Nederland viert dit jaar 125 jaar sociale zekerheid. Een mijlpaal die dwingt tot vooruitkijken. In het kader van het jubileumjaar vonden twee bijeenkomsten plaats: één over jongeren en sociale zekerheid, en één over hoe het stelsel er in 2050 uitziet. Samen legden ze een fundamentele vraag op tafel: hoe blijft een stelsel dat in de vorige eeuw is gebouwd, relevant in een wereld die sneller verandert dan het beleid kan bijhouden?

Tijdens de bijeenkomst ‘Jongeren en de Sociale Zekerheid’ in het Amsterdamse Tobacco Theater werden video-interviews getoond met jongeren. Wat je hoort: twijfel en onzekerheid, maar ook veerkracht. Het is meer dan verlevendiging – het is een direct signaal aan beleidsmakers.

De cijfers uit de SER Jongerenverkenning ’t Tij Keren bevestigen dat beeld. 57 procent van de jongeren geeft aan te weinig te verdienen om goed rond te komen. Eén op de vijf jongeren met een flexibel contract is ontevreden over de werksituatie. Door die onzekerheid stellen jongeren plannen als samenwonen of kinderen krijgen uit. Wat in beleid soms wordt gezien als een tijdelijke fase, is voor veel jongeren een langdurige situatie.

In de panelgesprekken werden de pijnpunten persoonlijk. Ihab Laachir van JongPIT vertelde hoe jongeren met een beperking niet alleen student zijn, maar ook hun eigen begeleiding moeten regelen – van aangepast lesmateriaal tot extra tentamentijd. Bijverdienen naast een uitkering leidt soms onbedoeld tot kortingen, waardoor meedoen als een financieel risico voelt. De conclusie: praat niet óver jongeren, maar mét jongeren.

Dat het ook anders kan, bewees de interactieve toeslagentool: een hulpmiddel dat samen mét mbo-studenten is ontwikkeld. Na afloop gaven jongeren aan direct hun zorgtoeslag te willen aanvragen zodra ze achttien worden. Betrokkenheid leidt tot begrip en vertrouwen.

Waar de ene bijeenkomst inzoomde op de directe leefwereld van jongeren, zoomde de startbijeenkomst op het Ministerie van SZW juist ver uit. Strategen van UWV, het ministerie, Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) en het Centraal Planbureau (CPB) stelden gezamenlijk de vraag: hoe ziet sociale zekerheid eruit in 2050? Rudy van Belkom (STT) benadrukte dat technologie vaak sneller gaat dan beleid.

Het CPB schetste in het rapport Kiezen voor later vier toekomstscenario’s: Markt,
Autonoom, Samen en Duurzaam. Van een samenleving met meer eigen
verantwoordelijkheid en minder overheid tot een wereld met sterke collectieve
voorzieningen en actieve overheidssturing. Geen voorspellingen, maar hulpmiddelen
om beleidskeuzes te doordenken.

Centraal daarbij staat wat het CPB het trilemma van de sociale zekerheid noemt: beleid is een constante afweging tussen inkomensbescherming, activering richting werk en eenvoud in de uitvoering. Meer van het een gaat vrijwel altijd ten koste van het ander. Deelnemers ervoeren dat direct toen ze werkten met de stelling: ‘Het stelsel van sociale zekerheid in 2050 is eenvoudig voor burgers en uitvoering.’ Betekent ‘eenvoud’ een sober, uniform stelsel? Of juist lokaal maatwerk waarbij de menselijke maat voorop staat?

De bijeenkomsten verschilden in focus, maar de gemene deler is duidelijk. Of het nu gaat om de jongere die vastloopt in regels rondom bijverdienen, of de strateeg die worstelt met het trilemma van bescherming, activering en eenvoud: het stelsel moet kunnen meebewegen.

De inzichten van jongeren – over mentale gezondheid, flexibiliteit en bestaanszekerheid – zijn daarbij onmisbaar. Zij zijn de generatie die in 2050 de arbeidsmarkt draagt. Wie nu een toekomstbestendig stelsel wil ontwerpen, kan niet om hun perspectief heen.

De twee bijeenkomsten markeren het begin van het jubileumjaar. De opgehaalde inzichten vormen het vertrekpunt voor een bredere dialoog over de toekomst van de sociale zekerheid, waarbij het perspectief van jongeren een centrale plek krijgt.

Lees hier meer over alle activiteiten voor '125 jaar sociale zekerheid'