Het onderwijs bestaat uit de volgende onderwijstypen:

  • primair onderwijs (po): basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs
  • voortgezet onderwijs (vo): praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo
  • middelbaar beroepsonderwijs (mbo): ROC’s, AOC’s en vakinstellingen
  • hoger beroepsonderwijs (hbo): hogescholen
  • wetenschappelijk onderwijs (wo): universiteiten

Er is een tekort aan leerkrachten in het primair- en voortgezet onderwijs. Naar verwachting houdt dit tekort de komende jaren aan. De instroom van nieuwe leraren is te laag om het aantal uitstromende leraren te vervangen. 

Leerkrachten basisonderwijs zijn in bijna alle regio’s moeilijk te vinden, vooral in de Randstad. In het voortgezet onderwijs zijn er vooral grote tekorten bij de exacte vakken (informatica, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie en techniek) en talen (Nederlands, Duits, Frans, klassieke talen). In het mbo komen de tekorten grotendeels overeen met die van het voortgezet onderwijs. Ook hier gaat het om vakken als Nederlands, wiskunde en informatica. Daarnaast zijn er te weinig docenten in richtingen als techniek, ICT en verpleegkunde/verzorging.

Het lerarentekort is vanaf 2025 kleiner dan in voorgaande jaren. Mogelijk komt dit doordat het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) in het schooljaar 2024-2025 afliep. Dit financiële steunpakket was bedoeld om de door corona opgelopen achterstanden van leerlingen te verkleinen. Daarnaast daalt het aantal leerlingen. Door deze ontwikkelingen is er minder vraag naar personeel. Dat heeft effect op het aantal werknemersbanen, vacatures en leraren met een WW-uitkering.

De afgelopen jaren groeide het aantal banen in de onderwijssector. Het aantal werknemersbanen steeg van ongeveer 586.000 in maart 2022 naar 607.000 in maart 2026, een groei van 7%. In maart 2026 waren er bijna evenveel banen als een jaar eerder.

Elk jaar is er van juni tot en met augustus een dip in het aantal onderwijsbanen. Dit komt doordat tijdelijke arbeidscontracten meestal beginnen bij de start van een schooljaar en aflopen als de zomervakantie begint.

Het aantal openstaande vacatures in het onderwijs vertoonde in 2022 en 2023 een stijgende trend. Vanaf 2024 daalt het aantal openstaande vacatures ten opzichte van het voorgaande jaar. In het tweede kwartaal van 2026 stonden er 8.900 vacatures open. Een jaar eerder waren dat er nog 9.600.

De daling heeft onder andere te maken met het aflopen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), een steunprogramma van de Rijksoverheid. Dit programma hielp scholen om leerachterstanden door de coronacrisis weg te werken. Nu het programma is gestopt, is er minder vraag naar leraren. Ook daalt de vraag naar ondersteunend personeel, zoals administratief medewerkers.

Per kwartaal wisselt het aantal openstaande vacatures sterk. Onderwijsinstellingen streven ernaar om voor het einde van het school- of studiejaar de personeelsformatie voor het komende jaar rond te hebben. Daarom is er elk jaar een vacaturepiek in het tweede kwartaal. Bij de start van het schooljaar is het aantal vacatures het kleinst.

Tot halverwege 2023 daalde het aantal mensen met een WW-uitkering vanuit het onderwijs. Vanaf augustus 2023 zijn het er elke maand meer dan het jaar ervoor. 

Ondanks het lerarentekort was het aantal leraren met een WW-uitkering vanaf 2025 elke maand hoger dan een jaar eerder. Dit gold voor leraren in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. In juni 2026 ontvingen ongeveer 7.500 personen een WW-uitkering. Dat is 10% meer dan in juni 2025. Deze stijging komt onder andere door het aflopen van het NPO, de daling van het aantal leerlingen en door bezuinigingen op het hoger onderwijs.

Veel tijdelijke contracten eindigen voor de zomer. In deze periode hebben veel leerkrachten een uitkering nodig.

Meer weten over de ontwikkelingen, kansen en mogelijkheden binnen het onderwijs? Lees dan onze artikelen over deze sector.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)