Eind crisis nog niet in zicht

Vorig jaar was een rampjaar voor de horeca. Met een omzetverlies van acht miljard behoorde de horeca tot de grootste verliezers van de coronacrisis. De eerste vier maanden van dit jaar waren al niet veel beter. Pas in mei gloorde er enige hoop aan de horizon toen de terrassen open mochten, gevolgd door een verdere versoepeling vanaf 26 juni (die inmiddels deels weer teruggedraaid is). ‘Het eerste half jaar is vrijwel verloren gaan. Al hopen we dat het kabinet in augustus ook de 1,5 meter maatregel schrapt, het verlies valt niet meer goed te maken’, zegt de woordvoeder van Koninklijke Horeca Nederland. ‘Horecaondernemers hebben zo’n vijf miljard euro in hun eigen bedrijven gestoken. Veel sectoren binnen de branche gaan een zware tijd tegemoet. Hotels en zalencentra doordat het zakelijk verkeer nagenoeg is stil komen te liggen en (party-) cateraars door de groepsbeperking. Het is voor een rendabele exploitatie van groot belang dat de 1,5 meter maatregel zo snel mogelijk komt te vervallen.’

Werven in een flexibele branche

Met het loslaten van de maatregelen doemt een nieuw probleem op voor de horeca: een personeelstekort. ‘Het is lastig om precies aan te geven hoe groot het tekort is, maar de zorgen bij ondernemers zijn groot,’ aldus de woordvoerder. ‘Eind juni zijn we daarom gestart met een uitgebreide arbeidsmarktcampagne waarin we mensen oproepen te komen werken in onze mooie branche. Het is niet alleen leuk werk; een baan in de horeca is ook flexibel, biedt ruimte om door te groeien en opleidingen te volgen. Voor veel jongeren telt dat zwaarder dan een vast contract. Dat geldt uiteraard niet voor vakkrachten en medewerkers die van de horeca hun vak hebben gemaakt. Die willen en krijgen meer zekerheid. Tegelijkertijd bereiden we ons voor op hoe we de komende jaren omgaan met bijvoorbeeld flexibiliteit in vaste contracten. We komen uit een heel zware tijd die nog niet voorbij is. Daarom moeten we waken voor te hoge werkgeverslasten voor een sector die tijd nodig heeft om te herstellen van de coronacrisis.’