Het aantal meldingen voor collectief ontslag in de industriesector steeg in 2025. Het gaat om meer bedrijven en meer werknemers. Ook zijn er sinds eind 2023 steeds meer mensen met een WW-uitkering vanuit de industriesector. In december 2025 waren dit er 20.100. De grootste groep is 55 jaar of ouder (43%). Het meest voorkomende beroep van mensen uit de industriesector met een WW-uitkering is productiemedewerker (10%).
Het grootste probleem voor industriële werkgevers is dat er te weinig vraag is naar hun producten. Dit geldt voor 30% van de industriële werkgevers, het hoogste percentage van alle sectoren. Voor het eerst sinds 2019 is onvoldoende vraag een groter probleem dan het tekort aan medewerkers (26%). Alleen tijdens de coronaperiode was de situatie hetzelfde.
Er zijn verschillende oorzaken voor de verminderde vraag naar Nederlandse industriële producten:
- In Duitsland groeit de economie nauwelijks, terwijl dit een belangrijk exportland voor de Nederlandse industrie is.
- Geopolitieke ontwikkelingen: internationale spanningen, handelsheffingen van de Verenigde Staten en afhankelijkheden van andere landen op het gebied van (zeldzame) grondstoffen.
- Hoge energieprijzen en een overbelast elektriciteitsnet in Nederland: dit leidt tot hogere productiekosten in vergelijking met andere landen.
- Concurrentie uit Azië.
Ondanks het grotere aantal ontslagen blijft het personeelstekort toch een probleem voor de industrie. Een kwart van de industriële werkgevers heeft moeite om medewerkers te vinden. Aan het eind van het derde kwartaal van 2025 waren er voor industriële beroepen 3,5 keer meer vacatures dan mensen met een WW-uitkering van maximaal 6 maanden. Voor bijna alle industriële beroepen is de arbeidsmarkt (zeer) krap.
Werkgevers hebben vooral vacatures voor monteurs, operators, engineers, onderzoekers en adviseurs. Dit sluit niet goed aan bij de grootste groep mensen met een WW-uitkering: productiemedewerkers.
UWV verwacht dat de arbeidsmarkt in veel technische beroepsgroepen de komende 5 jaar nog krapper wordt. Dit komt onder andere doordat er relatief veel mensen van 60 jaar en ouder in de industrie werken (14%). De meeste van hen zullen de komende jaren met pensioen gaan. Tegelijkertijd blijft het aantal nieuwe gediplomeerde studenten uit het mbo, hbo en wo in bèta-technische richtingen achter.
Werkgevers kunnen verschillende stappen zetten om hun personeelstekort te verminderen:
- Extra inspanningen doen bij het werven van nieuwe medewerkers, bijvoorbeeld door open dagen te organiseren en het aannemen van kandidaten die (nog) niet aan alle eisen voldoen.
- Personeel behouden, bijvoorbeeld door een goede ‘onboarding’ en meer aandacht voor vitaliteit, gezondheid en scholing.
- Het werk anders organiseren, bijvoorbeeld door efficiënte werkprocessen en technologie.
Ook het kabinet erkent de problemen. Eind 2025 ging de ministerraad akkoord met een nieuw industriebeleid. Het beleid richt zich vooral op de 6 markten met de grootste kansen:
- halfgeleiders (chips)
- biotechnologie
- defensie
- digitale diensten
- machinebouw
- innovatieve chemie
Ook werkt het kabinet aan het drukke elektriciteitsnet, betere toegang tot financiering en meer technisch en digitaal talent.