Voice-over (VO): De arbeidsmarkt ontcijferd.

Jena de Wit (JW): Want wat wij dan wel onder de oppervlakte zien, is dat die krapte inderdaad wel afneemt, maar dat er wel echt specifieke functies zijn waarvoor nog echt enorme tekorten zijn.

VO: Welkom bij de podcast van UWV. Elke maand nemen twee experts je mee naar het verhaal achter de arbeidsmarktcijfers. Wat vertellen die cijfers écht? En wat betekenen ze voor mensen, bedrijven en beleid?

Vincent Durivou (VD): Met deze keer: de krapte op de arbeidsmarkt. De een ziet dat hij afneemt, de ander verwacht juist meer problemen. Wie heeft er nou gelijk? In de studio Freek Kalkhoven, arbeidsmarktadviseur bij UWV. Welkom.

Freek Kalkhoven (FK): Dank je.

VD: Ja, dalers, stijgers. Kun je ons eens meenemen: wat zeggen de cijfers over de toekomst van de krapte?

FK: Ja, dat zal ik doen. Wij als UWV hebben werkgeversonderzoek uitgevoerd in het najaar van 2025. Dan vragen we ook aan werkgevers: wat verwachten jullie nou van de moeilijk vervulbare vacatures, oftewel van de krapte, voor het komend jaar? En nu geeft aan dat ongeveer 21% van de werkgevers verwacht dat het moeilijker gaat worden om vacatures te gaan vervullen.  Je kan twisten over: is dat veel of weinig?

VD: Maar wat wás het? 

FK: Ja, wat we in ieder geval zien is dat het in 2024 29% was en in 2021 was het 61%. Dus dat cijfer, dat pessimisme eigenlijk, dat daalt eigenlijk.

VD: Dus nou ja, duidelijke cijfers zou je zeggen. Dus de krapte loopt terug.

FK: Ja, dat zou je wel kunnen stellen … tenminste, zou je kunnen dénken. Ook als je de nieuwsberichten leest. Je hebt veel berichtgeving over reorganisaties, faillissementen ook. Natuurlijk dingen als: AI neemt het werk over.
We zien ook daadwerkelijk dat de werkloosheid licht aan het oplopen is. CPB verwacht voor 2026 dat dat door blijft gaan, die oplopende werkloosheid. UWV verwacht ook dat dat zo is, met het aantal WW-uitkeringen dat uit gaat komen op 208.000 aan het eind van dit jaar. 

Dus we zien wel dat de krapte iets afneemt, dat er iets meer aanbod is van werkzoekenden. Dus ja, het zou best kunnen dat de komende jaren de krapte verder gaat dalen, maar het is niet het hele verhaal. 

VD: Oeh, dat maakt nieuwsgierig.

FK: Het zijn echt heel duidelijke sectorale verschillen. Als ik weer teruggrijp naar het werkgeversonderzoek, dat uitvraagt van: wordt het nou moeilijker om vacatures te vervullen?, dan zie je heel duidelijk verschillen tussen sectoren. 

Lage aandelen zie je bijvoorbeeld bij de financiële dienstverlening, bijvoorbeeld bij banken, of bij ICT. Daar denkt 10% dat het volgend jaar, of komend jaar eigenlijk, moeilijker wordt om vacatures te vervullen. Maar er zijn ook heel veel sectoren, zoals de bouw, de zorg, het onderwijs – daar verwachten veel meer werkgevers dat het lastiger gaat worden.

Dus je ziet echt duidelijke verschillen. Dat wordt bevestigd door een andere bron, door het ROA. Dat doet onderzoek naar de krapte binnen verschillende beroepsgroepen. Die stellen eigenlijk: in 32 beroepsgroepen wordt het de komende jaren lastiger om mensen te vinden. De krapte neemt daar toe. Dat zien ze vooral in de techniek, in de zorg, in het onderwijs, maar ook in specifieke beroepen zoals chauffeurs en koks. Maar tegelijkertijd zien zij ook dat in andere beroepen de krapte juist wat af gaat nemen. Dus dat zijn administratieve beroepen, managers, ICT’ers. 

