Het verschil in WGA-risico tussen mannen en vrouwen

Publicatiedatum: 06 jul 2021

UWV Kennisverslag (UKV) 2021-6 gaat nader in op de vraag in hoeverre werkgerelateerde kenmerken het verschil in WGA-risico tussen mannen en vrouwen verklaren.

In de WAO was het risico op arbeidsongeschiktheid voor vrouwen fors hoger dan voor mannen. Na de invoering van de WIA is het verschil tussen mannen en vrouwen afgenomen, maar niet verdwenen. Als we verder inzoomen op de deelregelingen van de WIA (IVA en WGA), dan zien we dat dit verschil vooral zit bij de WGA (de wet Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). In 2020 was het WGA-risico van vrouwen 38% groter dan dat van mannen. De achtergrond van dit verschil is nooit afdoende verklaard. Er zijn veel mogelijke oorzaken. We weten dat leeftijd een belangrijke factor is en dus kan een verschil in leeftijdsopbouw een verklaring zijn. In dit artikel is onderzocht, naast verschillen in leeftijdsopbouw, wat de invloed is van een aantal werkgerelateerde kenmerken op het verschil in WGA-risico tussen mannen en vrouwen: bedrijfstak, type dienstverband, WW-geschiedenis en uurloon. We kijken daarvoor naar de mensen die in 2017 verzekerd waren voor de WIA en waarvan een deel in 2019 arbeidsongeschikt werd.

De analyse levert de volgende resultaten op:

  • In 2019 was het gemiddelde WGA-risico 0,373% voor mannen en 0,507% voor vrouwen, een verschil van 0,134 procentpunt.
  • Factoren die het verschil in WGA-risico drukken zijn leeftijd en bedrijfstak. Een hogere leeftijd kent een hoger WGA-risico. Vrouwen waren in 2017 gemiddeld jonger dan mannen en dat drukt het verschil in WGA-risico. Verder werkten vrouwen in dat jaar meer dan gemiddeld in bedrijfstakken met een relatief laag WGA-risico en ook dat drukt het verschil in WGA-risico. Als we voor deze factoren corrigeren wordt het onderliggende verschil in WGA-risico dus groter.
  • Factoren die het verschil in WGA-risico vergroten zijn uurloon, het ontvangen van een WW-uitkering en het soort dienstverband. Een relatief laag uurloon vergroot de kans op arbeidsongeschiktheid en vrouwen hebben gemiddeld een lager uurloon. Dat vergroot het verschil in WGA-risico. Het ontvangen van een WW-uitkering zonder daarnaast te werken is een grote voorspeller van de kans op arbeidsongeschiktheid. Vrouwen hadden in 2017 iets vaker een WW-uitkering en ook dat vergroot het verschil in WGA-risico. Ten slotte vergroot het hebben van een tijdelijk contract de kans op arbeidsongeschiktheid. Mannen en vrouwen verschilden in 2017 echter nauwelijks op dit punt. Als we voor deze factoren corrigeren wordt het onderliggende verschil in WGA-risico kleiner.
  • Als we corrigeren voor alle bovengenoemde factoren samen, dan wordt het verschil in WGA-risico echter nauwelijks kleiner. Het zakt dan van 0,134 procentpunt naar 0,128 procentpunt. De onderzochte factoren verklaren het verschil in WGA-risico in 2019 tussen mannen en vrouwen dus maar voor een klein deel. Verder onderzoek is daarom nodig.
Download: Het verschil in WGA-risico tussen mannen en vrouwen (pdf, 366 kB)

Heeft u gevonden wat u zocht? Ja Nee, terug naar zoekresultaten

sluiten