In de jaren 2018 en 2019 stroomden er jaarlijks ruim 13.000 mensen per jaar vanuit de WW de bijstand in, in 2020 waren dat er een kleine 21.000, blijkt uit een recent UWV-rapport. Een forse stijging dus, niet alleen in absolute aantallen, maar ook procentueel. Van het totaal aantal mensen dat in 2019 de WW verliet, kwam 3,9% in de bijstand terecht, een jaar later was dat 5,3%. De verklaring voor de verhoogde doorstroom naar de bijstand ligt voor de hand: de coronacrisis. In het tweede kwartaal van 2020 nam het aantal WW’ers als gevolg van de crisis dramatisch toe met ruim 50.000. Na de lockdown van half maart verloren vooral flexwerkers hun baan. Toen de economie in het derde kwartaal weer langzaam op gang kwam daalde de instroom in de WW met 35% ten opzichte van het tweede kwartaal.

Erica Maurits, arbeidsmarktadviseur bij UWV: ‘De doorstroom vanuit de WW naar de bijstand hangt deels af van de conjunctuur. Door de coronacrisis waren er minder vacatures waardoor het moeilijker werd om vanuit de WW een baan te vinden. In 2015 bijvoorbeeld toen de financiële crisis nog speelde stroomde 5,8% van de WW’ers door naar de bijstand. In de jaren daarna daalde de instroom naar 3,7% in 2018.’ Naast de daling in vacatures had de hogere doorstroom vanuit de WW ook te maken met de samenstelling van de groep van wie in 2020 de WW-uitkering eindigde. Die bestond goeddeels uit jonge flexwerkers, zegt Maurits. ‘Zij waren voorheen werkzaam in sectoren die door corona het hardst werden getroffen, denk aan de horeca, detailhandel en uitzendsector. Doorgaans hadden zij kort recht op een uitkering zodat een groot deel van de flexwerkers die in 2020 hun baan verloren snel ook weer de WW uitstroomden.’

In 2020 stroomden 9800 mensen jonger dan 35 jaar vanuit de WW door naar de bijstand, een verdubbeling ten opzicht van 2019, vervolgt zij. ‘Hierbij speelt mee dat jongeren vaker alleenstaand zijn dan ouderen en meestal weinig eigen vermogen hebben opgebouwd. Daardoor komen zij eerder in aanmerking voor een bijstandsuitkering.’ In de arbeidsmarktregio’s Groot Amsterdam, Rijnmond, Groningen, Haaglanden en het Rijk van Nijmegen was de doorstroom naar de bijstand het grootst en dan vooral in de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Eerder onderzoek van UWV liet zien dat de hogere doorstroom in deze steden samenhangt met een groter aandeel alleenstaanden en lager opgeleiden en door de aanwezigheid van wijken met een lagere sociaaleconomische status. Tot slot, zegt Maurits, ‘wil ik graag benadrukken dat de arbeidsmarkt van nu een stuk rooskleuriger is dan die van vorig jaar. Dat verhoogt de kans voor bijstandsontvangers op het vinden van werk.’