Dit artikel is onderdeel van een drieluik over de arbeidsmarkt. Hoe voorkomen we werkloosheid? En moeten we ons zorgen maken over de cijfers? Drie vakbondsleiders delen hun visie. Dit is deel 2.

Vooral in de horeca en de detailhandel is er sprake van een uitgesteld corona-effect, zegt Fortuin. ‘De hoge energierekening en de forse kostenstijging van grondstoffen doen ook een duit in het zakje. En je ziet dat horeca en winkels soms de deuren moeten sluiten vanwege personeelskrapte, dan kunnen ze de verloren omzet ook niet goedmaken.’ Maar ondanks de hoge inflatie wordt er nog steeds veel geld uitgegeven in Nederland. ‘We hebben met z’n allen bijvoorbeeld meer sinterklaasuitgaven gedaan dan ooit tevoren. En de werkloosheid is nog steeds heel laag. In kan me herinneren dat in februari 2020, bij de uitbraak van de coronapandemie werkloosheidscijfers werden voorspeld van 500.000 tot 600.000 mensen. Dankzij de uitgebreide steun is de werkloosheid zeer beperkt gebleven. En ik ken zelfs bedrijven waar het nu iets minder gaat, maar die de mensen toch in dienst houden, omdat ze in deze tijden van krapte geen arbeidskrachten willen verliezen.’

'We staan voor grote maatschappelijke uitdagingen, maar onze ambities lopen vast door tekort aan materiaal en mensen'

Ook opvallend vindt Fortuin dat er meer bedrijfssluitingen zijn dan faillissementen. ‘Mensen die zien dat het financieel niet goed gaat met hun bedrijf kiezen op tijd eieren voor hun geld. Ze weten dat ze na een bedrijfssluiting waarschijnlijk toch weer vrij gemakkelijk aan het werk komen.’ Wellicht zal de economie nog wat verder afkoelen en de werkloosheid ook de komende tijd mondjesmaat oplopen. ‘Maar ja, ik ben geen econoom. Werkloosheid is ons probleem op dit moment niet. Veel groter probleem is de potjes-dekseltjes-kwestie.’ Ofwel: de mismatch tussen vraag en aanbod. ‘We staan voor een aantal grote maatschappelijke uitdagingen op het gebied van klimaat en energie, maar onze ambities lopen vast door een tekort aan materiaal en mensen.’ Mbo’ers zijn de motor van onze samenleving, zegt Fortuin, maar te weinig jongeren kiezen voor een mbo-opleiding. ‘Terwijl het leren van een vak op een mbo-school een grote maatschappelijke waarde heeft. Veel mensen vergeten ook dat je met een mbo-opleiding een prima boterham kunt verdienen. Een loodgieter verdient per uur meer dan een communicatiemedewerker, om maar een voorbeeld te noemen. Er zou meer waardering en meer aandacht voor moeten zijn. Die hele kwalificatie van ‘middelbaar’ en ‘hoger’ zou gewoon afgeschaft moeten worden. Laten we voortaan spreken van praktische en theoretische opleidingen.’