UWV helpt mensen op weg naar werk en als dat (tijdelijk) niet lukt, dan zorgt UWV als publieke dienstverlener voor een uitkering. Mensen verwachten van UWV goede dienstverlening en wij verwachten van hen dat zij zich aan de regels houden, waarbij wordt uitgegaan van vertrouwen in mensen. UWV zorgt voor voorlichting, maakt heldere afspraken en houdt cliënten daaraan. Met onze dienstverlening proberen we tijdig te signaleren als mensen zich toch niet aan de regels houden. Zo voorkomen we dat mensen onnodig worden geconfronteerd met de vervelende gevolgen van een overtreding.
Erop toezien dat uitkeringen rechtmatig worden verstrekt is een belangrijke en wettelijke taak van UWV. De maatschappij moet ervan uit kunnen gaan dat (financiële) ondersteuning alleen terechtkomt bij mensen die daar recht op hebben. Als mensen een uitkering hebben, dan moeten ze zich houden aan de bijbehorende regels en voorwaarden. Met het toezicht daarop borgen we de houdbaarheid van de sociale zekerheid en het vertrouwen in de overheid.
Er is een klein aantal mensen dat – helaas – bewust de regels overtreedt of misbruik maakt van het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel. Zij kunnen rekenen op een sanctie en moeten hun onterecht ontvangen uitkering terugbetalen. Hierbij maken we onderscheid tussen onbewuste en bewuste fouten. Niet iedere gemaakte fout leidt tot een sanctie. Bij het tegengaan van fraude en misbruik werkt UWV nauw samen met partijen zoals de Belastingdienst, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Sociale Verzekeringsbank, gemeenten, de politie en het Openbaar Ministerie.
Bij concrete vermoedens van mogelijk misbruik of fraude start UWV een onderzoek. Als iemand bijvoorbeeld een werkeloosheidsuitkering ontvangt en hierbij onbekende inkomsten heeft die niet met UWV zijn gedeeld, dan kan het zijn dat iemand onterecht een uitkering ontvangt. UWV-medewerkers met toezichtsbevoegdheid hebben verschillende manieren om fraude of misbruik te onderzoeken. Daarbij worden altijd eerst de minst ingrijpende onderzoeksmethoden ingezet.
Het opvragen van authentieke informatie bij andere instanties zoals de gemeente is een middel dat minder inbreuk maakt op de privacy dan iemand bijvoorbeeld opzoeken op het internet. Daarnaast is het opvragen van een kopie van het identiteitsbewijs waarop een foto van de cliënt staat afgebeeld een zorgvuldigere manier om de identiteit vast te stellen. De bevoegdheid om dit te doen is gebaseerd op titel 5.2 Algemene wet bestuursrecht en de wettelijke grondslag die is gelegen in de Wet SUWI.
Artikel 54 lid 3 sub a van de Wet SUWI bevat een wettelijke grondslag voor UWV om gegevens, zoals een kopie identiteitsbewijs, te kunnen opvragen bij een gemeente. Dit mag van de wet alleen gebeuren als er sprake is van noodzakelijkheid.
De Wet SUWI is een zogeheten ‘lex specialis’ en staat hiërarchisch boven de Paspoortuitvoeringsregeling 2001, die door het AD in het artikel wordt genoemd. Bovendien is de Wet SUWI van een latere datum dan de Paspoortuitvoeringsregeling 2001 en gaat ook op deze grond voor de regeling. Dit staat beschreven en vastgelegd in onze geldende en daarvoor bestemde werkinstructies. Het kan zo zijn dat er oude documenten of conceptdocumenten zijn ingezien door het AD. Deze geven echter niet aan hoe wij nu werken.
Lees hier UWV controleert | UWV meer over controles die UWV uitvoert tegen fraude en misbruik.
De antwoorden die met Algemeen Dagblad zijn gedeeld:
V: Hoe kijkt het UWV hiernaar?
A: UWV gaat uit van vertrouwen in mensen. Tegelijkertijd zijn we ons bewust dat de wetgeving ook complex is voor onze cliënten, waarbij een fout snel is gemaakt. In onze dienstverlening staat daarom het voorkomen van onbewuste en bewuste fouten die kunnen leiden tot een overtreding voorop. Als mensen toch een fout maken, betekent dat niet per definitie dat hier een sanctie op volgt. Hierin past UWV de menselijke maat toe.
Handhaving is een belangrijke en wettelijke taak van UWV. De samenleving moet ervan uit kunnen gaan dat (financiële) ondersteuning alleen terechtkomt bij mensen die daar recht op hebben. Als mensen een uitkering krijgen, dan moeten ze zich houden aan de bijbehorende regels en voorwaarden. Met het toezicht daarop borgen we de houdbaarheid van de sociale zekerheid en het vertrouwen in de overheid. De manieren waarop we toezicht houden, ligt vastgelegd in daarvoor bestemde en geldende werkinstructies.
In algemene zin beschikt UWV niet over kopieën van identiteitsbewijzen waarop een foto van cliënten staat, omdat daar de noodzaak voor ontbreekt.
