Voice-over (VO): De arbeidsmarkt ontcijferd.

Amber van der Most (AM): We hebben een mooi voorbeeld van de metselrobot. Nou, die doet het fantastisch als hij 20 strekkende meter kan metselen. Hetzelfde geldt voor het straten leggen, dat gaat ook fantastisch als het een mooi recht stuk is. Maar dan komen er toch altijd weer vaklieden voor de hoekjes en de gaatjes en de kiertjes en het meer specifieke werk.

VO: Welkom bij de podcast van UWV. Elke maand nemen twee experts je mee naar het verhaal achter de arbeidsmarktcijfers. Wat vertellen die cijfers écht? En wat betekenen ze voor mensen, bedrijven en beleid?

Vincent Durivou (VD): Met deze keer de bouw. AI rukt overal op en verandert beroepen in hoog tempo. Maar wie bouwt onze huizen, bruggen en windmolenparken? Inderdaad, mensen. Bouwberoepen staan dan ook opvallend prominent op de nieuwe lijst met kansrijke beroepen van UWV.

Ik ben Vincent Durivou. Te gast in de studio: Stef Molleman van UWV en Amber van der Most van Stichting Jij in de Bouw en Infra. Welkom.

AM, Stef Molleman (SM): Dank je wel.

VD: Stef, als ik bij jou mag beginnen. Je publiceert met jouw team ieder jaar een lijst met kansrijke beroepen. Vertel eens, wat is dat voor lijst en wat valt jou dit jaar op?

SM: Ja, de lijst kansrijke beroepen publiceren we ieder jaar, zoals je zegt. En dat vinden we ook heel erg belangrijk, om aan te geven: waar zijn nou specifiek die kansen voor werkzoekenden of voor iedereen die daar behoefte aan heeft? Echt de oriëntatie ook op werk. En dat moeten we ieder jaar doen, want de arbeidsmarkt die verandert nogal snel en daarom is het ook zo belangrijk om actueel te blijven daarin en echt goed aan te wijzen: waar zijn nu die kansen?

VD: En die zijn er onder andere in de bouw.

SM: Ja, en dat valt ook zeker op en daar begint de publicatie mee. Er staan geloof ik iets van 35 bouwberoepen op.

VD: Een hele lijst,

SM: Ja, en er zijn nog bouwberoepen bijgekomen zelfs, dus dat is des te opvallender nog. Onder andere bijvoorbeeld metselaars en vroegers … oppermannen – die kenden jullie niet, hoorde ik al.

AM: Mooie term!

VD: Wat zijn dat, toch even heel snel.

SM: Ja, het opperen – het is misschien niet zo bekend – maar dan ben je misschien meer een hulpkracht in de bouw. Bijvoorbeeld bij het straten maken, nou, de stenen klaarzetten of andere klussen doen. Het is geen opperhoofd, wat jullie dachten, dat is het zeker niet.

VD: Nee, maar wel heel essentieel natuurlijk. En het gaat om heel veel mensen die nodig zijn in de bouw.

SM: Ja, zeker. Dus als je een beetje die cijfers daarbij pakt: als je het Economisch Instituut voor de Bouw moet geloven – dat doet daar altijd onderzoek naar – dan moeten er de komende jaren, tot 2029, 75.000 nieuwe krachten bij komen. Dat zou dan gaan om 25.000 zijinstromers die dan nodig zijn om dat op te kunnen vangen. Dat is heel veel.

Dat zijn cijfers. Maar het is ook logisch, als je dat ook naast onze cijfers legt en naast onderzoeken die wij doen. Want als je aan werkgevers vraagt: hoeveel vacatures zijn nu moeilijk vervulbaar binnen jouw organisatie?, dan komt de bouw daar alsnog per sector als nummer 1 uit, qua aandeel moeilijk vervulbare vacatures. Iets van 7 op de 10 zijn al moeilijk vervulbaar, of zo. En dat is echt wel behoorlijk hoger nog dan in andere sectoren. En dat aandeel is ook opvallend genoeg toegenomen, in plaats van – bij andere sectoren – juist afgenomen dit jaar.

VD: Oké. Nou, logisch. Goed dat we hier dus de bouw even erbij pakken.

