In 10 van de 35 arbeidsmarktregio’s waren er eind april minder WW-uitkeringen dan in maart. De daling was het grootst in deze regio’s:

  • Drenthe (-3,2%, -100 uitkeringen)
  • Regio Zwolle (-2,0%, -110 uitkeringen)
  • Zeeland (-1,6%, -50 uitkeringen)

In 25 regio’s nam het aantal uitkeringen toe. In de volgende regio's steeg het aantal WW-uitkeringen het sterkst:

  • Gooi en Vechtstreek (+3,8%, +120 uitkeringen)
  • Gorinchem (+3,2%, +40 uitkeringen)
  • Helmond-De Peel (+2,8%, +90 uitkeringen)

Het aantal WW-uitkeringen nam in 7 van de 18 sectoren af.  Vergeleken met maart was de daling het grootst in de sectoren:

  • landbouw, groenvoorziening, visserij (-5,4%, -160 uitkeringen)
  • cultuur (-2,9%, -80 uitkeringen)
  • uitzendbedrijven (-2,9%, -840 uitkeringen)

In 11 sectoren steeg het aantal uitkeringen. De toename was het grootst in de volgende sectoren:

  • voeding- en genotmiddelenindustrie (+3,8%, +180 uitkeringen)
  • groothandel (+3,0%, +480 uitkeringen)
  • bank- en verzekeringswezen (+2,8%, +100 uitkeringen)

Net als in de eerste 3 maanden van 2026 waren er in april meer dan 200.000 lopende WW-uitkeringen. Het aantal uitkeringen was hoger dan in april 2024 (170.340) en april 2025 (184.170). In april 2026 steeg het aantal WW-uitkeringen ten opzichte van maart. In dezelfde periode in 2024 en 2025 daalde het aantal uitkeringen juist.

Wilt u meer weten over de landelijke, regionale en sectorale WW-ontwikkeling in april 2026? Of wilt u alle cijfers nog eens op een rijtje zien? Gebruik dan de onderstaande links.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)