U maakt gebruik van een oude browser. Update uw browser om optimaal gebruik te maken van uwv.nl.

Reactie op kritiek Inspectie SZW op ontslagprocedure UWV

geplaatst op 19 juli 2018

De Inspectie SZW heeft in een rapport kritiek geuit op de ontslagprocedure zoals die sinds 2015 door UWV wordt uitgevoerd. De Inspectie focust zich daarbij op het ontslag om bedrijfseconomische redenen. Naar zeggen zou UWV teveel luisteren naar de werkgeverskant en niet naar het verhaal van de werknemer. Zowel de minister als UWV zijn het met de conclusies van de inspectie niet eens.

Er klinkt overigens niet alleen kritiek. Positief is de Inspectie over de wijze waarop UWV de wet- en regelgeving uitvoert en op adequate wijze anticipeert op de afname van werkaanbod en de indiening van incomplete aanvragen.

Wanneer om bedrijfseconomische redenen ontslag wordt aangevraagd, moet UWV dit inhoudelijk toetsen. Voor 2015 kon een werkgever kiezen om een  voorgenomen ontslag te laten toetsen door  de kantonrechter of UWV. Vanaf de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid moeten de ontslaggronden om bedrijfseconomische redenen en wegens langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer worden voorgelegd  aan UWV. Weliswaar is er daarna nog een gang naar de rechter mogelijk, maar deze wordt nagenoeg niet benut. De overige ontslaggronden moeten direct aan de rechter worden voorgelegd.

De Inspectie is van mening dat het op twee aspecten van dat oordeel bij UWV niet goed zou gaan. Als eerste wordt er vanuit gegaan dat de door de werkgever ingediende documentatie klopt, zonder dat dit ambtshalve geverifieerd wordt door UWV en wordt de werknemer onvoldoende gehoord. Ten tweede worden werknemers niet weer in dienst genomen wanneer binnen zes maanden na ontslag er een vacature ontstaat voor dezelfde werkzaamheden. Daarmee lopen werknemers met een vast dienstverband volgens de Inspectie het risico te worden vervangen door goedkopere flexwerkers.

Reactie minister Koolmees

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Koolmees laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat er naar zijn oordeel een evenwichtige en zorgvuldige procedure van hoor- en wederhoor is ingericht door UWV. Daarbij haalt hij aan dat ook de civiele rechter volgens hetzelfde principe werkt. De minister schrijft verder aan de Kamer dat het niet de taak van UWV is om te checken of verstrekte informatie door werkgevers wel helemaal klopt (de wetgever bepaalde dat het aannemelijk maken in beginsel voldoende is). Hij is ook van mening dat de door de Inspectie gebruikte onderzoeksmethode (klantenquête onder een relatief beperkt aantal ontslagen werknemers) te wensen overliet. Volgens Koolmees kan de 'perceptie van de ontslagprocedure' van ontslagen respondenten 'afwijken van de werkelijkheid', omdat zij pas anderhalf jaar na ontslag  zijn ondervraagd. Daarbij komt dat volgens UWV ontslag een sterke emotionele lading meebrengt en antwoorden mogelijk beïnvloedt. Ook heeft de Inspectie werkgevers niet apart bevraagd voor het onderzoek.

UWV laat in een reactie weten dat het vindt op een goede manier uitvoering te geven aan de wet en stelt dat het bij twijfel over de informatie die de werkgever aanbiedt 'een extra check uitvoert'. UWV heeft de informatievoorziening aan werknemers op een aantal punten verbeterd, naar aanleiding van de bevindingen van de Inspectie. Zo wordt in de beschikking voortaan een passage gewijd aan de mogelijkheid die elke individuele medewerker heeft zich tot de rechter te wenden en zal UWV ook informatie op werk.nl aanpassen.

Heeft u gevonden wat u zocht? Ja Nee, terug naar zoekresultaten

sluiten