SM: Zeker.

VD: Alle aanleiding toe. En wat me opviel is dat er op die lijst niet alleen fysieke beroepen staan – je noemde al de metselaars en de voegers – maar ook minder fysieke beroepen. Hoe zit dat?

SM: Ja, je zou kunnen zeggen dat die niet per se een heel grote fysieke prestatie vereisen. Dan kan je denken aan, dat het heet dan UTA-personeel. Een beetje technische term, voor mensen die niet helemaal in de bouw zitten.

VD: Leg uit.

SM: Ja, dan moet je meer denken aan mensen die ook voor een deel op kantoor zitten. Dus dan heb je het bijvoorbeeld over calculatoren, voor bepaalde kostenberekeningen. Of werkvoorbereiders, voor het inkopen van materialen of om andere planningen te maken. Maar ook misschien een heel ander beroep: energieadviseur. Dat zegt jullie misschien ook niet heel veel, maar een energieadviseur die bekijkt bijvoorbeeld een energielabel voor een woning. Of die adviseert over bepaalde duurzaamheidsveranderingen die iemand kan doen.

Dus dat zijn ook interessante dingen, ook voor een brede doelgroep. Daar sluiten we ook als UWV op aan met projecten, uiteraard.

VD: Ook met zijstroomtrajecten, denk ik.

SM: Ja, zeker. En zeker ook voor die energieprestatieadviseurs, zoals het dan zo mooi heet. Ja, dat is – wat ik al zei – voor een brede doelgroep interessant.

VD: Ja, duidelijk. Kansrijke beroepen dus. Zo meteen veel meer daarover.

Eerst naar Amber. Jouw stichting, Jij in de Bouw en Infra. Kersvers. Wat doen jullie precies?

AM: Ja, we zijn in 2025 … op 1 januari 2025 is de stichting officieel opgericht. En wij komen voort uit het stimuleringsprogramma in de Bouw en Infra voor instroom, doorstroom en behoud van vakkrachten – een hele mondvol. En heeft als doel promotie van de sector.

Dus wij hebben een heel groot deel dat daar volop mee bezig is – allerlei programma’s, campagnes. ‘Jij bouwt de toekomst’ is op dit moment aan de gang in Harderwijk, echt gericht op jongeren. Daarnaast hebben we de campagne ‘Jij gaat het maken’ voor scholieren, maar ook heel veel beurzen waar we aanwezig zijn om al vroeg geïnteresseerden naar de bouw en infra te bewegen.

En ik ben specifiek verantwoordelijk voor het loopvermogen, dat is echt een term in de branche.

VD: Het loopvermogen?

AM: Ja, ik moest daar ook aan wennen. Ik kom zelf oorspronkelijk niet uit de bouw en infra, maar ben helemaal verliefd inmiddels op de branche. En het loopvermogen zijn eigenlijk de adviseurs die buiten aan de slag zijn om mensen te interesseren, in dit geval met name zijinstromers, om de overstap te maken.

VD: Oké, dus die lopen het hele land af om mensen die bouw in te trekken.

AM: Ja, klopt.

VD: Een sector waar natuurlijk heel veel te doen is, elke dag in het nieuws:  de grote opgaven.

AM: Ja, weet je: het is heel leuk dat ministers en andere politici beloven dat die huizen er gaan komen, en die wijken. En dat willen wij ook heel graag. Maar daar hebben we wel die 65.000, 75.000 mensen voor nodig, waar het Economisch Instituut voor de Bouw het ook over heeft. En die mensen moeten ergens vandaan komen, dus ook zijinstroom.

VD: Ja, nou dat brengt ons bij de kansrijke beroepenlijst van Stef, zeg ik dan maar even. Wat doen jullie daar nou concreet mee?

AM: Nou, wij kijken daar zeker heel serieus naar. Wij hebben een scholingsfonds. En eigenlijk mensen die interesse hebben in een kansrijk beroep, die kunnen gebruikmaken van onze scholingsvouchers.

En een van de voorwaarden is dus dat kansrijke beroep waar ze op willen instromen. Dus op het moment dat er een nieuwe lijst komt, dan gaan wij kijken – het is een beetje een technisch verhaal - maar er is dan een scholingsregister en dat gaat naar de vaststellingscommissie. Ja, ik heb het allemaal niet verzonnen. Sorry voor al deze termen.

