Bijna 60% van de horecamedewerkers in Nederland zijn jongeren tussen de 15 tot 25 jaar. Dit zijn vooral scholieren en studenten met een bijbaan. Zij werken vaak ’s avonds en in het weekend. In het voorjaar en in de zomer is het druk omdat de terrassen open zijn en er veel festivals en andere buitenactiviteiten zijn.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verwacht dat het aantal jongeren tussen de 15 en 25 jaar in Nederland tot 2040 met 8,3% afneemt. Vanaf 2035 daalt ook het aantal mensen tussen de 25 en 35 jaar. De groep van 35 jaar en ouder neemt juist toe.

Door de ontgroening vinden werkgevers steeds moeilijker jonge medewerkers. Tegelijkertijd is de behoefte aan personeel groot. Zo is er krapte in de volgende beroepen:

  • koks
  • keukenhulpen
  • kelners/barpersoneel

De krapte in deze beroepen neemt de komende jaren naar verwachting toe.

Naast de verwachte ontgroening zorgen de volgende veranderingen nu al voor minder jongeren in de horeca:

  • Horecaopleidingen zijn minder populair.
    Steeds minder studenten kiezen voor een horeca-opleiding. In het studiejaar 2025-2026 volgen 22.000 studenten een horeca-opleiding. Dat zijn er ongeveer 6.000 minder dan 10 jaar geleden.
  • Het aantal internationale studenten op hbo’s en universiteiten daalt.
    In studentensteden zijn veel horecazaken afhankelijk van internationale studenten met een bijbaan in de horeca.
  • Het aantal jongeren uit de horeca met een WW-uitkering is klein.
    Begin 2026 kregen ongeveer 950 jongeren een WW-uitkering. Het aannemen van jongeren uit de WW biedt werkgevers daarom weinig mogelijkheden. 

Ook zijn er beleidsplannen zoals het duurder maken van flexibele krachten en het afschaffen van het minimumjeugdloon. Politieke keuzes hierover kunnen het inzetten van jongeren moeilijker maken voor werkgevers. 

Om minder afhankelijk te worden van jongeren kunnen werkgevers in de horeca:

  • meer focussen op behoud en minder op werving van jongeren
  • zich meer richten op de oudere leeftijdsgroepen
  • inzetten op efficiënter werken
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)