Kortom, het heeft bijna geen zin meer om iets over de arbeidsmarktkrapte als totaal te voorspellen. Het gaat echt om die sectorale verschillen tussen beroepen die heel duidelijk zijn. Dat is heel belangrijk om te onthouden. 

VD: Ja, dat zijn de cijfers. Laten we eens kijken naar de praktijk. In de studio ook Jena de Wit, senior beleidsadviseur bij werkgeversvereniging AWVN. Welkom. 

JW: Dank je wel. 

VD: Eerst even toch in het kort, wat doet die AWVN nou precies?

JW: AWVN, de grootste werkgeversvereniging van Nederland sinds 1919, mag ik wel zeggen. Wij zijn eigenlijk actief op alles wat met het hr-domein te maken heeft, dus eigenlijk de factor arbeid voor werkgevers. Wij adviseren, gidsen en inspireren werkgevers in Nederland op dat terrein en daarnaast beïnvloeden wij ook beleid op dat vlak.

VD: Oké, nou over dat beleid komen we zo zeker te spreken. Maar even naar die toenemende krapte in bepaalde sectoren. We hoorden net het verhaal van Freek. Wat hoor en zie jij nou precies bij jullie leden, bij de werkgevers? 

JW: Wij spreken onze leden individueel in netwerken. Maar daarnaast voeren wij ook ledenonderzoeken uit. En dan zien wij bijvoorbeeld dat eigenlijk gewoon het aandeel werkgevers dat nog steeds te maken heeft met de krapte op de arbeidsmarkt, enorm hoog is. Als je dan kijkt naar vorig jaar, dan heb je het over 82% van de werkgevers die tekorten ervaart voor specifieke vacatures.

En dat is ook wel gelijk het sleutelwoord. Want wat wij dan wel onder de oppervlakte zien, is dat die krapte inderdaad, precies zoals Freek aangeeft, wel afneemt. Maar dat er wel echt specifieke functies zijn waarvoor nog enorme tekorten zijn.

VD: Ja, dus we zoomen eigenlijk steeds verder in. 

JW: Exact. 

VD: Van de markt in het algemeen, naar de sectoren, naar de functies. 

JW: We gaan van een zeer krappe arbeidsmarkt naar gewoon een krappe arbeidsmarkt. Want ja, helaas is de arbeidsmarkt nog steeds krap te benoemen. 

VD: En om wat voor functies gaat het dan, bijvoorbeeld? 

JW: Het grappige vind ik dan dat bijvoorbeeld Freek nu aangeeft: ICT neemt af. Maar wij zien juist, als we kijken naar, gewoon eigenlijk over de volle breedte, dat aan de ICT-functies in alle sectoren echt een enorm tekort is.
Tegelijkertijd zie je ook wel dat bepaalde functies verdwijnen, ook door de implementatie van AI en andere technologische innovaties. Bijvoorbeeld ook bij de banken. Maar tegelijkertijd, ook daar geven zij aan: we zijn nog steeds naarstig op zoek naar onder anderen ICT-medewerkers.

En dan gaat het bijvoorbeeld niet meer om de mensen die kunnen coderen, maar die begrijpen hoe coderen werkt. Zodat zij die output vanuit AI goed op waarde kunnen schatten. 

VD: Ja, en nog andere functies waar je aan denkt als je krapte ziet?

JW: Nou, zeker technische functies. Die staan echt met stip op één bij elk ledenonderzoek wat wij uitvoeren. En dan met name ook op mbo-niveau, en helaas – want ja, alle werkgevers zijn daar echt naar op zoek – met ook wel de nodige werkervaring.

VD: Ja, nou is het verhaal de laatste tijd ook dat voor jongeren er minder functies dreigen te komen. 