VD: Ik kan je volgen.

AM: En die kijkt met die lijst samen, van: Oké, betekent dat dat er bepaalde opleidingen aan het scholingsregister toegevoegd moeten worden? Want op het moment dat ze in het scholingsregister staan, dan kan je daar een scholingsvoucher voor aanvragen – tot een bedrag van € 5.000.

VD: Zo.

AM: Ja, dat is heel serieus.

VD: En jullie duiken dus meteen op die lijst bij verschijning.

AM: Zeker, want de vaststellingscommissie komt niet zo vaak samen. Dus zodra die er is, dan brengen we hem in om te zorgen dat ze het daarover gaan hebben in hun vergadering.

SM: En dit soort toepassingen, daar kun je dus ook aan denken. Dat is ook breder dan dat. Bij UWV hanteren we ook op een dergelijke manier de lijst. Waar ook onder andere naar gekeken wordt, is: wat zijn nou de kansen op werk? Maar ik moest er wel aan denken: vorige week kreeg ik daar ook een mailtje over, geloof ik. En dat ging er dan over dat ook gevangenissen bijvoorbeeld – weer heel andere toepassingen – ook kijken naar: als iemand de buitenwereld weer instapt, wat kan iemand dan voor werk doen? En kunnen we daar misschien al mensen op voorbereiden?

VD: heel gericht.

SM: Ja, dus die willen ook graag naar die kansrijke beroepen kijken. Van wat voor werk kunnen wij vanuit ondernemers binnen de gevangenismuren halen? En wat kunnen mensen al misschien leren qua vak?

AM: Ja, als ik daarop in mag gaan: wij zijn best wel trots dat wij de afgelopen, nou 12 maanden, ik denk 15 mensen uit de PI hebben opgeleid voor asbestverwijderaar en steigerbouwer, die dus ook daarin gaan werken op het moment dat ze vrijkomen.

VD: Ja, die vallen dus meteen op een kansrijke plek.

SM: Wat mooi.

VD: Hé, Stef zei het al: de bouw blijft mensenwerk. Nou, daar horen we eigenlijk nu tussen de regels door al de voorbeelden van. Dan moeten we het natuurlijk ook hebben over AI. Amber, jij ziet op dat gebied bij jongeren een tweestrijd, heel persoonlijk zelfs.

AM: Ja, dat klopt ja, heel persoonlijk. Mijn dochter is 21, wordt 22 dit jaar, en er wordt in haar vriendenkring druk gediscussieerd over het gebruik van AI en met name de belasting op de planeet die het met zich meebrengt, en het feit dat je kritisch denkvermogen erdoor achteruit zou gaan.

Mijn dochter vertelde mij ook vol trots: Mam, ik heb een verslag ingeleverd zonder ook maar AI aan te raken.

VD: Kijk, oké, dus dat brengt het heel dichtbij.

AM: Zeker.

VD: Als we dan weer een stapje naar achteren zetten: op de bouwplaats, hoe ziet het er daar uit? Nemen de robots het daar over?

AM: Nou, voor zover ik kan zien niet. We hebben een mooi voorbeeld van de metselrobot. Nou, die doet het fantastisch als hij 20 strekkende meter kan metselen. Hetzelfde geldt voor het straten leggen, dat gaat ook fantastisch als het een mooi recht stuk is. Maar dan komen er toch altijd weer vaklieden voor de hoekjes en de gaatjes en de kiertjes en het meer specifieke werk.

VD: Ja.

SM: En als je het dan weer naar een onderzoek betrekt vanuit ons, als je aan werkgevers vraagt: gebruik je daadwerkelijk ook AI? Of ga je AI in de toekomst gebruiken? Of doe je dat al? Dan komt de bouw er wel … die zit dan wel redelijk laag. Samen met bijvoorbeeld ook de horeca. Maar het is ook niet gek natuurlijk. Want het uitvoerende technische werk dat ook veel op een bouwplaats gebeurt, dat is vaak ook lastig over te nemen, natuurlijk. Dat speelt uiteraard bij sommige functies op kantoor, maar natuurlijk veel minder in dat soort functies.

