Voice-over (VO): De arbeidsmarkt ontcijferd.
Rob Witjes (RW): Als ik een vergelijking mag maken met het weer: het is behoorlijk bewolkt buiten, maar er valt nog geen regen. Dus als je kijkt naar de werkloosheidscijfers, de WW-cijfers, dan valt het eigenlijk reuze mee. Alleen, er zijn wel drie woorden die ik nadrukkelijk centraal wil stellen: onvoorspelbaarheid, onzekerheid en voorzichtigheid.
VO: Welkom bij de podcast van UWV. Elke maand nemen twee experts je mee naar het verhaal achter de arbeidsmarktcijfers. Wat vertellen die cijfers écht? En wat betekenen ze voor mensen, bedrijven en beleid?
Vincent Durivou (VD): Met deze keer de energieprijzen. Aan het begin van de oorlog in het Midden-Oosten waren die hoog, en nu er wordt onderhandeld, dalen ze weer. Wij merken dat aan de pomp, maar wat merkt de arbeidsmarkt ervan? Ik ben Vincent Durivou, naast me in de studio Rob Witjes en Erik Stam van UWV. Welkom.
RW: Dank je wel.
Erik Stam (ES): Dank je wel.
VD: Om bij jou te beginnen, Rob. Je bent hoofd Arbeidsmarktinformatie en advies en betrokken bij de kersverse arbeidsmarktprognoses. Het wereldtoneel: wat is het effect van de gebeurtenissen daar op de prognoses?
RW: Wij brengen ieder jaar arbeidsmarktprognoses uit, meestal begin juni. Daarbij baseren we ons op de voorspellingen van het Centraal Planbureau, het zogeheten Centraal Economisch Plan, dat in maart werd uitgebracht. Maar sinds 28 februari is er toch wel wat veranderd in de wereld. Dus zijn er ook aanvullende scenario's gemaakt. Wat we dit jaar hebben gedaan, samen met SEOR en Bureau Louter, is kijken hoe die arbeidsmarkt eruitziet voor dit jaar, volgend jaar en het jaar daarna. Rekening houdend met het oorspronkelijke scenario van het Centraal Planbureau, én met een scenario dat heel somber is – waarin het bij wijze van spreken zou kunnen escaleren en ontsporen. We hebben dus eigenlijk twee uiterste scenario's tegen elkaar afgezet.
VD: Je gaat er niet per se van uit dat dat somberste scenario heel realistisch is, maar je wilt het wel in kaart brengen.
RW: Ja, waarschijnlijk kom je ergens tussen het een en het ander uit. Maar het is goed om in kaart te brengen wat er op de arbeidsmarkt zou gebeuren als het somberste scenario toch waarheid wordt.
VD: Je zou kunnen zeggen: we zitten er nu ergens tussenin. Wat zijn de cijfers die daarbij horen?
RW: Eigenlijk zitten we nog heel ver van dat somberste scenario. Ik hoop ook dat het geen werkelijkheid wordt. Als je vraagt wat we er nu van merken op de arbeidsmarkt, dan zeg ik – als ik een vergelijking mag maken met het weer: het is behoorlijk bewolkt buiten, maar er valt nog geen regen. Als je kijkt naar de werkloosheidscijfers, de WW-cijfers, dan valt het eigenlijk reuze mee. Alleen, er zijn wel drie woorden die ik nadrukkelijk centraal wil stellen. We hebben te maken met een ontzettend hoge mate van onvoorspelbaarheid, vooral als gevolg van de geopolitieke situatie. Dat leidt tot onzekerheid, zowel bij werkgevers als bij werknemers: wat gaat er gebeuren? En dat leidt vervolgens tot voorzichtigheid. Werkgevers zijn wat minder geneigd om vacatures open te stellen. En werkenden – zeker mensen die een baan hebben – zijn wat voorzichtiger om van baan te wisselen. Er zit dus ook emotie bij, naast het feit dat we te maken hebben met een economie die niet meer zo groeit als de afgelopen jaren.
VD: Onzekerheid blijft, de situatie is hoe je het ook wendt of keert heel fragiel. Stel nou dat die situatie toch weer verslechtert?