JW: Dat past inderdaad bij het beeld dat werkgevers met name op zoek zijn naar mensen met werkervaring. Dat is natuurlijk tweeledig. Als je op bepaalde functies echt tekorten hebt, dan wil je eigenlijk het liefst iemand die zo snel mogelijk meters kan maken. En daarnaast heb je natuurlijk ook door de implementatie van AI – ja, dan moet je iemand hebben met ervaring die die output op waarde kan schatten. Daar kan je eigenlijk geen junior op zetten. Maar tegelijkertijd zijn er ook zat functies waar echt mensen die net van de opleiding afkomen, die net gediplomeerd zijn, echt heel goed aan de bak kunnen. 

VD: En dat is weer de ervaring van de toekomst. 

JW: Exact, wij roepen onze leden ook echt zeker op om ook daarin te blijven investeren. Want op het moment dat je nu inderdaad helemaal geen mogelijkheden hebt voor die jongeren, dan heb je dadelijk een gat.

VD: Ja. En even, we hebben het over de toekomst van de krapte. Hoe kijken jullie leden aan tegen die toekomst? Houden ze rekening met een verdere toename? 

JW: We zien wel dat het aandeel werkgevers dat verwacht dat die krapte toeneemt – in ieder geval het tekort aan personeel, want zo hebben wij hem uitgevraagd – dat het voor hen toeneemt, dat neemt wel af. Maar nog steeds is er een best wel fors aandeel dat verwacht dat die krapte blijft bestaan. Slechts 10% van de werkgevers verwacht dat dat af zal nemen. 

VD: Oké, serieuze cijfers dus. 

JW: Zeker. 

VD: Terug naar jou, Freek. Want hoe komt het nou dat specifieke sectoren – en zelfs functies, horen we net – juist méér problemen ervaren en verwachten dan anderen? 

FK: Ja, ik denk dat je de krapte op de arbeidsmarkt naar sector het beste kan voorspellen eigenlijk aan de hand van drie dominante ontwikkelingen, drie dominante trends. 

De eerste is economie. Je hebt gewoon te maken met sommige sectoren … die zijn, noemen we dan met een moeilijk woord, conjunctuurafhankelijke sectoren. Dat betekent eigenlijk: die reageren heel snel op economische ontwikkelingen. 

Je ziet nu bijvoorbeeld dat de industrie behoorlijke klappen krijgt. Dat heeft natuurlijk te maken met handelsspanningen, met eerder opgelegde tarieven, afhankelijkheid van Duitsland ook – hoe het daar gaat met de economie en met de industrie. Oorlogen, om maar even iets te noemen. Dus daar zie je dat de arbeidsmarkt al wel wordt geraakt. 

Dat zie je ook wel bij de financiële diensten, wat ik net zei, de banken, ICT. Dat daar toch ook reorganisaties nu al gaande zijn. Een best wel onzekere toekomst, zou je kunnen zeggen.

Andere sectoren zijn ook afhankelijk van de economie. Denk aan de handel, de detailhandel bijvoorbeeld. Daar zien we nu niet echt dat er heel grote problemen ontstaan. Maar dat zou nog wel in de toekomst kunnen gaan spelen natuurlijk, als het slechter gaat met de economie.

Zelfde geldt voor de transport en logistiek. Nu nog echt een tekortsector, maar wie weet dat dat toch om gaat slaan. Dus dat is één aspect, die economie. 

VD: Ik zie intussen Jena knikken. Herken je dit? 

JW: Nou ja, ook ter aanvulling, want er zijn natuurlijk verschillende economische ontwikkelingen.
Wat we bij de detailhandel bijvoorbeeld echt heel erg zien, is dat we enorme loonstijgingen hebben gehad. En die marges zijn vrij klein. Dus je merkt ook bij de organisaties en de sectoren waar de marges klein zijn, dat die ook wat meer onder druk zijn komen te staan. Ook door de loonkostenontwikkeling. 

VD: Oké, dat is de economie. 