Ik kwam dat dus gisteren tegen. Ik weet niet of jij veel op LinkedIn zit, Amber?

AM: Ja, maar alleen deze week toevallig niet.

SM: Misschien heb je het ook wel voorbij zien komen. Maar ik zag dus gisteren een afbeelding voorbijkomen van een sloopbedrijf. Het heet Sloopbedrijf Kamphuis, als ik me niet vergis. En die hadden een foto van een paar huizen die zij, denk ik, moesten slopen. Met een grote poster of billboard daarop met de tekst: Hé ChatGPT, sloop jij dit huis even voor ons, puntje, puntje, puntje? En dan met daaronder uiteraard de boodschap: Jouw werk is onvervangbaar, we hebben jou nodig. Dus dat illustreert ook wel misschien een beetje waarom we het er nu over hebben. Dus dat vond ik wel een mooie om even te delen.

AM: Ja, ik ken de poster wel, trouwens.

SM: Dat is overigens niet zelf verzonnen, maar ik vond alsnog al leuk dat ze die hadden toegepast

AM: Ja, zeker.

VD: En hoe zit dat dan wel met die kantoorfuncties die we net bespraken?

SM: Ja, daar zou je je kunnen voorstellen dat die ook wel met AI gaan werken en dat dat ook voor hen kan helpen om het nog beter te kunnen doen. De werkvoorbereiders, calculatoren misschien. En er gebeurt ook al uiteraard veel in de bouw, daar denken ze ook zeker over na, hoorde ik gisteren ook weer. Dus dat speelt uiteraard. Maar op die bouwplaats wel minder, denk ik.

AM: Ja, inderdaad, wat jij zegt: op kantoorfuncties wel. Want ja, je kan dingen gewoon efficiënter doen. Maar op de bouwplaats zie ik het weinig. Robotisering, daar zijn ze wel naar aan het kijken, wat daarmee kan gebeuren op de bouwplaats. Maar AI nog niet zo.

VD: Nee. En wat administratieve functies betreft is het zoals overal: het wordt onderdeel van het werk. Maar nog steeds ook daar veel kansrijke beroepen.

SM: Ja, het algemene verhaal, inderdaad.

VD: Ja. Terug naar de lijst met kansrijke beroepen dan. Stef, wat adviseer jij bedrijven nou? Hoe moeten ze die lijst gebruiken? Hoe pak je dat aan als werkgever?

SM: Eigenlijk zou ik zeggen dat de werkgever zelf niet per se dan de doelgroep is daarvoor. Maar wat we wél dus zien, en wat we wel juist als doelgroep voorzien, is juist die loopbaanprofessionals en juist die werkzoekenden zelf die daar iets mee kunnen. En die willen we juist ook een richting bieden. Richting die werkgevers die zo’n grote behoefte hebben aan mensen.

En uiteraard kunnen … Of het nou branches zijn of samenwerkingsclubs of stichtingen, die kunnen uiteraard ook die lijst gebruiken als een soort kapstok, van: oké, in welke beroepen zijn nu kansen en waar zetten wij mogelijk budgetten in? – zoals ik ook net van Amber hoorde. Dat kan uiteraard wél in die samenwerkingen.

VD: Ja, en dan gaat het om instroom, dan gaat het om ook omscholing, bijscholing. Het kan allemaal inspireren.

SM: Uiteraard, daar gaat het om.

VD: Hé, nou focussen we heel erg om de instroom. Maar ja, wat heb je nou aan nieuwe mensen als anderen via de achterdeur het pand weer verlaten? Hoe kijk je daar tegenaan?

AM: Ja, dat is iets wat bij ons veel ook over de tafel komt. We zijn een paritaire organisatie, dus dat betekent dat wij een bestuur hebben dat bestaat uit FNV, CNV en werkgeversorganisaties. En dan gaan we altijd kijken: wie krijgt welke opdracht in de sector? En wij hebben nu wel afgesproken dat wij naar de eerste 24 maanden gaan kijken – dus de nieuwe instroom – en wat kunnen we daarin gaan doen? En eigenlijk komen we dan telkens weer terug op dat het gaat om persoonlijke begeleiding – dus echt het mens-op-mens, het 1-op-1 – dat het daar tekortschiet.

