Lars rolt het traineeship niet binnen via een strak uitgestippeld carrièrepad, maar via een omweg die voor veel jonge professionals herkenbaar is. Na zijn studie leiderschap en verandermanagement begint hij als procesmanager bij een ander bedrijf. “Na vier maanden dacht ik: dit ga ik niet lang volhouden.”
Via een bekende komt hij in aanraking met het UWV-traineeship. Hij belt een recruiter, raakt in gesprek en besluit te solliciteren. “Ik zag een traject waarin je mag ontdekken wat bij je past. Dat sprak me meteen aan.” Die eerste maanden van het traineeship zijn een intensieve leerschool. Niet alleen inhoudelijk, maar ook in zelfinzicht. “Je komt binnen en denkt: wat kan ik eigenlijk? Dat moet je gaandeweg ontdekken.” Naast het werk volgde hij trainingen, intervisie en werkbezoeken. “Elke donderdag was een traineesdag. Van communicatietrainingen tot werkbezoeken aan het ministerie of de SVB.” Die combinatie van leren en doen maakt het traject volgens hem waardevol. “Niet alleen voor je cv, maar vooral voor je ontwikkeling.” Wat hem ook na het traineeship bij UWV houdt, is de combinatie van inhoud, cultuur en maatschappelijke betekenis. “Het is een warm bad als je binnenkomt. Mensen willen elkaar helpen, en er is een grote betrokkenheid.”
In zijn eerste plaatsing, binnen het CIO Office, bevindt hij zich midden in de bestuurlijke kern van de organisatie. “Ik werkte meteen met collega’s boven in de boom. Dat ik als trainee al projecten mocht doen voor de CIO, dat vond ik best bijzonder.” Na negen maanden maakt hij voor het tweede traineeship bewust de overstap naar een andere kant van de organisatie. Hij wil de uitvoering zien, dichter bij de praktijk. Hij komt terecht bij de regionale arbeidsdeskundigen, die opereren op het snijvlak van UWV, gemeenten en sociale ontwikkelbedrijven. “Je werkt binnen kaders van wet- en regelgeving, maar de impact zit in hoe je die toepast.”
Met zijn traineeship kwam een fundamenteel besef: “Als je bij een winkel iets niet goed vindt, ga je naar een andere. Maar een cliënt kan niet kiezen voor een andere overheid. Dus moet het proces goed zijn. Want elke keuze heeft gevolgen voor mensen die vaak weinig alternatieven hebben. Je moet voortdurend afwegen: wat is rechtvaardig, wat is uitvoerbaar, en wat betekent dit voor de cliënt? En tegelijkertijd: hoe kunnen we dit zo snel mogelijk realiseren? Dat is wellicht de essentie van het traineeship. Niet als een opstapje naar iets anders, maar als een plek waar je ontdekt wat je belangrijk vindt. Voor jezelf, en voor de mensen voor wie je het uiteindelijk doet.”