Een aanleiding voor het opvragen van kopieën van identiteitsbewijzen met een foto kan bijvoorbeeld zijn: iemand is te ziek om te werken en krijgt daarom een uitkering, maar er bestaan vermoedens dat iemand weer beter is. Of als iemand (zwart) werkt zonder dat dit bekend is bij UWV en/of Belastingdienst. UWV moet dan onderzoeken of dat daadwerkelijk zo is. Bij concrete aanwijzingen van misbruik kan UWV een handhavingsonderzoek starten. Als het noodzakelijk wordt geacht voor het onderzoek kan, voor het vaststellen van de identiteit van de cliënt, een kopie van een identiteitsbewijs waarop een foto van de cliënt staat worden opgevraagd bij de gemeente. Hiervoor maken we gebruik van de bestuurlijke bevoegdheid (titel 5.2 Algemene wet bestuursrecht) en de wettelijke grondslag die is gelegen in de Wet SUWI. Alleen de foto is voor het onderzoek nodig, omdat het van belang is om te weten hoe de persoon eruitziet om te kunnen zien of de specifieke cliënt bijvoorbeeld toch werkzaamheden uitvoert. Voor het vaststellen van een identiteit behoort het gebruik van een online zoekmachine niet als optie, zowel vanuit het oogpunt van privacy als van de betrouwbaarheid van het middel.
V: Waarom is besloten om de pasfoto’s toch op te vragen, terwijl het UWV zelf ook al schrijft dat dit eigenlijk niet rechtmatig is?
A: UWV maakt gebruik van de bestuurlijke bevoegdheid (titel 5.2 Algemene wet bestuursrecht) en de wettelijke grondslag die is gelegen in de Wet SUWI. Dit staat beschreven en vastgelegd in onze geldende en daarvoor bestemde werkinstructies. Het opvragen van kopieën van identiteitsbewijzen waarbij het ons gaat om alleen de foto, doen we om zeker te zijn dat bij een concrete aanleiding van mogelijk misbruik van onze dienstverlening, UWV zicht richt tot de juiste persoon.
Artikel 54 lid 3 sub a van de Wet SUWI bevat een wettelijke grondslag voor UWV om gegevens te kunnen uitvragen bij de gemeente. De Wet SUWI is een lex specialis en staat hiërarchisch boven de, in het door het AD opgetekende artikel, Paspoortuitvoeringsregeling 2001. Bovendien is de Wet SUWI van een latere datum dan de Paspoortuitvoeringsregeling 2001 en gaat ook op deze grond voor de regeling.
De wettelijke grondslag van artikel 54 lid 3 sub a Wet SUWI moet voldoen aan het vereiste van noodzakelijkheid (alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken, waaronder een deugdelijke uitkeringsverstrekking en ook de taak om toezicht te houden op deze deugdelijke verstrekking).
V: Wanneer worden pasfoto’s opgevraagd?
A: Zie hierboven.
V: Worden de pasfoto’s nog voor andere doeleinden gebruikt dan het observeren van uitkeringsgerechtigden.
A: De kopieën van identiteitsbewijzen worden alleen opgevraagd en gebruikt als dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van handhavingsonderzoek, waarbij een concrete aanleiding is van mogelijk misbruik of fraude door mensen. De samenleving moet ervan uit kunnen gaan dat (financiële) ondersteuning alleen terechtkomt bij mensen die daar recht op hebben en daarom borgen we met toezicht de houdbaarheid van de sociale zekerheid en het vertrouwen in de overheid.
We maken hiervoor gebruik van de bestuurlijke bevoegdheid (titel 5.2 Algemene wet bestuursrecht) en de wettelijke grondslag die is gelegen in de Wet SUWI. Dit staat beschreven en vastgelegd in onze geldende en daarvoor bestemde werkinstructies.
V: In de uitleg staat dat medewerkers zich eerst tot de gemeente moeten richten en zich, na eventuele weigering, tot het IRC kunnen richten. Waarom deze volgorde?
A: Deze volgorde hanteren we vanuit het subsidiariteitsbeginsel en zorgvuldigheid, waarbij het uitgangspunt is om eerst het minst inbreuk makende middel in te zetten. Het opvragen van authentieke informatie bij een ketenpartner als de gemeente zien we als minder inbreuk makend middel dan gebruik te maken van internetonderzoek, dat ‘internet research in the cloud’ (IRC) wordt genoemd. Daarnaast is het opvragen van een kopie van het identiteitsbewijs waarop een foto van de cliënt staat afgebeeld een zorgvuldigere manier om de identiteit vast te stellen. Hiervoor maken we gebruik van de bestuurlijke bevoegdheid (titel 5.2 Algemene wet bestuursrecht) en de wettelijke grondslag die is gelegen in de Wet SUWI.
V: Gemeenten gaan verschillend met het verzoek, er zijn gemeenten die weigeren en stellen dat het UWV niet de juiste grondslag heeft. – Hoeveel gemeenten heeft het UWV benaderd, hoeveel hebben de pasfoto’s wel gedeeld, hoeveel niet?
A: Het gebeurt enkele keren per jaar dat UWV kopieën van identiteitsbewijzen bij gemeenten opvraagt, waarbij voor UWV alleen de foto voor de vaststelling van iemand identiteit van belang is.