In het tweede kwartaal van 2022 bereikte de spanning op de arbeidsmarkt een historisch hoogtepunt. Sindsdien koelt de arbeidsmarkt langzaam af. De krapte wordt ieder jaar iets minder. Wel is er sinds 2022 elk jaar sprake van een duidelijk seizoenseffect: ieder tweede kwartaal neemt de spanning tijdelijk toe, doordat er in de lente meer vraag is naar seizoenswerkers. In de 3 volgende kwartalen koelt de arbeidsmarkt vervolgens weer af. Ook dit jaar houdt dat patroon aan. De arbeidsmarkt blijft daarmee krap.
Vlak voor de zomerperiode laat de vraag naar arbeid elk jaar een stijging zien. Vooral in de landbouw, bouw en horeca neemt de werkgelegenheid flink toe.
De Spanningsindicator laat zien hoe krap de arbeidsmarkt is, door het aantal openstaande vacatures te vergelijken met het aantal kortdurend WW’ers. Dit zijn mensen die korter dan 6 maanden een WW-uitkering ontvangen. Het aantal openstaande vacatures groeide in het tweede kwartaal van 2026 van 380.100 naar 387.300. Dit is een stijging van 1,9% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026. In dezelfde periode daalde het aantal kortdurend WW’ers met 4,8% van 122.700 naar 116.800.
De beroepen waar de spanning het snelst opliep, zijn sterk afhankelijk van het seizoen en het weer. Dat geldt bijvoorbeeld voor:
- schilders
- metaalspuiters
- reisbegeleiders
- hoveniers
- tuinders
- kwekers
Ook in het onderwijs neemt de vraag naar arbeid in het voorjaar toe. Scholen beginnen vroeg met hun werving van docenten en hoogleraren. Zo willen ze op tijd klaar zijn voor het nieuwe schooljaar.