Verandering in ontslagregeling

De ontslagroute die een werkgever moet volgen, hangt af van de reden van ontslag. Voor een bedrijfseconomische ontslag of ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid, loopt de ontslagroute via UWV. Bij ontslag om persoonlijke redenen (bijvoorbeeld disfunctioneren van werknemer of een verstoorde arbeidsrelatie) dient de werkgever het ontslagverzoek bij de kantonrechter in.

Tegen de ontslagbeslissing van UWV is geen bezwaar of beroep bij UWV mogelijk. Werkgever en werknemer kunnen de beslissing van UWV wel door de kantonrechter laten toetsen. Tegen de beslissing van de kantonrechter is hoger beroep mogelijk.

Transitievergoeding

Een werknemer van 18 jaar of ouder die 2 jaar of langer in dienst is heeft recht op een vergoeding bij ontslag. Die vergoeding heet de ‘transitievergoeding’. De vergoeding geldt ook voor werknemers met een tijdelijk contract.

De werkgever hoeft geen transitievergoeding te betalen als de werknemer:

  • zelf ontslag neemt;
  • de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
  • ernstig verwijtbaar heeft gehandeld met ontslag als gevolg.

Bij ontslag met wederzijds goedvinden hoeft ook geen transitievergoeding te worden betaald en kunnen partijen zelf een ontslagvergoeding afspreken. Dat kan individueel, via een ‘vaststellingsovereenkomst’, via de ondernemingsraad en door de vakbond(en) in samenspraak met werkgever(s), waarbij de hoogte van de ontslagvergoeding vaak wordt vastgelegd in een sociaal plan.