Kruimelpad
Duur van een zwangerschaps- en bevallingsverlof
Uw zwangerschaps- en bevallingsverlof duurt minimaal 16 weken. Het verlof gaat in tussen 6 en 4 weken vóór de dag na de uitgerekende datum (de vermoedelijke bevallingsdatum). U mag zelf bepalen op welke dag binnen deze periode het verlof begint. Tijdens dit verlof krijgt u een zwangerschaps- en bevallingsuitkering.
Stel dat u bent uitgerekend op 19 januari. De dag na de uitgerekende datum is 20 januari. U kunt het verlof dan laten ingaan tussen 6 en 4 weken voor 20 januari, dus tussen 9 en 23 december.
Na de bevalling heeft u altijd recht op minimaal 10 weken bevallingsverlof.
UWV informeert bij de gemeente wanneer u bevallen bent. U hoeft ons dus niet te informeren.
De baby is te vroeg geboren (uw zwangerschapsverlof is nog niet begonnen)
Stel dat de baby wordt geboren voor uw zwangerschapsverlof is begonnen. In dat geval begint uw verlof op de dag na de geboorte. Uw verlof duurt in deze situatie in totaal 16 weken.
De baby wordt vroeger geboren
Stel dat het zwangerschapsverlof is ingegaan 6 weken vóór de dag na de uitgerekende datum. Maar de baby komt 1 week vroeger dan die datum. Het verlof duurt in deze situatie in totaal 16 weken: 5 weken vóór en 11 weken na de bevalling.
De baby wordt later geboren
Stel dat het verlof is ingegaan 6 weken vóór de dag na de uitgerekende datum. Maar de baby komt 1 week later dan die datum. Dan duurt het verlof in totaal 17 weken: 7 weken vóór en 10 weken na de bevalling.
Tijdelijk contract loopt af tijdens zwangerschapsverlof
Heeft u een tijdelijk contract dat afloopt tijdens het zwangerschapsverlof? Dan loopt uw verlof door. De einddatum van uw verlof verandert dus niet door de beëindiging van uw contract. De uitkering wordt dan niet meer aan de werkgever betaald, maar direct aan uzelf. Na afloop kunt u mogelijk een WW-uitkering krijgen. Bent u ziek na uw verlof? Dan kunt u een Ziektewet-uitkering aanvragen. Meldt u zich daarvoor tijdig bij UWV.

