1. De coronapandemie heeft ons doen inzien dat we werk anders moeten inrichten

‘Wat je nu merkt, in deze post-corona tijd, is dat mensen zichzelf veel makkelijker vrijheden gunnen in het werk. Door al het thuiswerken en hybride werken, is het volledig geaccepteerd om tussendoor eens een rondje te gaan hardlopen. Als je niet uitkomt met werk, kun je het ’s avonds of een andere keer inhalen. Werk en privé lopen meer door elkaar. Dat vind ik volkomen gezond. Een aantal jaar geleden werd het als asociaal gezien als mensen even wat anders gingen doen. Ik doe bijvoorbeeld tijdens mijn werk heel veel van die simpele kaartspelletjes. Gewoon om even uit te checken, zodat ik daarna weer verder kan. Dat doe ik tientallen keren per dag. Dat zou ik mezelf heel slecht gunnen in een kantoortuin. Ik zie de afwisseling tussen thuis- en kantoorwerk als een heel goede ontwikkeling. Op kantoor werken is natuurlijk ook pas begonnen tijdens de Industriële Revolutie. Daarvóór deden mensen het meeste werk vanuit huis. Een brood bakken of een trui breien voor anderen deed je simpelweg vanuit huis. En ja, dat was gewoon de standaard. Ik vind het mooi dat we daar weer iets naar teruggaan.’

2. Werk met maatschappelijke relevantie wint aan terrein

‘Ik zie jonge mensen om me heen die duidelijk met een bepaald thema aan de slag willen. Denk aan duurzaamheid, de energietransitie of het produceren van een ander type voedsel. Maatschappelijke relevantie draagt bij aan het geluksgevoel. De jongere generatie stemt daar meer en meer het werk op af. Dat vind ik een hele gave ontwikkeling. Zo ken ik een slimme data scientist die een goedbetaalde baan bij Schiphol heeft opgegeven voor een bedrijf dat duurzaam met elektriciteit omgaat. Dat past goed bij deze tijd.’

3. Je bent meer dan je baan

‘Zuiver gezien is werk niet noodzakelijk om geluk te ervaren. Als je voldoende ruimte en geld hebt om dingen te doen die je zelf leuk vindt, dan zou je dát moeten doen. Je moet eens aan de gemiddelde Nederlander vragen: ‘wie ben je?’ Dan krijg je vaak een antwoord terug als: ‘timmerman’ of ‘accountant’. Maar ik vind het veel belangrijker om te vertellen wat je gelukkig maakt in het leven, hoe je in relaties staat, enzovoorts. Werk en status worden te vaak aan elkaar gelinkt. Ik vind het jammer dat mensen die zonder werk zitten zich vaak buiten de maatschappij voelen staan. Er is een onderscheid tussen werklozen en mensen die niets doen. Iemand die geen betaald werk heeft, maar wel vrijwillig thuis glas in lood maakt voor anderen en het wijkkrantje verzorgt, heeft gewoon een mooie plek in de maatschappij.’

Lees het hele interview met Bas Haring in UWV Magazine(pdf, 4 MB)