RW: Dan kun je de scenario's uit de kast pakken. In het basisscenario – het is natuurlijk al wat onrustiger in de wereld – zien we dat er banenkrimp plaatsvindt in de industrie. Ook de groothandel heeft er last van, want die is heel gevoelig voor de wereldhandel. En in de financiële dienstverlening zien we het aantal banen ook dalen, maar dat heeft een andere oorzaak: dat zit meer in de toepassing van technologie. Als het toch gaat escaleren, dan zie je een grote krimp in de banen bij de industrie – de energie-intensieve sectoren. Maar dan krijgen we er ook last van in de consumentensectoren, omdat de koopkracht echt onder druk komt. Mensen voelen zich onzeker. Dat betekent minder banen in de horeca en detailhandel. Je zou ook minder uitzendbanen zien, want die zitten vooral in de industrie. En wat opvallend is: in het basisscenario groeit het aantal banen in transport en logistiek nog behoorlijk, maar dat gaat meteen naar nihil als het somberste scenario waarheid wordt.
VD: Dat gaat dan de industrie achterna.
RW: Ja. Maar laten we wel zijn: er zijn natuurlijk ook sectoren die gewoon blijven groeien. De komende jaren verwachten we ongeveer 90.000 extra banen in de zorg. De ICT blijft groeien, en ook de specialistische zakelijke dienstverlening, zoals onderzoeks- en organisatiebureaus en advocatenkantoren. Het is eigenlijk een heel wisselend beeld: van banenkrimp of stagnatie tot aanhoudende groei. Ik kan wel zeggen dat de verschillen tussen sectoren groter zijn dan we de afgelopen jaren gewend waren.
VD: Onzekerheid is hoe dan ook het kernwoord. Over naar jou, Erik. Je bent arbeidsmarktadviseur voor de regio Noord-Holland-Noord: de kop van Noord-Holland, West-Friesland, de regio Alkmaar. Vat ik het zo goed samen?
ES: Ja, prima.
VD: Zo meteen wil ik graag de loep leggen op jouw regio, maar eerst even uitzoomen. Het rapport met de prognoses zegt, simpel gezegd: de ene regio is de andere niet. Wat valt jou op als je naar Nederland kijkt als een verzameling van regio's?
ES: Je ziet dat de ontwikkeling van de banen echt afhankelijk is van de opbouw van de werkgelegenheidsstructuur in de verschillende regio's. En die is in elke regio verschillend. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het zuiden, naar de Limburgse regio's, dan zie je dat daar veel meer banen zijn in de energie-intensieve sectoren. Die hebben dus meer last van de hoge energieprijzen. Kijk je meer richting Amsterdam en het Gooi, dan is de dienstensector veel groter. En die heeft veel minder last van die hoge prijzen. Daar is de prognose ook wat makkelijker te maken: we zien dat de ramingen met hoge en lage energiekosten er veel minder uit elkaar lopen, en dat de banen er op korte termijn sterker groeien dan bijvoorbeeld in de zuidelijke regio's.
VD: Grote verschillen dus.
ES: Absoluut.
VD: Terug naar jouw regio dan, Noord-Holland-Noord. Wat valt daar op?
ES: Noord-Holland-Noord is een regio met een behoorlijk diverse opbouw van de werkgelegenheid. Eigenlijk zijn alle sectoren wel vertegenwoordigd. Dat betekent ook dat de invloed van de hoge energieprijzen relatief beperkt is – als geheel. Er zijn wel sectoren waar dat anders ligt. We hebben ook industrie in Noord-Holland-Noord, die is beïnvloed. De bouw, idem dito. Wat we ook als grote sector hebben, is de landbouw. En dat is een beetje een aparte bij ons in de regio. Landbouw wordt over het algemeen gezien als heel energie-intensief. Maar juist in Noord-Holland-Noord heb je veel meer te maken met wat we noemen open teelt: veel gras, koeien, en bollenteelt op de open grond.
VD: Geen kassen.
ES: Geen kassen, zoals je in het Westland bijvoorbeeld wel hebt. Daardoor is de energiebelasting in de agrarische sector in onze regio wat kleiner dan je op basis van het gemiddelde zou verwachten.
VD: Wat zijn andere sectoren waar je de loep op wilt leggen?
ES: Een hele belangrijke, waar je niet omheen kunt, is de zorgsector. Dat is verreweg de grootste sector in de regio, dus de meeste werkgelegenheid. Ook oververtegenwoordigd, zoals we dat noemen: er werken naar verhouding veel mensen in de regio in de zorg. En het is qua percentage, en daarom ook qua volume, de grootste groeisector voor de komende jaren. De vraag naar zorgpersoneel zal in Noord-Holland-Noord dus groot blijven, misschien wel groter worden dan die op dit moment is. Een andere is de detailhandel, die Rob net al noemde. De detailhandel heeft op verschillende manieren te maken met die hoge energieprijzen. Aan de ene kant moeten er spullen geleverd worden en dat kost energie, winkels moeten draaiende gehouden worden. Aan de andere kant: op het moment dat mensen minder te besteden hebben, stellen ze vooral de wat duurdere uitgaven langer uit. Je zou kunnen zeggen: de koelkast vullen ze wel, maar een nieuwe koelkast kopen stellen ze nog even uit. Dat zie je dus in een aantal sectoren, zoals horeca en detailhandel, terug.
