UWV Kennisverslag 2014-2

geplaatst op 10 juli 2014

In het UWV Kennisverslag (UKV) 2014-2kijken we vooruit naar de komende Quotumwet. We gaan na in hoeverre werkgevers bereid zijn arbeidsbeperkten in dienst te nemen én hoe zij mensen met een geringe arbeidsproductiviteit succesvol in hun bedrijf kunnen inpassen. Daarnaast besteden we aandacht aan de gevolgen van de economische crisis voor de arbeidsdeelname van langdurig zieken en het risico op instroom in de WIA. Ook de dienstverlening van UWV komt aan bod: we gaan na in hoeverre de dienstverlening aan WW’ers de uitstroom naar werk bevordert en daarmee de uitkeringslasten verlaagt. Verder bekijken we of het mogelijk is via online dienstverlening gewenst gedrag te stimuleren.

Volumeontwikkelingen

Hoewel het Centraal Planbureau in 2014 een lichte economische groei verwacht, zal deze nog niet zichtbaar zijn in de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Het aantal WW-uitkeringen zal dit jaar dan ook verder toenemen – met ruim 20.000 – tot zo’n 460.000 uitkeringen eind dit jaar. Ook het aantal Wajong-uitkeringen zal licht stijgen. We verwachten dit jaar 18.000 nieuwe Wajongers. Daarbij wordt rekening gehouden met extra instroom, omdat mensen nog onder de oude wetgeving willen blijven vallen. In de nieuwe Participatiewet hebben jonggehandicapten met arbeidsvermogen vanaf 2015 geen recht meer op een Wajong-uitkering. De hervorming van het ontslagrecht – als onderdeel van de Wet werk en zekerheid – zal het aantal door UWV af te handelen ontslagaanvragen in 2015 doen stijgen.

Banen voor arbeidsbeperkten

Kabinet en sociale partners hebben in het sociaal akkoord van 2013 afgesproken dat overheid en werkgevers jaarlijks duizenden extra banen voor arbeidsbeperkten zullen creëren. Wanneer de afgesproken aantallen niet worden gehaald, wil het kabinet een quotumregeling invoeren. Van de werkgevers die onder de verplichting van de Quotumwet vallen en nu geen arbeidsgehandicapten in dienst hebben, geeft bijna de helft aan bereid te zijn zich extra in te spannen om aanname mogelijk te maken.
Werkgevers moeten daartoe geschikte werkplekken creëren. Alleen als zij het werk aanpassen aan de mogelijkheden van mensen met een arbeidsbeperking, hebben die kans op een baan in een regulier bedrijf. Dit geldt in het bijzonder voor mensen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Om arbeidsdeelname voor hen mogelijk te maken is een andere organisatie van het werk en een andere bedrijfscultuur nodig. Verandering kan worden bewerkstelligd via de aanpak ‘Inclusieve Arbeidsorganisatie’. Deze methodiek, gericht op het samenstellen van geschikte takenpakketten voor mensen met een arbeidsbeperking, is van 2010 tot 2012 beproefd in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam.

Gevolgen crisis voor langdurig zieken

Mogelijk maakt de economische crisis het voor arbeidsbeperkten extra moeilijk om aan het werk te komen. Voor langdurig zieken blijkt dit namelijk wel het geval: voor hen is de kans afgenomen om binnen 2 jaar het werk te hervatten. Gevolg is dat in 2012 relatief meer langdurig zieken dan in 2007 een WIA-aanvraag hebben gedaan. Vaker dan in 2007 heeft UWV deze aanvraag echter afgewezen.
Daardoor is de kans voor een langdurig zieke om in de WIA te komen nauwelijks gestegen. De kwaliteit van de beoordelingen en de invulling van de poortwachtersrol door UWV bleven dus geborgd in een periode waarin het aantal aanvragen en het belang voor de aanvrager zijn gegroeid.

Persoonlijk contact werkt

De overgang naar voornamelijk online dienstverlening brengt met zich mee dat er nog maar weinig persoonlijk contact plaatsvindt tussen WW’ers en adviseurs werk. Recent heeft UWV weer meer contactmomenten in de dienstverlening ingebouwd. Dat dit positief kan bijdragen aan de kans om naar werk uit te stromen, blijkt uit een onlangs in opdracht van Kenniscentrum UWV uitgevoerd onderzoek. Niet alleen blijkt de dienstverlening de kans op werk te hebben vergroot en de uitkeringsduur te hebben verkort, maar ook blijkt de daarmee gerealiseerde besparing op de uitkeringslasten ruimschoots op te wegen tegen de relatief beperkte kosten van dienstverlening. Dit geldt zowel voor de gesprekken die adviseurs werk met werkzoekenden hebben gevoerd als voor de door UWV ingezette competentietests en workshops. Vooral met WW’ers met arbeidsbelemmerende eigenschappen blijken op effectieve wijze gesprekken te zijn gevoerd.

Online stimuleren van gewenst gedrag

Doordat minder contact plaatsvindt tussen WW’ers en adviseurs werk wordt het moeilijker regelovertreding te voorkomen. Wel kan UWV trachten WW’ers online te stimuleren tot gewenst gedrag. UWV heeft de mogelijkheid daartoe getest bij WW’ers van wie de kans groot is dat ze naast hun uitkering gaan werken als uitzendkracht. De helft van deze WW’ers kreeg een bericht in de werkmap dat hen erop wees dat ze hun gewerkte uren tijdig en juist moeten doorgeven. De andere helft kreeg zo’n bericht niet. Degenen die het bericht kregen, blijken iets (maar niet significant) vaker gewerkte uren door te geven en minder vaak beboet te worden voor het niet of onjuist doorgeven van gewerkte uren dan personen die zo’n bericht niet kregen. Voorzichtig kunnen we hieruit concluderen dat online dienstverlening UWV mogelijkheden biedt gewenst gedrag te stimuleren.


Klik hier voor UWV Kennisverslag 2014-2

Heeft u gevonden wat u zocht? Ja Nee, terug naar zoekresultaten

sluiten