De afgelopen periode is bij politieke partijen het besef gegroeid dat een inclusieve arbeidsmarkt niet realistisch is zonder een robuuste publieke sociale infrastructuur. Dat is de noodzakelijke basis voor een arbeidsmarkt met gelijkwaardige baankansen voor kwetsbare werknemers: sociaal ontwikkelbedrijven, voorheen de sociale werkplaatsen, zijn een essentieel onderdeel van deze infrastructuur. De kennis en expertise binnen deze bedrijven zijn onmisbaar om kwetsbare werknemers te begeleiden naar werk, hen te ondersteunen en te helpen ontwikkelen op de voor hen best passende plek. Als het kan bij een reguliere werkgever, als het moet op een beschutte werkplek.

De forse bezuinigingen op het re-integratiebudget hebben de slagkracht van sociaal ontwikkelbedrijven aangetast, waardoor de baankansen voor de kwetsbaarste groepen de afgelopen jaren zelfs zijn afgenomen. Dit moet het volgende kabinet rechtzetten. Hoe? Zeker niet door top-down te bepalen hoe een sociaal ontwikkelbedrijf lokaal of regionaal eruit moet zien. Het benodigde taken- en instrumentenpakket behoort afhankelijk te zijn van hetgeen lokaal of regionaal beschikbaar is. Wel moet er de garantie zijn dat in elke regio een basispakket aan instrumenten beschikbaar is, waardoor werkgevers en werknemers overal kunnen rekenen op de noodzakelijke maatwerkondersteuning. Met als belangrijke randvoorwaarde dat gemeenten voldoende middelen krijgen om de begeleiding van werknemers en ondersteuning aan werkgevers structureel waar te maken. Voor werkzoekenden, voor wie de reguliere arbeidsmarkt vooralsnog een brug te ver is, moeten werkplekken in een beschermde omgeving beschikbaar zijn. Dat biedt hen de mogelijkheid vanuit een werksituatie hun talenten en vaardigheden verder te ontwikkelen.

Voor mensen die het uiteindelijk niet redden bij een reguliere werkgever is (tijdelijke) opvang nodig om ze werkfit te houden en te voorkomen dat ze afhankelijk worden van een uitkering. Het ligt voor de hand hiervoor de sociaal ontwikkelbedrijven in te zetten. Het sociaal ontwikkelbedrijf vervult daarmee een opstap- en terugvalfunctie. En dat kan ook, omdat sociaal ontwikkelbedrijven toegang hebben tot veel verschillende werksoorten. Voor deze kwetsbare groepen vervult het sociaal ontwikkelbedrijf dus een belangrijke rol in het ‘van werk naar werk’ begeleiden. In die rol zie ik ook een belangrijke meerwaarde voor de samenwerking met UWV: het is belangrijk dat deze kwetsbare personen niet pas na afloop van een WW-periode aanspraak kunnen maken op de ondersteuning en het werkaanbod van een sociaal ontwikkelbedrijf, maar direct wanneer werkloosheid dreigt. De sociaal ontwikkelbedrijven zijn dus belangrijke bouwstenen waarmee we ons gezamenlijke doel, werk voor zoveel mogelijk mensen, kunnen bereiken. Bouwstenen die ruimhartig gebruikt mogen worden, ook door UWV.