FK: Ja, dus de economie. Een andere heel belangrijke is de demografie, de demografische ontwikkeling. Dus: hoe is de bevolkingssamenstelling in Nederland? Hoe gaat die zich de komende jaren ontwikkelen?
Dan wordt vaak gekeken naar vergrijzing. En dat is ook logisch. Denk aan de zorg. Dat is de grootste sector van arbeidsmarkten. Je ziet daar dat de patiënten ouder worden. Complexere zorg wordt verwacht de komende jaren. En je hebt ook nog eens te maken met het vergrijzende personeelsbestand. Dus dat is eigenlijk een dubbele vergrijzing. Dus dat zorgt er wel voor dat er extra druk komt te staan op vacatures en de zorg. 

VD: Want er stromen ook mensen uit door pensionering. 

FK: Ja, dat zien we bijvoorbeeld ook bij de overheid. Ook uit ons werkgeversonderzoek. Overheidswerkgevers verwachten eigenlijk de grootste problemen de komende tijd rond de uitstroom van mensen met een pensioenleeftijd. Dus daar zie je heel duidelijk die vergrijzing.

Waarin je je ook niet moet vergissen, is dat ontgroening ook wel een rol speelt. Er wordt eigenlijk nog best wel weinig over gesproken. In de horeca bijvoorbeeld. De horeca in Nederland is voor ongeveer de helft afhankelijk van jongeren tussen de 15 en 25 jaar. En juist die groep gaat tot 2040, zeggen demografen, krimpen met 8%. Dus ja, dat gaat ook niet de krapte oplossen. In tegendeel, het maakt het waarschijnlijk alleen maar lastiger.

VD: Is ontgroening ook een thema binnen de AWVN? 

JW: Ja, zeker. We zien dat bij verschillende sectoren echt een rol spelen. Want weliswaar blijkt nu uit cijfers dat jongeren minder snel een baan vinden. Maar als je kijkt naar specifieke sectoren en functies, denk aan de zorg en de techniek – daar maken werkgevers zich enorm zorgen over de uitstroom vanuit de opleidingen. Die neemt gewoon af, terwijl die behoefte enorm groot is. Ook gezien de vergrijzing die Freek net noemde. 

VD: Ja, wat kunnen we daaraan doen? 

JW: Het kabinet gaat kijken naar het meer doelmatig opleiden, dus vanuit werkgeversperspectief is dat natuurlijk heel erg fijn. Maar het is maar de vraag of dat uiteindelijk meer instroom gaat opleveren.

VD: Ja, krijgen we die mensen naar de scholen toe? 

JW: Exact. 

VD: Ja, dat over de demografie, denk ik. 

FK: Ja, prima. Eigenlijk een hele belangrijke, dat zijn de maatschappelijke opgaven. Dus wij als Nederland maken … de politiek vooral maakt bepaalde politieke keuzes, waar wij als samenleving … die wij belangrijk vinden.
En dat is bijvoorbeeld meer huizenbouw. Dus de bouwopgave waar we met z'n allen voor staan. Dat legt natuurlijk extra druk op de bouwsector, die nu al te maken heeft met enorme personeelstekorten. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor veiligheid. Kijk naar defensie, hoeveel extra mensen er nodig zijn. 

VD: Een heel apart hoofdstuk eigenlijk nog. 

FK: Ja, daar hebben we het de vorige keer over gehad in de podcast, geloof ik. Dus over de enorme vraag naar het defensiepersoneel. 

En denk ook aan de kinderopvang. Dus de plannen om kinderopvang bijna gratis te maken. Ik bedoel, tel maar uit wat er dan gaat gebeuren. Dat is best wel een risico. De extra vraag naar kinderopvang die gaat ontstaan. Extra druk die op de medewerkers komt te liggen, die nu al overbelast zijn.

Dus dat zijn allemaal politieke keuzes. We willen van alles, als maatschappij. En dat betekent ook extra personeel. Maar ja, dat betekent dus ook dat die krapte iets structureels kan gaan worden in sommige sectoren. 

