Ron Meyer is politicus en vakbondsbestuurder. Van 2006 tot 2022 was hij gemeenteraadslid en fractievoorzitter namens de Socialistische Partij (SP) in Heerlen. Sinds 2022 leidt hij het Nationaal Programma Heerlen-Noord.

Goudbruine krakelingen liggen opgestapeld op het lage, diepdonkerbruine eikenhouten tafeltje in mijn ouderlijk huis. Ze steken mijn ogen uit en doen me watertanden. Had ik te diep geslapen en was ik vergeten dat het kerstavond was? Of, nóg gekker, was ik mijn eigen verjaardag vergeten? Waarom lagen die goudbruine jongens anders zomaar voor het grijpen?

Begin jaren negentig van de vorige eeuw bezocht juf Susanne ons gezin. Inmiddels is ze schoolleider op twee basisscholen in Heerlen, maar vijfendertig jaar geleden was ze nog beginnend docent op rooms-katholieke Basisschool De Wegwijzer in de Heerlense wijk Zeswegen. Mijn zusje Dayenne, een meisje met goudblond haar, zat bij haar in de klas. Een keurige leerling. Ze deed goed haar best en haalde prima cijfers.

‘Dayenne was verlegen, stond niet graag in de belangstelling en zocht graag mijn nabijheid op’, vertelt juf Susanne als ik haar dit jaar spreek. ‘Als jonge juf vond ik het spannend om in mijn eentje bij mensen naar binnen te gaan, maar bij jullie niet. Ik herinner me de liefdevolle ontvangst. Het was gezellig en volgens mij heeft Dayenne me haar slaapkamer laten zien, daar was ze trots op. Ik herinner me ook de gesprekken, waarin je vader de leiding nam en je moeder wat op de achtergrond bleef.’ 

In Heerlen ontlenen we grootsheid aan ons lijden. Zelfs als we dat lijden alleen kennen van horen zeggen. Daarin vormen we misschien een soort mini-Rotterdam: zeiken op onze eigen stad is volkssport nummer één en iedereen mag het doen, behalve als je accent onthult dat je uit de Limburgse provinciehoofdstad komt.

Heerlen – Coriovallum volgens de Romeinen – kent een indrukwekkende geschiedenis van vallen en opstaan. Om de paar jaar duikt een nieuwe gevallen Romein op die de nieuwste oudste Heerlenaar blijkt te zijn. Op een kruispunt van belangrijke Romeinse wegen werd in 63 na Christus (zeven jaar vóór het Colosseum!) een badhuis gebouwd. Het zou vier eeuwen in gebruik blijven, om daarna eeuwen in de vergetelheid te raken. Wij Heerlenaren herontdekten het in 1935, begroeven het weer en verstopten het vanaf 1977 in een veredelde loods. Coriovallum werd Landsfort Herle in de middeleeuwen en vele eeuwen later motor van de mijnstreek, hoofdstad van de energievoorziening.

Daarnaast is het de geboortestreek van het betaald voetbal. Niet in Amsterdam, Rotterdam of Eindhoven, maar in de mijnstreek werd het betaald voetbal opgericht: Fortuna ’54 in Geleen en Rapid ’54 in Heerlen. De eerste betaaldvoetbalclub van Limburg die landskampioen (1956) zou worden, was officieel geregistreerd in Heerlen: Rapid JC.

Aan het einde van die eeuw groeide Heerlen uit tot heroïnehoofdstad. Marcia Luyten schreef hierover in Het geluk van Limburg: ‘Geen stad in Nederland viel zo snel zo diep als Heerlen. De hoogste dichtheid aan bontjassen in de jaren vijftig, de grootste armoe twintig jaar later.’ 

Wat heeft dit allemaal in vredesnaam met UWV te maken? Wie z’n mensen niet echt kent, kan z’n werk nooit goed doen. Wie niet weet wat mensen motiveert of juist remt, zal hun vertrouwen niet snel winnen. Laat staan een succesvol publiek dienaar zijn. In de 14 wijken van Heerlen-Noord is 31% van de volwassenen laaggeletterd. In diezelfde wijken koesteren inwoners bovengemiddeld veel wantrouwen in de instituten. De hoogste notering geldt voor ons wantrouwen in de medemens. Ik kan een heel artikel wijden aan alle negatieve noteringen, die allemaal een historisch verklaarbare oorzaak kennen. Maar het zou de enorme schoonheid, doe-het-zelfmentaliteit en extreem grappige taalhutspot met bijbehorende zelfspot enorm tekort doen. Wie onder onze vernislaag durft te krabben, ontdekt een geweldige stad met ongekende creativiteit en kwaliteit.

Eind april krijg ik een berichtje van Roy Kramer, landelijk manager van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. ‘Zat net bij een lezing van Nobelprijswinnaar Heckman. Hij zei: ‘Huisbezoeken zijn goedkoper dan voorschool en hebben heel veel effect’, schrijft hij. Kramer is een van de Haagse ambtenaren die een lezing van hoogleraar James J. Heckman bezocht. Hij is niet vies van het zoeken naar invalshoeken en inzichten die tot doorbraken kunnen leiden. Daags erna stuurt hij me onderzoeken en papers van Heckman.

Ik lees: Home visiting is a cost-effective game-changer for child outcomes. James J. Heckman has researched programs in Jamaica, Ireland, and China and seen similar patterns of children who are involved in a home visiting program to have better health and career stability later in life, higher verbal abilities, and better ability to stay on task.

Het is géén hogere wiskunde. Kent een docent een leerling goed genoeg zónder huisbezoek? Kan UWV presteren zónder het gezicht bij een naam te kennen? Kan de gemeente zónder gesprek aan de keukentafel? Uit SEO-onderzoek bleek dat grofweg 48% van de ontwikkeling van kinderen beïnvloed wordt door de thuissituatie, 29% door de wijk waarin ze wonen en 23% door de school waar ze op zitten.[1]

Waarom denken onze instituten dan dat kennis van die omstandigheden niet nodig is? Dat een loket ergens in een afgrijselijk kantoor een efficiënt alternatief is voor een persoonlijk gesprek? Waarom vergeten zij zo vaak dat vertrouwen begint met menselijk contact, een hand, een kopje koffie en, doe eens gek, een krakeling? 

En ja, ‘eropaf’ kost tijd en energie. Zeker. Het kost echter nog veel meer tijd en energie als onze mensen zichzelf en onze instituten te veel herkennen in I, Daniel Blake. In deze film van de onvolprezen Ken Loach worden goedwillende mensen vermalen in een systeem van sluipmoordende institutionele bureaucratie en afstandelijkheid. 

Wie wil dat mensen samenwerken, wacht niet af, maar gáát eropaf. Zoals juf Susanne deed. Persoonlijk. Met oprechte interesse en een krakeling. Zo’n goudbruine, waaraan alleen de gedachte al een mens doet watertanden.

[1] Weel, B. ter, Bussink, H. & Hartgerink, M. (2025). Kansenongelijkheid in Nederland. SEO Economisch Onderzoek.

Dit opiniestuk verscheen eerder in UWV Magazine van september 2026. Ga naar een pdf van het hele magazine.