Volgens de raming wachtte Nederland een verdubbeling van de werkloosheid, en een terugval van de economische activiteiten met 10 à 15 procent. Maar in het derde kwartaal van het corona-jaar veerde de Nederlandse economie krachtig op met een groei van 7,7%. En bleef veerkrachtig, zo bleek uit de jongste raming van juni 2021, waarin het CPB een economische groei voorziet van ruim drie procent, de werkloosheid zich beperkt tot 4,1% en de staatsschuld ruim onder de grens van 60% blijft.

‘Of we te pessimistisch zijn geweest? Onze eerste ramingen in 2020 waren gebaseerd op wat er gebeurde in eerdere crises, zoals die in 2008,’ zegt Jonneke Bolhaar, sectorhoofd Arbeid, onderwijs en pensioenen bij het CPB. ‘Maar de coronacrisis is anders dan alle eerdere crises: grilliger, onvoorspelbaarder. Vandaar ook dat we meerdere scenario’s maakten - een optimistisch en een pessimistisch – waarbij we ons baseerden op cijfers en op wat we wisten van vorige crises. Maar in de coronacrisis kon niemand langer vooruitkijken dan een paar maanden.’

Dankzij de ruime steunpakketten bleef de werkloosheid relatief laag en werd een kettingreactie van omvallende bedrijven voorkomen. Bolhaar: ‘Ook anders dan anders was dat sommige sectoren heel hard terugvielen, terwijl andere, denk aan supermarkten, het juist heel goed deden.’

Met het einde van de corona-tunnel in zicht breekt er een razend interessante periode aan, aldus Bolhaar. Het nieuwe economische steunpakket, dat op 1 juli is ingegaan en tot 1 oktober duurt, is tevens het laatste. ‘Er valt ontzettend veel te leren van deze crisis. Het steunbeleid heeft veel betekend voor de economie, we zijn heel royaal geweest, ook in internationaal perspectief. Hebben we mede daardoor niet een aantal bedrijven kunstmatig in leven gehouden? En zo ja, hoeveel dan? In welke sectoren? Het zijn kwesties die vragen om een uitgebreide evaluatie.’ Zoals ook de vraag of de steun wel breed genoeg was. Flexwerkers en zzp’ers, zegt Bolhaar, kregen minder steun. ‘Wat betekent dat op korte- en lange termijn voor deze groepen. Nu de steunmaatregelen worden afgebouwd kunnen we onderzoek gaan doen naar al deze vragen. Wat ging er goed? Wat zouden we bij een volgende crisis anders moeten doen? Voor onderzoekers breken boeiende tijden aan.’