VD: Ja. Die maatschappelijke opgave, Jena, is dat ook iets wat jij terug hoort van werkgevers?

JW: Wij zien dat vooral ook terug in de cijfers. Want wat bij ons natuurlijk altijd naar voren komt – we zijn natuurlijk wel een werkgeversvereniging – is die arbeidsproductiviteit. Want jaarlang hebben we gewoon economische groei kunnen bewerkstelligen door meer mensen aan het werk te zetten. Je hoort het Freek al zeggen: dat is eigenlijk geen optie op dit moment. We hebben gewoon te maken met een enorm krappe arbeidsmarkt, al behoorlijk wat jaren. En de verwachting is dat die ook niet zomaar voorbij is. 

Dus we moeten echt kijken naar die technologische innovaties om het allemaal voor elkaar te krijgen. Enerzijds om die krapte dus tegen te gaan, maar ook om die arbeidsproductiviteit dus te verhogen. Om ook die maatschappelijke kosten die we met z'n allen belangrijk vinden, zoals het goede zorgsysteem wat wij hebben, maar inderdaad ook genoeg huizen kunnen bouwen, die verduurzaming in Nederland – dat is gewoon echt essentieel. 

VD: Maar hoe gaan we dat oplossen? Stel dat we inderdaad aankijken tegen structurele krapte in bepaalde sectoren. Je noemde net al even: technologie. Ik denk ook meteen aan AI, maar ook een onderwerp als migratie. Hoe zien jullie de
oplossingen daarin? Jena, om met jou te beginnen. 

JW: Er is gewoon geen heilige graal. Eerlijk is eerlijk, als die er was geweest, hadden we het natuurlijk al lang toegepast. Wat wij ook aangeven is dat je eigenlijk aan alle knoppen moet draaien. Het is een en-en-en verhaal. Dus kijk én naar het arbeidspotentieel in het buitenland, maar kijk ook naar die technologische innovaties. Het anders organiseren van werk. Kunnen we roosters op een andere manier vormgeven? 

Dat alles tezamen zorgt ervoor dat we uiteindelijk wel het werk met minder mensen kunnen doen. 

FK: En bovendien denk ik ook: het investeren in technologie of AI, dat kan natuurlijk voor grote bedrijven wat makkelijker dan kleine mkb'ers. Dus ik neem aan dat je dat misschien ook wel bij AWVN ziet, dat de kleine ondernemers, de kleine werkgevers … dat het toch niet heel makkelijk is om de arbeidsproductiviteit te verhogen door middel van technologie. 

JW: Klopt, er zitten ook enorme verschillen gewoon in de werkzaamheden zelf. Een kapper die kan niet zomaar sneller gaan knippen met behulp van AI bijvoorbeeld. Maar tegelijkertijd zien we ook: voor de mkb’er heb je natuurlijk ook de brancheorganisaties, die kunnen daar ook echt een rol in spelen. En die doen dat vaak ook al. Maar je hebt helemaal gelijk. Het is gewoon niet voor elke werkgever de oplossing. Dus daarom zeggen wij ook: aan alle knoppen draaien.

FK: En inderdaad, je noemde bijvoorbeeld de kapper. Maar dat is natuurlijk ook wel interessant. Want je kan op heel veel taken en functies AI inzetten, maar op heel veel andere taken wil je dat misschien als maatschappij ook niet. Dus de kapper is ook ondenkbaar, dat binnen de komende jaren die taken worden overgenomen. Maar hetzelfde geldt ook misschien wel in de horeca. 

Dus het is ook een soort maatschappelijke wens. Wat wil je precies met AI? Ja, er zijn heel veel mogelijkheden. Maar het is niet de oplossing, wat Jena al zegt. 

VD: We zien niet morgen overal bedienende robots verschijnen in cafés en restaurants.

