UWV voert naast de WW en de arbeidsongeschiktheidswetten ook andere, minder bekende wetten uit. Een daarvan is de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW). De IOW is een uitkering op sociaal minimumniveau voor oudere werklozen na afloop van het recht op werkloosheidsuitkering (WW). Met oudere werklozen worden mensen bedoeld die bij het begin van de WW 60 jaar en 4 maanden of ouder waren. De uitkering loopt door tot de AOW-leeftijd. De IOW is eind 2009 als tijdelijke regeling ingesteld vanwege de slechtere arbeidsmarktpositie van ouderen en is verlengd tot en met 2024. 

Uit onderzoek van kennisadviseur Ed Berendsen (UWV) blijkt dat ongeveer 2 à 3 procent van alle WW-uitkeringsgerechtigden van wie de uitkering beëindigd wordt, behoort tot de doelgroep van de IOW. In 2020 kreeg 60 procent van de WW’ers uit die doelgroep een IOW-uitkering. Dit percentage is de laatste jaren redelijk stabiel gebleven. ‘Een deel van de doelgroep heeft geen financiële behoefte aan IOW, omdat zij genoeg vermogen hebben, een partner hebben met inkomen, of omdat zij tijdens de WW een baan hebben gevonden. Van belang hierbij is dat mensen in de IOW nog steeds allerlei verplichtingen hebben, zoals bijvoorbeeld solliciteren. Dit kan zorgen voor een drempel’, aldus Berendsen. 

Het aantal uitkeringen wordt vooral beïnvloed door het aantal mensen dat langer doorwerkt (door de verhoging van de pensioenleeftijd) en door de economische conjunctuur, aldus Berendsen. Tussen 2014 en 2019 is het aantal toegekende IOW-uitkeringen per jaar bijna verdrievoudigd tot 7.224. In 2020 is het aantal toekenningen voor het eerst gedaald. Het aantal lopende uitkeringen is tussen 2014 en 2020 bijna verviervoudigd, van 2.772 naar 9.795. 

De effecten van de coronacrisis op de IOW-uitkeringen zullen pas zichtbaar worden in 2022.

Bekijk hier 'Een analyse van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen'.