VD: En hoor je ook dat daar nu al de gevolgen van merkbaar zijn?
ES: Ja, je ziet inderdaad in winkelstraten dat winkels gaan sluiten. Je ziet sowieso de laatste tijd een verschuiving van kleinere naar grotere winkels: er werken meer mensen in de detailhandel in de grotere winkels, en het aantal grote vestigingen, zeker in de non-food, groeit ook steeds. Dus dat soort verschuivingen zie je absoluut.
VD: Terug naar de onderhandelingen. Er wordt gepraat – dat is een positief teken, maar niets is nog echt concreet. Het zijn bijna dagkoersen. Het valt een beetje tussen de twee scenario's in, concludeerden we net al. Aan de ene kant zie je dat de werkloosheidscijfers van het CBS in juni stabiel blijven op zo'n 3,9 procent. Maar aan de andere kant: ons RvB-lid Judith Duveen van UWV zei het laatst ook bij de presentatie van de prognoses – door de onvoorspelbaarheid zijn werkgevers voorzichtiger bij het aannemen van personeel en het doen van investeringen. Rob, wat hoor jij van werkgevers?
RW: Het is inderdaad meer de angst, die dan leidt tot voorzichtigheid. Je ziet wel dat het aantal vacatures inmiddels is afgenomen, maar zoals ik eerder zei: als je puur naar de cijfers kijkt, valt dat reuze mee. Kijk je bijvoorbeeld naar de conjunctuurenquête, waar onder andere het CBS en de Kamer van Koophandel bij aangesloten zijn, dan heeft in april 30 procent van de ondernemers aangegeven de tarieven en verkoopprijzen de komende maanden te gaan verhogen. Dat was een kwartaal eerder nog 20 procent. Dus je ziet die onvoorspelbaarheid, onzekerheid en voorzichtigheid terug. Maar in de concrete cijfers zie je het niet. We zien het ook nog niet, zeg ik eerlijk, aan de cijfers over collectieve ontslagen of faillissementen. De werkloosheidscijfers zijn op dit moment nog laag. Het aantal WW-uitkeringen is wel toegenomen, maar niet substantieel. De verwachting is toch wel, als je kijkt naar de economische ontwikkeling en alle onzekerheden, dat het aantal WW-uitkeringen dit jaar zal toenemen, met ongeveer 10 procent ten opzichte van vorig jaar. Maar we hebben nog steeds een arbeidsmarkt waarin heel veel kansen zijn. Mensen die een baan verliezen, doen er wat langer over om een nieuwe baan te vinden, maar over het algemeen slaagt men er wel in om binnen afzienbare tijd weer aan het werk te komen.
VD: En Erik, zie je regionaal hetzelfde beeld?
ES: Ja, in Noord-Holland-Noord zie je hetzelfde. De vraag naar personeel is nog steeds groot, die neemt wel iets af, dus de krapte wordt iets minder. Maar over het algemeen zijn de kansen voor werkzoekenden nog steeds goed. Wat ook meespeelt: voor de vacatures ben je niet alleen afhankelijk van groei, van uitbreiding. Een heel groot gedeelte van de vacatures, misschien wel 80 procent, ontstaat omdat mensen van baan veranderen. Het aantal vacatures zal de komende jaren dus waarschijnlijk hoog blijven, en daarmee ook de vraag naar personeel.
VD: Even toch weer over die onzekerheid. Ik noemde net al Judith Duveen, ons RvB-lid. Zij zei ook, en ik citeer: 'Juist nu is het belangrijk dat overheid en werkgevers blijven investeren in om- en bijscholing. Alleen zo kunnen werkgevers, werkenden en werkzoekenden wendbaar en toekomstbestendig blijven.' Rob, een eerste reactie?
