Onder WW-ontvangers uit de uitzendbranche vallen zowel uitzendkrachten als medewerkers van een uitzendbureau, zoals intercedenten. Tijdens de coronaperiode in 2020 en 2021 was het aantal WW-ontvangers vanuit de uitzendsector veel hoger. In juni 2020 ging het om ruim 51.000 personen. Vanaf maart 2021 nam het aantal mensen met een WW-uitkering uit de uitzendbranche weer af.  

Van de mensen die in de eerste helft van 2025 de WW instroomden, werkte 14% vóór de WW als uitzendkracht. In dezelfde periode van 2021 was dat nog 18%. 

In de eerste 6 maanden van 2022 was 72% van de uitzendkrachten met een WW-uitkering weer aan het werk toen hun uitkering stopte of kort daarna. Daarna nam het aandeel uitzendkrachten dat vanuit de WW weer aan het werk gaat af, tot 63% in de eerste helft van 2025. Dit aandeel is bijna net zo groot als bij mensen die voor hun WW-uitkering direct in dienst waren bij een werkgever (62%).

Van alle mensen die in de eerste helft van 2021 na hun WW-uitkering weer aan het werk waren, had 28% een baan als uitzendkracht. In dezelfde periode van 2025 is dit aandeel gedaald naar 19%. Mensen gaan vaker direct in dienst bij een werkgever. 

Mensen die na de WW werken met een uitzendcontract, keren vaker terug naar de WW dan personen die direct in dienst gaan bij een werkgever. In de periode 2020 tot en met 2023 ontving 25% van de WW-uitstromers met een uitzendcontract binnen een jaar weer een WW-uitkering. Dit aandeel is kleiner bij personen die direct in dienst kwamen bij een werkgever met een oproepcontract (19%), tijdelijk contract (15%) of vast contract (11%). 

In september 2025 waren er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 434.000 banen op uitzendbasis. Dat is 4,7% van alle werknemersbanen. In februari 2022 waren er nog 521.000 uitzendbanen (5,9%). Het aantal uitzenduren vertoont sinds 2022 een dalende trend. Wel is in 2025 de daling minder groot dan in 2023 en 2024. 

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)