VD: Ook daar dus mensenwerk.

AM: Zeker, zeker. Ja, ja. Want dat is … Als je vraagt: waarom stroom je uit? Dan is het: ja, de cultuur ligt me niet, of ze begrijpen me niet. Of we spreken een andere taal. Dat zijn dingen die we veel terugkrijgen. Ja, en dat kan je alleen oplossen door in gesprek te gaan met elkaar. En daar kan je een leuke cursus voor verzinnen, van: wat is de vaktaal in de bouw? Maar uiteindelijk gaat het om het goede gesprek. En dat is mensenwerk.

VD: Ja, en hoe ziet zo’n begeleiding eruit? Hoe werkt dat in de praktijk? Kun je daar een voorbeeld van noemen?

AM: Ja, nou ja, wat we nu voor ogen hebben – want we doen het nog niet in de praktijk – is dat we echt vanaf het moment van instroom nauw contact houden met de kandidaten en met het bet bedrijf waar iemand instroomt.

En ik kan mezelf zelfs voorstellen dat we op termijn ook … dat bedrijven zichzelf kunnen melden bij ons. Van: ‘Goh, kunnen wij een begeleider krijgen? Want we hebben een zijinstromer of iemand uit een andere cultuur of …’ Nou ja, wat dan ook. En dat nauwe contact zal bestaan uit telefoongesprekken, bezoeken, regelmatig mailen met elkaar. En WhatsApp is natuurlijk heel hip tegenwoordig, hè. Dus veel WhatsAppen ook met elkaar. Dat merken we: dat met name de wat jongere groep, dat die het liefst niet bellen, maar wel via WhatsApp intensief contact onderhouden. Dus daar zal het op neerkomen.

VD: Laten merken dat mensen worden gezien, gehoord.

AM: Ja, vooral dat gehoord worden.

SM: Een stukje dan ook over onboarding. Dus wat je ook breder ziet in alle andere sectoren, is dat … Eigenlijk de grootste uitstroom vindt plaats in het eerste jaar, omdat je het toch niet ziet zitten. En dat kan uiteraard aan de voorkant al afgevangen worden, doordat jij een veel duidelijker beeld hebt: wat is nou precies een functie en wat kan ik überhaupt verwachten – in dit geval om in de bouw te werken? Maar ook dat stukje begeleiding wat daarbij hoort.

En dan is zeker ook aan bouwbedrijven of andere bedrijven … is het daar zaak om daar ook een begeleiding op te zetten en een goed plan te hebben met: hoe kunnen we iemand zich thuis laten voelen bij de organisatie?

AM: Ja, en daar is de druk altijd heel groot. Met name de corporates die krijgen dat wel voor elkaar. Dus de jongens als Heijmans, Dura Vermeer, VolkerWessels – nou, die doen dat heel succesvol, hebben daar heel mooie programma’s voor. Mogen we echt goed naar kijken.

Maar ja, we hebben ook heel veel aannemers ‘op de hoek’, die 15 tot 20 man of 30 man personeel hebben. En daar is dat wat moeilijker voor. En ik hoop dat wij als Stichting Jij in de Bouw en Infra daar een rol kunnen gaan vervullen, om hen daarbij te helpen. En om ook – nou ja, die verwachting aan de voorkant … wij hebben het over promotie van de sector – om ook gewoon het eerlijke verhaal te vertellen.

VD: Oké, dus verwachtingen te managen, zoals dat dan zo mooi heet.

AM: Ja, zeker.

VD: Duidelijk. We hadden het al eerder erover: het is mensenwerk: heel veel mensen nodig. Maar ook goed werkgeverschap is mensenwerk, zou je kunnen zeggen. Dus dat is toch ook de slotsom.

Amber, Stef, dank jullie wel.

SM: Graag gedaan.

AM: Nou, graag gedaan.

VO: Dit was de podcast ‘De arbeidsmarkt ontcijferd’. Abonneren, dat kan via de bekende podcastplatforms. Benieuwd naar nog meer cijfers én verdieping? Kijk dan op arbeidsmarktinformatie. Tot de volgende keer!