Naast de 415.000 werklozen zijn er 3,2 miljoen mensen die niet kortgeleden naar werk hebben gezocht en/of daarvoor niet direct beschikbaar waren. Daarom worden zij niet tot de beroepsbevolking gerekend. Dit zijn vooral mensen die met pensioen zijn of niet kunnen werken doordat ze ziek of arbeidsongeschiktheid zijn. Het aantal mensen buiten de beroepsbevolking (niet-beroepsbevolking) nam de afgelopen drie maanden met gemiddeld 6 duizend per maand toe. 

Eind januari telde UWV 205.700 WW-uitkeringen. Er kwamen in januari 38.700 nieuwe uitkeringen bij en er werden 24.400 uitkeringen beĆ«indigd. 

Een piek in aantal WW-uitkeringen in januari is gebruikelijk. In een aantal sectoren, bijvoorbeeld in de bouw, is er minder werk in de wintermaanden. Ook lopen veel tijdelijke contracten aan het einde van het jaar af. Naast het jaarlijkse seizoenspatroon is er een stijgende trend zichtbaar. Vanaf augustus 2023 waren er elke maand meer WW-uitkeringen dan in dezelfde maand van het jaar ervoor. Ook in januari 2026 is het aantal uitkeringen hoger dan in januari 2025 (+8,6 procent, +16.200 uitkeringen).

Het CBS publiceert iedere maand over de beroepsbevolking volgens de richtlijnen van de International Labour Organization (ILO). De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet een-op-een vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.