RW: Daar kan ik het alleen maar 100 procent mee eens zijn. Maar dan hebben we het niet alleen over de geopolitieke onzekerheid en onvoorspelbaarheid. Er speelt natuurlijk veel meer. Erik noemde net al de vervangingsvraag, en de vergrijzing die alleen maar sterker gaat worden – de demografische factoren. En technologische ontwikkelingen: je kunt bijna geen nieuwsmedium meer openslaan of er wordt gewaarschuwd voor banenverlies door AI, terwijl we daar nog niet echt veel bewijs voor hebben. Ook dat wakkert de angst en onzekerheid aan. En laten we wel zijn: in de kabinetsplannen zijn de nodige ambities uitgesproken, op het gebied van technologie, klimaat en energie, veiligheid – en dan noem ik ook nog de zorg, het onderwijs, de kinderopvang en de bouwopgave. Met een afnemende groei van de beroepsbevolking – die krimpt niet, maar er is de komende jaren minder aanwas van mensen die kunnen en willen werken – krijg je de opgave dat het arbeidsaanbod steeds meer de economie gaat bepalen en begrenzen. Er moeten dus meer keuzes gemaakt worden: waar zetten we mensen op in? En dat betekent ook dat mensen zich moeten blijven ontwikkelen om die wendbaarheid te vergroten. Want de onzekerheid is groot en er verandert zo ongelooflijk veel op de arbeidsmarkt.
VD: En is dat alleen een taak van de werkende en de werkzoekende, of ook van werkgevers?
RW: Het is breed. Eigenlijk heeft iedereen die in dit veld een bijdrage kan leveren daar een rol in. Werkgevers ook. Laat ik een voorbeeld noemen: als een werkgever nu zegt 'het gaat wat minder en ik voel die onzekerheid' – investeer dan juist in het behoud van mensen. Daar zou ik voor willen pleiten. Want straks komt die krapte in alle hevigheid weer terug. Als je nu denkt 'ik ga afslanken' of 'ik neem afscheid van mensen', kun je daar misschien nog wel spijt van krijgen. Dus ik zou zeggen: investeer in het behoud van mensen en zorg dat je ze op een goede plek kunt houden.
ES: Ik denk dat het ook heel belangrijk is om te realiseren dat de inhoud van het werk voor heel veel mensen die op dit moment aan het werk zijn, in de komende jaren zal veranderen. Daar ligt een gezamenlijke taak voor de mensen die aan het werk zijn en voor de werkgevers: zorgen dat mensen daarin mee kunnen groeien, zich kunnen ontwikkelen. En op het moment dat dat niet kan – en daarmee sluit ik aan bij wat Rob zegt – dat er dan een andere plek wordt gevonden in het bedrijf waar die mensen wel kunnen werken. Juist die ontwikkeling, onder andere onder invloed van AI, zal echt een grote verandering teweegbrengen. Los van de geopolitieke ontwikkelingen.
VD: Goed, afrondend. Onzekerheid troef, ik noemde net al de dagkoersen. Elke dag sla je de krant open en kan het weer een andere kant op vallen. Toch: als we werkgevers op dit moment iets van houvast willen geven, wat zou jouw advies zijn, Erik?
ES: Het grote advies zou zijn: wees trots en blij op je personeel, en probeer dat te koesteren. En op het moment dat je nieuw personeel zoekt: kijk niet per se naar de persoon die jouw bedrijf heeft verlaten, maar naar de taken die uitgevoerd moeten worden, en probeer daarop te selecteren. Dan heb je kans dat je in een net iets grotere vijver kunt vissen en is de kans op een match ook net even iets groter.
RW: Als ik daarop mag aansluiten: de krapte kan wel iets afnemen, maar die is nog steeds groot. We zien uit onderzoek dat werkgevers in beperkte mate bereid zijn om takenpakketten aan te passen of functie-eisen te verlagen. Ik geloof er echt in dat er veel meer mogelijk is dan waar werkgevers nu op inzetten. Kijk dus ook naar andere doelgroepen. En verder, aansluitend op wat Erik zegt: het investeren in je mensen is op dit moment misschien wel belangrijker dan ooit, omdat er zoveel uitdagingen op werkgevers afkomen. Het verleden heeft uitgewezen dat als het wat minder gaat, werkgevers toch de neiging hebben contracten niet te verlengen, uitzendkrachten naar huis te sturen en misschien toch afscheid te nemen van personeel. Dus denk er heel goed over na – niet alleen in het hier en nu, maar kijk ook wat verder. De komende jaren heb je bepaalde mensen echt heel hard nodig.
VD: Duidelijk. En afsluitend: we praten over de economie en de arbeidsmarkt, dat is ook jullie werk natuurlijk. Maar laten we ook gewoon hopen op rust in het Midden-Oosten, voor iedereen – ook voor de mensen die daar wonen en leven. Erik en Rob, dank jullie wel.
RW en ES: Graag gedaan.