UVB (voorheen: Agentschap SZW) heeft een aanzienlijk ‘track-record’ opgebouwd in het controleren van complexe en omvangrijke (subsidie)aanvragen, zegt Peter Leunge. Hij is plaatsvervangend manager NOW en stond vorige zomer, samen met onder andere business consultant Randy Eichhorn van UWV, aan de wieg van de huidige werkwijze. 

Die bestaat uit 9 stappen, waarvan UWV en UVB ieder een aantal voor haar rekening neemt. Werkgevers dienen hun aanvraag in bij UWV. Ze moeten enkele bedrijfsgegevens aanleveren, informatie op basis waarvan het omzetverliespercentage kan worden gecontroleerd en – afhankelijk van de hoogte van de subsidie – een accountantsverklaring. UWV checkt geautomatiseerd of de aanvraag compleet is.

Dan gaat deze door naar UVB, die een eerste check doet: is de informatie niet strijdig met openbare bronnen zoals de Kamer van Koophandel en komt de informatie van de werkgever overeen met die van de accountant bijvoorbeeld. Bij de overgrote meerderheid van de aanvragen is er geen reden tot nader onderzoek. 

Uit deze data-analyse komen ook aanvragen met een verhoogd risico naar voren. Leunge noemt een risicofactor: ‘Accountants, supermarkten en tuincentra hebben het druk. Een NOW-aanvraag uit die branches ligt dus niet voor de hand. Dat hoeft niet direct te betekenen dat er een fout is gemaakt of dat er sprake is van fraude, maar er is wel een verhoogd risico.’ 

In die gevallen (en een aantal willekeurige cases) doet UVB aanvullend onderzoek. De werkgever krijgt daarvan bericht en wordt op de hoogte gebracht van de resultaten. Hij kan daarop reageren en aanvullende informatie verstrekken. UVB stuurt de definitieve uitkomst terug naar zowel de werkgever als UWV. 

Eens per maand ‘draait’ bij UWV de Rekenapplicatie NOW (RAN). ‘De RAN is het hart van de NOW-berekening’, legt Eichhorn uit. In de RAN zijn onder meer de loonsommen voor de NOW-aanvragen opgeslagen en allerlei gegevens die van invloed kunnen zijn op de definitieve berekening. De uitkomst van de UVB-controle, uitgedrukt in een omzetverliespercentage, wordt daaraan toegevoegd. Op deze manier wordt 80% van de definitieve berekeningen vastgesteld, de overige 20% wordt handmatig door de UWV-afdeling Uitkeren van kantoor Eindhoven verwerkt. 

UWV communiceert de definitieve uitkomst aan de werkgever. In ongeveer 35-40% van de gevallen moet UWV de werkgever bijbetalen, in 60-65% is het andersom. Eichhorn: ‘Over het algemeen is de moraal om terug te betalen goed. Maar er zitten werkgevers bij die dat niet kunnen. We zijn daar ruimhartig in. Met alle betrokken divisies én UVB zitten we bovendien wekelijks om tafel. Dan kijken we of deze schrijnende gevallen aanleiding geven om het beleid bij te stellen.’