Banenkrimp in de jeugdzorg, herstel werkgelegenheid in de kinderopvang

geplaatst op 16 februari 2016

De decentralisatie van de jeugdzorg gaat de komende jaren naar verwachting zorgen voor verdere krimp van het aantal banen in de sector.

UWV gaat uit van een afname van 2.900 werknemers tussen 2015 en 2018. Dit staat in een vandaag verschenen rapport over de arbeidsmarktontwikkelingen in de sectoren welzijn, jeugdzorg en kinderopvang. In de kinderopvang verwacht UWV herstel van de werkgelegenheid. Dit komt onder andere door de verhoging van het budget voor de kinderopvangtoeslag per 1 januari 2016. 

Veranderingen in de jeugdzorg 

Met de nieuwe Jeugdwet is de jeugdzorg per 1 januari 2015 anders georganiseerd. Door decentralisatie valt de zorg onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Tussen 2013 en 2015 gingen er zo’n 3.000 banen verloren in de sector als gevolg van lagere budgetten. De banenkrimp zet naar verwachting de komende jaren door. Tussen 2015 en 2018 gaat het om een daling van ruim 2.900 werknemers, een krimp van tien procent. Door de krimp zijn de baankansen voor jeugdzorgmedewerkers beperkt. Bovendien wordt er in toenemende mate samengewerkt in sociale wijkteams. Dit betekent dat werk dat eerder alleen door jeugdzorg werd gedaan nu ook breder kan worden aanbesteed. 

Steeds betere kansen in de kinderopvang 

Door kostenmaatregelen van de overheid, de economische crisis en een geboortedaling daalde het gebruik van kinderopvang de laatste jaren. Hierdoor nam het aantal werknemers tussen 2011 en 2014 af met 23 duizend (-24 procent). Prognoses van de sector gaan ervan uit dat er in 2016 voor het eerst weer sprake is van groeiend aantal banen in de kinderopvang. Tussen 2015 en 2018 wordt een toename van 9 duizend werknemers voorspeld (+12 procent). De verhoging van de kinderopvangtoeslag per 1 januari 2016 speelt hierbij een belangrijke rol. Het kabinet trekt 290 miljoen extra uit voor de reguliere kinderopvangtoeslag. Daarnaast speelt de aantrekkende economie een rol. Doordat steeds meer ouders werk vinden wordt er naar verwachting vaker een beroep gedaan op formele kinderopvang.

De kinderopvang biedt voornamelijk werk aan pedagogisch medewerkers in kinderdagverblijven en in de buitenschoolse opvang. Er werken ongeveer 74 duizend werknemers in de branche. De sector wordt nu nog gekenmerkt door een groot aantal werkzoekenden. Door de verwachte banengroei zal het aantal vacatures groeien. Vooral de vraag naar gespecialiseerde pedagogisch medewerkers (mbo-4) zal stijgen, omdat werkgevers hogere eisen stellen aan werknemers. De verwachting is dat hierdoor het overschot aan deze medewerkers afneemt en in 2016 of 2017 zelfs omslaat in een personeelstekort. De pedagogisch medewerker (mbo-3) blijft ook de komende jaren een overschotberoep. 

Stabilisatie in de welzijnssector 

Tussen 2010 en 2013 daalde het aantal werknemers in de sector Welzijn met 14 duizend (-20%) om daarna te stabiliseren. Voor de periode tot 2018 verwacht UWV een verdere stabilisatie. Hoewel welzijnsorganisaties werken met lagere budgetten ontstaan ook nieuwe kansen. Zo zullen welzijnsorganisaties zich aanpassen aan nieuwe markten, nieuwe werkwijzen toepassen en meer samenwerken met andere instellingen in sociale wijkteams. Echter, het is nog de vraag hoe welzijnsorganisaties deze nieuwe samenwerkingen vorm zullen geven in de praktijk. 

Over de UWV Sectoranalyses 

UWV maakt samen met werkgevers- en werknemersorganisaties, VNG en arbeidsmarktdeskundigen analyses van sectoren en beroepsgroepen. De sector- en beroepenbeschrijvingen bieden een actueel beeld van de tekorten en overschotten op de arbeidsmarkt. 


Heeft u gevonden wat u zocht? Ja Nee, terug naar zoekresultaten

sluiten