Jochen Mierau pleit al jaren voor een andere kijk op gezondheid en arbeid. In zijn ogen dragen werkgevers, overheid, uitvoeringsorganisaties en wetgever gezamenlijk verantwoordelijkheid voor gezonde arbeidsomstandigheden. Mierau, hoogleraar Economie van de Volksgezondheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelt dat werknemers nu vaak ziek worden gemaakt door dezelfde economie die afhankelijk is van hun inzet.
Deze boodschap krijgt extra gewicht door maatschappelijke ontwikkelingen. Nederland vergrijst, de arbeidsmarkt blijft krap en het ziekteverzuim neemt toe. Tegelijkertijd zijn de verschillen in gezondheid groot. Laagopgeleide mannen leven gemiddeld tot hun 56e jaar in goede gezondheid, hoogopgeleiden tot hun 71e.
De kern van Mieraus betoog is dat gezondheid moet worden gezien als een vorm van kapitaal. ‘Als je iets wil produceren, heb je enerzijds fysiek kapitaal nodig: machines, computers, dat soort dingen. Maar je hebt ook mensen nodig om die apparaten of gereedschappen te gebruiken, en die moeten gezond genoeg zijn om dat te doen.’
Volgens hem zijn er nog altijd sectoren waarin werknemers schade oplopen door hun werk. Dat is niet alleen slecht voor de betrokken medewerkers, maar uiteindelijk ook voor de samenleving en de economie.
Mierau vindt dat werkgevers veel meer moeten investeren in duurzame inzetbaarheid. ‘We moeten een manier van produceren vinden waarbij iedereen eigenlijk fluitend het pensioen kan halen’, zegt hij. ‘Te vaak kijken we nu bijvoorbeeld naar mensen in de bouw met het idee dat het moeilijk wordt voor hen om door te werken tot aan hun pensioen. Nee, die mensen moeten dat gewoon net als iedereen kunnen.’
Oplossingen ziet hij onder meer in omscholing van oudere werknemers en de inzet van ondersteunende technologie, zoals exoskeletten in de bouw. Tegelijkertijd signaleert hij dat sommige bedrijven hun verdienmodel nog steeds baseren op lage lonen of beperkte bescherming van werknemers.
Ook voor UWV ziet Mireau een belangrijke rol. Wanneer herhaaldelijk werknemers van hetzelfde bedrijf uitvallen en in re-integratietrajecten terechtkomen, zou volgens hem niet alleen naar de werknemer gekeken moeten worden. ‘Als je steeds van hetzelfde bedrijf mensen krijgt die moeten re-integreren op de arbeidsmarkt, dan moet je het gesprek aangaan met dit bedrijf.’
De belangrijkste oproep van de hoogleraar is gericht aan de politiek. Volgens hem wordt er veel gesproken over preventie en gezondheid, maar ontbreekt vaak echte verantwoordelijkheid. Gezondheidsdoelen zouden daarom wettelijk moeten worden vastgelegd.
Zonder wettelijke verplichtingen blijven werkgevers die willen investeren in gezonde arbeidsomstandigheden kwetsbaar, denkt hij. Wie hogere lonen betaalt of betere voorzieningen biedt, loopt het risico door concurrenten te worden ingehaald die dat niet doen. ‘Daarom is wettelijk ingrijpen zo verschrikkelijk belangrijk – het creëert een gelijk speelveld, zodat gezond werkgeverschap geen concurrentienadeel meer is.’
Volgens Mierau levert investeren in gezondheid niet alleen voordelen op voor werknemers, maar voor de hele samenleving. ‘Mensen worden namelijk minder vaak ziek als er beter voor ze wordt gezorgd.’ Voor gemeenten betekent dit: minder mensen die een beroep doen op de bijstand en minder maatschappelijke problemen door armoede en ongelijkheid.
Naast grote stelselwijzigingen ziet hij ook mogelijkheden voor kleinere stappen. Werkgevers kunnen investeren in gezonde voeding, tijdige omscholing en betere arbeidsomstandigheden. Ook moeten signalen van uitval serieuzer worden genomen. ‘Zie dit niet als losstaand hr-probleem, maar als aanwijzing dat er iets structureel mis is.’ Uiteindelijk draait het in Mieraus optiek om een eenvoudige ambitie: werk zo organiseren dat mensen gezond blijven gedurende hun hele loopbaan.
Dit is een samenvatting van een interview met Jochen Mierau uit UWV Magazine van september 2026. Ga naar een pdf van het hele magazine.