Duurzame inzetbaarheid is veel meer dan alleen het ontzien van oudere werknemers, benadrukt Annet de Lange, bijzonder hoogleraar Duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt aan de Open Universiteit. ‘Het is een blijvende match tussen mens en werk, en die match verandert gedurende iemands loopbaan. Niet alleen mensen veranderen, maar ook het werk dat zij doen.’
Volgens De Lange hebben drie partijen hierbij een rol: de werknemer, de werkgever en de overheid. De werknemer moet zelf kennis en competenties op peil houden, de werkgever biedt ontwikkelingsmogelijkheden en de overheid faciliteert dit met passende regelgeving.
Een veelvoorkomend misverstand is dat duurzame inzetbaarheid gelijkstaat aan ouderenbeleid, zoals extra vrije dagen vanaf 57 jaar. ‘Het begint al bij de start van iemands loopbaan’, zegt De Lange. ‘Het is belangrijk om regelmatig te praten over passend en zingevend werk voor alle leeftijden.’
Werkgevers kunnen gebruikmaken van beschikbare data, zoals de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van het CBS en de Duurzame InzetbaarheidsindeX van TNO. Deze datasets bieden inzicht in fysieke belasting, gezondheid, werk-privébalans en werkdruk, en kunnen – in overleg met de eigenaar van de data – als benchmark dienen voor eigen beleid.
Uit de TNO-index blijkt dat werknemers van 55 jaar en ouder vaker over voldoende kennis en vaardigheden beschikken, terwijl jongeren actiever zoeken naar leermogelijkheden en meer waarde hechten aan zingeving en maatschappelijke bijdrage. Ouderen ervaren vaker gezondheidsbeperkingen, maar gaan beter om met werkgerelateerde spanningen. ‘Deze verschillen vragen om gericht hr- en organisatiebeleid’, aldus De Lange.
Om werknemers zo lang mogelijk met plezier aan het werk te houden, is persoonlijke aandacht cruciaal. De hoogleraar adviseert om hun vakmanschap en autonomie te benadrukken en leermogelijkheden te bieden, bijvoorbeeld via mentorschap of ‘jobcrafting’.
‘Noorwegen kent een sterke overlegstructuur tussen sociale partners, gericht op verzuimreductie, inclusie en langer doorwerken’, weet De Lange, die gasthoogleraar is aan twee Noorse universiteiten. ‘Nederland kan hiervan leren, maar moet rekening houden met het gefragmenteerde mkb-landschap. Pilots in specifieke sectoren of regio’s zijn een goed startpunt.’
De sleutel tot succes ligt in consistentie en geduld. ‘In Noorwegen wordt periodiek gemeten en kennis opgehaald, waardoor interventies voor gezonde werkplekken continu worden doorontwikkeld’, legt De Lange uit. ‘Het is niet van: even een onderzoekje doen en dan weer stoppen.’ Zo ontstaat een goed overzicht van effectieve maatregelen voor duurzame inzetbaarheid.
Dit is een samenvatting van het interview met Annet de Lange, gepubliceerd in het UWV Magazine van december 2025.