De arbeidsmarkt koelt af. Het aantal vacatures neemt af en de werkloosheid neemt licht toe. Tegelijkertijd is de arbeidsmarkt net als de afgelopen jaren in alle regio’s en voor veel beroepsgroepen nog steeds krap. In 32 beroepsgroepen die nu al krap zijn nemen de personeelstekorten richting 2030 verder toe.
Nederland kent een historisch hoge arbeidsparticipatie: 73,1% van de mensen tussen 15 en 75 jaar werkt. Omdat een groot deel van het beschikbare arbeidspotentieel al actief is op de arbeidsmarkt, wordt het steeds moeilijker om personeelstekorten uitsluitend op te lossen door meer mensen aan het werk te krijgen. De uitdaging verschuift daardoor steeds meer van het vergroten van het arbeidsaanbod naar het beter benutten van het talent dat al beschikbaar is.
Judith Duveen, lid van de raad van bestuur UWV: ‘Werkgevers zoeken steeds vaker specifieke kennis, vaardigheden en competenties, terwijl beschikbare werkzoekenden daar niet altijd over beschikken. Veel werkzoekenden ervaren diploma- en functie-eisen als een belangrijke drempel. Daarom moeten we kijken naar wat mensen kunnen én nog zouden kunnen leren. Een arbeidsmarkt waarin vaardigheden en ontwikkelpotentieel belangrijker zijn dan diploma’s, vergroot de kansen voor zij-instromers, mensen die willen overstappen naar een andere sector en werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt.’
De vele veranderingen en uitdagingen op de arbeidsmarkt vragen om wendbaarheid van alle partijen op de arbeidsmarkt: zowel van overheid, werkgevers als werkenden en werkzoekenden. Maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, de energietransitie en veiligheid vergroten de behoefte aan personeel, terwijl het aantal beschikbare werkenden niet onbeperkt meegroeit. De oplossing ligt daarom ook in het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Innovatie, digitalisering, AI en slimmer georganiseerde werkprocessen maken het mogelijk om met dezelfde hoeveelheid arbeid meer maatschappelijke waarde te creëren.
Duveen: ‘We moeten ervoor zorgen dat mensen gedurende hun hele loopbaan kunnen blijven meebewegen. Maar ook als meer mensen zich blijven ontwikkelen, zal arbeid een schaarse factor blijven. Daarom ligt de opgave niet alleen bij het ontwikkelen van mensen, maar ook bij het slimmer benutten van talent. Alleen zo kunnen we ook in de toekomst belangrijke maatschappelijke opgaven blijven realiseren.’