Elke golf van technologische adoptie kent een kantelpunt. Bij AI lijkt dat punt nu bereikt. Het aandeel werkgevers dat AI in redelijke of hoge mate inzet verdubbelde in één jaar: van 16% naar 32%. Het aandeel dat AI helemaal niet gebruikt zakte van 60% naar 34% procent. ‘Dit wijst’, zegt Eskes, ‘op een structurele versnelling. Organisaties die eerder afwachtten, voelen nu de druk om te bewegen.’
Die versnelling is niet gelijkmatig over sectoren. De sectoren informatie en communicatie lopen ver voorop: 42% van de werkgevers daar gebruikt AI al in hoge of zeer hoge mate. Specialistische zakelijke dienstverlening (16%) en financiële instellingen (13%) volgen op afstand. Aan het andere uiteinde staan horeca, bouw, detailhandel en het geheel van sociaal werk, jeugdzorg en kinderopvang – sectoren met relatief weinig computergestuurd werk, waar de meerwaarde van AI minder direct zichtbaar is.
Maar ook in die sectoren neemt het gebruik toe. En de verwachtingen voor de komende vijf jaar zijn in vrijwel alle sectoren hoog: 62% van de werkgevers verwacht AI dan in redelijke of (zeer) hoge mate in te zetten, tegenover 34% nu. Eskes wijst op de betekenis van die verwachtingskloof. ‘Organisaties die nu nog nauwelijks werken met AI, verwachten binnen vijf jaar een enorme inhaalslag te maken. Dat is een ambitie die vraagt om voorbereiding - van werknemers, leidinggevenden en de organisatie als geheel. Die voorbereiding is er nu nog onvoldoende.’
Die tekortschietende voorbereiding is precies de kern van het probleem dat het onderzoek blootlegt. Van de werkgevers die AI nu al inzetten, begeleidt 39% hun werknemers daar niet bij. Van de werkgevers die AI nog niet gebruiken maar dat over vijf jaar wel verwachten te doen, bereidt 62% hun personeel daar nu nog helemaal niet op voor.
‘Werknemers experimenteren ondertussen al, ook zonder kaders of toestemming van hun werkgever’, stelt Eskes. CBS-onderzoek laat zien dat bijna de helft AI gebruikt (43%). ‘Organisaties lopen achter de feiten aan. En dat is niet zonder risico.’ Werknemers die zonder begeleiding AI-tools inzetten, kunnen onbewust gevoelige informatie delen, AI-uitkomsten overnemen zonder die kritisch te toetsen, of onderling sterk uiteenlopen in hoe ze technologie gebruiken. ‘Dat is een kwaliteits-, veiligheids- en compliance-risico tegelijk’, zegt Eskes. ‘Zeker in sectoren waar veel met persoonsgegevens wordt gewerkt – denk aan de zorg, het onderwijs en de overheid – is dat een serieus aandachtspunt.’
Werkgevers die hun medewerkers wél begeleiden of voorbereiden op AI-gebruik, doen dit vooral op informele manieren. Bijna negen op de tien (89%) laten werknemers van elkaar leren over AI. Ruim driekwart (79%) stimuleert medewerkers om zelf te experimenteren. Meer formele instrumenten worden minder ingezet. Denk aan richtlijnen en afspraken (68%), trainingen en cursussen (65%) en pilotprojecten (56%).
Er is ook een patroon naar bedrijfsomvang. Grotere organisaties kiezen vaker voor formele structuren: richtlijnen, trainingen, pilots. Kleinere werkgevers leunen meer op informeel leren. ‘Dit sluit aan bij wat we weten over kennisdeling in kleinere organisaties’, zegt Eskes. ‘Maar het is ook kwetsbaarder. Bij informeel leren is er minder systematische borging van wat goed en veilig gebruik inhoudt. En als de collega die weet hoe het werkt vertrekt, verdwijnt kennis met diegene mee.’
Bijna de helft van de werkgevers (49%) verwacht dat de scholingsbehoefte van werknemers de komende vijf jaar verandert door AI. Een vergelijkbaar aandeel (45%) verwacht dat andere vaardigheden nodig worden. Opmerkelijk is welke vaardigheden dat zijn. ‘AI maakt juist menselijke vaardigheden belangrijker’, zegt Eskes. ‘Kritisch denken, samenwerken, communiceren, aanpassingsvermogen. Dat zijn de competenties die steeds meer gevraagd worden, omdat AI taken overneemt die voorspelbaar en routinematig zijn.’
Dat vraagt om een fundamentele herijking van veel scholingsbeleid, denkt Eskes. Opleidingen in bijvoorbeeld de verpleging en techniek volstaan nog prima. Maar als AI taken binnen functies structureel verandert, dan zullen sommige vakgerichte opleidingen daarop moeten inspelen. Drie op de tien werkgevers verwacht dat functies de komende vijf jaar sterk zullen veranderen. Al betekent dit zelden dat een functie verdwijnt – het betekent dat de inhoud van het werk verschuift.
Een veelgehoorde verwachting is dat AI personeelstekorten kan verlichten. De onderzoeksdata nuanceren dat beeld fors. Slechts 19% van de werkgevers verwacht dat AI personeelstekorten zal voorkomen of verminderen. En hoewel steeds meer werkgevers verwachten dat functies sterk veranderen (van 23% vorig jaar naar 29% nu), zijn de verwachtingen over baanverlies relatief laag: slechts 10% verwacht dat banen zullen verdwijnen door AI.
Eskes plaatst dat in breder perspectief. ‘AI vervangt voorlopig geen mensen in grote getalen. Maar het verandert wel wat mensen doen. De echte arbeidsmarktuitdaging zit in de mismatch die dreigt te ontstaan: als werk verandert door AI en werknemers zich niet kunnen mee-ontwikkelen, groeit de kloof tussen wat werkgevers vragen en wat mensen kunnen aanbieden. Dat is een serieus structureel risico.’
Dat risico is niet gelijkmatig verdeeld. Werknemers in sectoren die AI snel omarmen en die hun medewerkers goed begeleiden, bouwen nieuwe competenties op. Werknemers in sectoren of organisaties waar AI ongericht wordt ingezet, of waar scholing achterblijft, raken achterop. ‘De ontwikkelingen bijhouden wordt daarmee steeds meer een kwestie van kansen en ongelijkheid op de arbeidsmarkt’, zegt Eskes.
Voor professionals die werken op het snijvlak van arbeidsmarkt, scholing en organisatieontwikkeling zijn de bevindingen meer dan beschrijvend – ze hebben gevolgen voor beleid. De snelheid van AI-adoptie vraagt om actuele kennis van wat er in organisaties werkelijk gebeurt. De kloof tussen gebruik en begeleiding vraagt om gerichte interventies: van werkgevers zelf, maar ook van A&O-fondsen, brancheorganisaties, opleiders en overheid.
‘De uitdaging is niet om organisaties te overtuigen dat AI belangrijk is’, zegt Eskes. ‘Die overtuiging is er al. De uitdaging is om te zorgen dat de implementatie verantwoord en effectief verloopt, dat werknemers worden meegenomen, dat vaardigheden worden ontwikkeld, dat de risico’s van ongeleide adoptie worden beperkt. Dat is precies waar kennisprofessionals het verschil kunnen maken.’ Helaas ziet Eskes ook dat veel implementaties niet lukken, omdat AI wordt ingezet voor onderwerpen waarvoor het minder geschikt is. Juist digitale geletterdheid kan dit verbeteren.
Ga naar de publicatie: AI-gebruik blijft stijgen, begeleiding blijft achter