FK: Nou ja, AI wordt volgens mij wel ingezet, ook in de horeca. Maar echt die service, die dienstverlening – volgens mij blijft dat gewoon een menselijk aspect. Maar misschien klink ik een beetje als een boomer nu. Die over vijf jaar totaal geen gelijk meer heeft.

VD: We gaan het zien, we houden je eraan. En we hadden het al even over migratie. Zit daar nog een oplossing? Nou ja, wellicht voor een deel. De Nederlandse bevolking groeit volgens mij nu puur door migratie. Dus als we geen migranten zouden hebben, zou de Nederlandse bevolking krimpen. Dus het kan zijn dat er extra arbeidspotentieel inderdaad de komende jaren ontstaat vanuit migratie. Waar wij wel bij zeggen dat de arbeidsdeelname, dus de participatie onder migranten, wat lager ligt dan onder de autochtone bevolking. Het is niet zo dat de nieuwe Nederlanders volledig alle vacatures zouden kunnen vervullen. Dat is nog wel een verschil. 

VD: Jena? 

JW: Ik vind het wel belangrijk om hierbij op te merken dat er echt wel een verschil is. Want eigenlijk wordt er meestal over arbeidsmigranten als één grote hoop gesproken. Waarbij dan ook de vluchtelingen en dergelijke worden meegerekend. Maar je hebt natuurlijk ook de kennismigranten. En daarvan kan je niet zeggen dat de arbeidsdeelname laag is, want die komen juist om te werken naar Nederland.

FK: De expats bedoel je dan? 

JW: De expats, exact. Dus dat vind ik nog wel goed om hier even bij te benadrukken. 

VD: Ja, daar zouden we meer van kunnen verwachten nog in de toekomst. 

JW: Dat is een beetje ook afhankelijk natuurlijk van de overheidspolitiek. Maar we zien wel dat heel veel bedrijven die gewoon niet het personeel kunnen vinden in Nederland, daarna uitwijken. 

FK: Misschien klopt mijn beeld niet, maar ik denk bij expats vaak ook aan hoogopgeleide ICT'ers of ingenieurs. Dan denk ik niet zo snel aan mbo-verpleegkundigen bijvoorbeeld, waar we de grootste tekorten hebben. 

JW: Nee, niet mbo-verpleegkundigen, maar bijvoorbeeld wel technici. Die komen ook via de expatregeling. Er ligt toch een deel van de oplossing. 

VD: Afrondend, even concreet. Jena, werkgevers hebben mensen nodig. We hebben het er net over gehad. Wat raden jullie ze nou aan? Hoe krijgen ze die mensen naar binnen? 

JW: Er is voor niet elke werkgever gewoon één heilige graal, zoals ik al eerder aangaf. Dus kijk ook echt binnen je organisatie van: wat heb ik nodig?
Maar kijk ook zeker naar de mensen die er al zitten. Kunnen die eventueel doorstromen naar bepaalde functies? Kunnen die via een opleiding naar de functies die je uiteindelijk nodig hebt doorstromen? Zorg ervoor dat – als je inderdaad AI gaat implementeren en je moet afscheid nemen van mensen, omdat functies zodanig veranderen dat je bepaalde beroepen minder nodig hebt – dat je die mensen ook meekrijgt. Want niet alleen zorg je dan eigenlijk ook voor je eigen arbeidsaanbod, voor je toekomstige functies – dus echt strategische personeelsplanning – maar je zorgt er ook gewoon voor dat die mensen goed op hun plek blijven zitten. Je investeert in een leven lang ontwikkelen en uiteindelijk gaat daarmee ook de productiviteit omhoog. 

VD: Dus niet alleen werven, maar ook mensen behouden. 

JW: Exact. 

VD: Dank je wel. 

JW: Graag gedaan.

VO: Dit was de podcast ‘De arbeidsmarkt ontcijferd’. Abonneren, dat kan via de bekende podcastplatforms. Benieuwd naar nog meer cijfers én verdieping? Kijk dan op uwv.nl/arbeidsmarktinformatie. Tot de volgende keer!