Liesbeth van Rossum is internist, hoogleraar op het gebied van obesitas en bestuursvoorzitter van het Partnerschap Overgewicht Nederland. De coronacrisis heeft duidelijk laten zien dat je kwetsbaar bent met overgewicht: circa 80 procent van de mensen die met COVID-19 op de intensive care belanden, is te zwaar. Mensen met overgewicht lopen daarnaast meer risico op allerlei andere aandoeningen, zoals kanker, hart- en vaatziekten en diabetes. Ook worden mensen met obesitas gediscrimineerd, met extra kans op stress en depressie.

Ruim de helft van de Nederlandse volwassenen heeft overgewicht en 15 procent lijdt aan obesitas. Dat heeft diverse oorzaken, vertelt Van Rossum. ‘De samenleving is veranderd: de voedselomgeving verleidt ons om ongezond te eten, we hebben veel zittend werk en we reizen bijvoorbeeld met de auto, waardoor we te weinig bewegen. Daarnaast kunnen sociale en biologische factoren, medische oorzaken en aanleg meespelen.’ 

Ze vergelijkt het verschijnsel overgewicht met een badkuip en een stromende kraan. Die kraan moet dicht, zodat er niet nog meer mensen overgewicht ontwikkelen. Daar is preventie voor nodig: de omgeving zo inrichten dat mensen onbewust geleid worden naar gezonder eten en meer bewegen, en daarnaast sociale problemen aanpakken.

Maatregelen

Gezond eten moet meer gestimuleerd worden, bijvoorbeeld door gezond voedsel goedkoper te maken en ongezonde producten duurder. De overheid kan hiervoor maatregelen nemen, onder meer met een ‘suikertaks’. Werkgevers kunnen meedoen door bijvoorbeeld fruit op het werk aan te bieden en gezond eten in de kantine. Mensen moeten geprikkeld worden om meer te bewegen, vaker de fiets te nemen, een halte eerder uit te stappen, de trap te nemen in plaats van de lift. 

Als de kraan dankzij de preventie dicht is, is het bad nog vol. Mensen die al obesitas hebben, worden niet vanzelf lichter. Bovendien spelen bij obesitas tal van mechanismen die het gewicht steeds weer terug brengen naar het hogere gewicht. Deze mensen hebben veelal hulp nodig om hun leefstijl langdurig te veranderen. De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is de eerste stap in de huidige obesitas richtlijn. 

Bij de GLI werken mensen samen met een leefstijlcoach aan een gezondere leefstijl. Tegelijk is er aandacht voor sociale aspecten. ‘Sinds 2019 zit GLI in het verzekerde pakket’, zegt Van Rossum. ‘Dat is een mooie stap voorwaarts. Door de coronacrisis maken echter nog maar weinig mensen gebruik van deze mogelijkheid.’ 

Gecombineerde leefstijlinterventie werkt niet altijd voldoende. Dan is aanvullende medische behandeling mogelijk, bijvoorbeeld met gewichtsreducerende medicijnen. Dat wordt echter nog niet vergoed. En veel artsen weten niet dat deze optie er sinds kort is. ‘Dan gebeurt er niets aan de obesitas en is het wachten op een hartinfarct of een andere aandoening. Het is belangrijk dat er in de opleidingen en nascholingen voor artsen meer aandacht komt voor obesitas en dat de overheid meer preventieve maatregelen neemt. Dus zowel de kraan dichtdraaien als het reeds gevulde bad leeg laten lopen.’