbeoordeling kunnen laten doen. UWV werkt hiervoor nauw samen met de patiëntenvereniging, met name daar waar het gaat om de communicatie met de betreffende groep. Dit overleg heeft mede door corona enige vertraging opgelopen, maar is in de eindfase. Zodra meer bekend is, zal zowel UWV als de patiëntenvereniging de betreffende groep informeren over de mogelijkheden voor herbeoordeling.

UWV kan, in verband met privacy, niet inhoudelijk reageren op individuele sociaal-medische beoordelingen, die worden uitgevoerd door goed opgeleide en professionele verzekeringsartsen. UWV beseft dat beslissingen van zijn medewerkers grote impact kunnen hebben op het leven van mensen en realiseert zich dat niet iedereen het met een beslissing eens is. Daarom is er ook een zorgvuldige bezwaar- en beroepsprocedure. Wie het niet eens is met een sociaal-medische beoordeling kan in bezwaar en wordt dan opnieuw onafhankelijk beoordeeld door een andere verzekeringsarts. Dat kan leiden tot een bevestiging van de eerste beoordeling, maar leidt in sommige gevallen ook tot een herziening.


Heeft u gevonden wat u zocht? Ja Nee, terug naar zoekresultaten

sluiten