De industrie is verdeeld in 4 deelbranches:
- Levensmiddelenindustrie: bewerkt grondstoffen tot voedingsmiddelen.
- Chemische industrie: produceert en bewerkt grondstoffen tot producten als aardgas, olie, verf, cosmetica en medicijnen.
- Metaal- en technologische industrie: bewerkt metalen en produceert halffabricaten en/of eindproducten zoals machines, apparaten en vervoersmiddelen.
- Overige industrie: bestaat uit verschillende soorten bedrijven, zoals de textiel-, kleding- en lederindustrie. Ook de hout- en meubelindustrie valt onder deze branche.
Halverwege 2026 waren er in de industrie ongeveer 87.000 bedrijven actief.
De industrie heeft te maken met veel onzekerheden. Denk aan de politieke spanningen in de wereld met de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten. Hierdoor zijn de energieprijzen hoog. Ook heeft de industrie last van de zwakkere economie in Duitsland, een belangrijke exportpartner van de Nederlandse industrie. Daarnaast is er concurrentie uit Azië en is de industrie afhankelijk van andere landen voor (zeldzame) grondstoffen. Halverwege 2026 geeft een kwart van de werkgevers in de industrie aan dat er onvoldoende vraag is naar hun producten; het hoogste van alle sectoren. Tegelijkertijd zijn er nog altijd iets meer werkgevers die aangeven dat het tekort aan arbeidskrachten een knelpunt is.
Het werk in de industrie wordt steeds moderner. Door automatisering, robotisering en inzet van kunstmatige intelligentie (AI) wordt kennis van ICT, elektronica en sensoren steeds belangrijker.
De industrie speelt een grote rol bij de energietransitie. Er wordt geïnvesteerd in efficiënter gebruik van energie en restwarmte. Ook wil de sector overschakelen op andere energiebronnen, zoals elektriciteit en waterstof. Het gebrek aan ruimte op het elektriciteitsnetwerk is een probleem.
In maart 2026 waren er 779.000 werknemersbanen in de industrie. Een jaar eerder waren het er bijna 780.000. Voor 2026 en 2027 wordt een lichte krimp van het aantal banen verwacht.
De sector kreeg eerder te maken met hoge energieprijzen en hoge prijzen voor grondstoffen, materialen en halffabricaten. Sinds 2024 daalt de vraag naar producten, vooral vanuit Duitsland. Een kwart van de werkgevers ziet de verminderde vraag naar hun producten als een belemmering.
De metaal- en technologische industrie is met 40% van de banen de grootste deelbranche binnen de sector. De andere deelbranches zijn kleiner:
- levensmiddelen (19%)
- chemische industrie (16%)
- overige industrie (25%)
In de eerste helft van 2022 nam de vraag naar personeel snel toe. Daarna volgden moeilijke jaren. Dit kwam vooral door de hoge energieprijzen, matige economische groei en beperkte vraag naar industriële producten. Het aantal vacatures werd daardoor iets minder. Halverwege 2026 stonden er 30.400 vacatures open.
Er zijn in de industrie nog steeds moeilijk vervulbare vacatures. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ziet ongeveer een kwart van de werkgevers in de sector het tekort aan arbeidskrachten als een hindernis voor de bedrijfsvoering. Vooral de vraag naar technisch geschoold personeel zoals lassers, CNC-verspaners en onderhoudsmonteurs op middelbaar beroepsniveau is groot. Maar ook op hoger en wetenschappelijk beroepsniveau zijn sommige vacatures moeilijk te vervullen. Bijvoorbeeld die voor projectleider, engineer of procestechnoloog.
In 2022 daalde het aantal WW-ontvangers uit de industrie geleidelijk tot bijna 14.000 in december 2022. Daarna groeide het naar 20.500 in juni 2026. Mensen met een WW-uitkering uit de industrie werken vooral in beroepen als productiemedewerker. Ook in beroepen als manager sales en marketing, orderpicker en magazijn- en expeditiemedewerker, organisatieadviseur, kwaliteitsmanager en onderhoudsmonteur komt een WW-uitkering vaker voor.
Meer weten over de ontwikkelingen, kansen en mogelijkheden binnen de industrie? Lees dan onze artikelen over deze sector.