Eind maart telde UWV 202,1 duizend WW-uitkeringen. Daarmee is het aantal uitkeringen kleiner dan in de vorige maand (-1,6 procent). Er kwamen in maart 21,7 duizend nieuwe uitkeringen bij en er werden 25,0 duizend uitkeringen beëindigd. Hiermee bleef het totale aantal WW-uitkeringen net als in januari en februari 2026 boven de 200 duizend.
Het aantal WW-uitkeringen was eind maart 2026 in bijna alle 35 arbeidsmarktregio's kleiner dan in februari 2026. Alleen in de regio’s Zuid-Limburg (+0,4 procent), Drechtsteden (+0,4 procent) en Helmond-De Peel (+0,1 procent) steeg het aantal WW uitkeringen ten opzichte van vorige maand. In alle andere regio's nam het aantal WW uitkeringen af. Vergeleken met februari 2026 daalde het aantal WW-uitkeringen het sterkst in de regio’s Food Valley (-3,4 procent), Drenthe (-3,3 procent) en Zeeland (-3,2 procent).
Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie van UWV, blikt op de dag van de publicatie van het jaarverslag terug op 2025 en alvast op het eerste kwartaal van 2026. Hij ziet dat er in 2025 bijna 40% meer reorganisaties zijn geweest. 'Het gaat dan om de meldingen in het kader van de Wet melding collectief ontslag' laat hij weten. 'Deze stijging heeft zich echter niet doorgezet in het eerste kwartaal van 2026. Het aantal meldingen van werkgevers lag ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025 ongeveer 21% lager. Ook waren er 20% minder meldingen als je dit vergelijkt met het eerste kwartaal van 2025. De meeste meldingen van een voorgenomen reorganisatie werden gedaan door bedrijven in de commerciële dienstverlening en metaalindustrie.'
Verder valt het Witjes op dat het aantal nieuw toegekende uitkeringen over de eerste drie maanden van dit jaar 2,2% hoger was dan het eerste kwartaal van 2025. Witjes: 'Opvallend is, dat de relatief sterkste stijging te zien is bij 55-plussers (+4,0%). Dit zou mogelijk deels het gevolg kunnen zijn van de sterke stijging van het aantal reorganisaties in 2025, waarin ook de werknemers in de hogere leeftijdsgroepen meegaan in de ontslagrondes.'
'Voorts zien we, ten opzichte van een jaar geleden, een relatief sterke stijging van het aantal 55-plussers dat inmiddels minimaal een jaar een gehele of gedeeltelijke WW-uitkering ontvangt. Dit aantal ligt ruim 15% hoger dan een jaar eerder. Het percentage is ook hoger dat het algemene stijgingspercentage van 55-plussers in de WW, dat bijna 11% bedraagt.'
Deze ontwikkelingen zijn volgens Witjes een indicatie voor de aanhoudend lastige positie op de arbeidsmarkt voor deze leeftijdsgroep. De langdurige krappe arbeidsmarkt, die weliswaar iets ontspant, biedt nog te weinig soelaas voor deze groep.