Meer Wajongers bij reguliere werkgevers

geplaatst op 16 januari 2013

De Monitor Arbeidsparticipatie 2012 van het Kenniscentrum van UWV is donderdag 10 januari door staatssecretaris Jetta Klijnsma aangeboden aan de Tweede Kamer. De monitor geeft inzicht in de ontwikkelingen en dynamiek van arbeidsparticipatie door het participatiecijfer uiteen te rafelen in aan het werk zijn, komen en blijven. Een belangrijke constatering in de monitor is dat er de afgelopen jaren meer Wajongers bij reguliere werkgevers aan het werk zijn gekomen.

Het aantal werkende Wajongers stijgt ondanks de economische crisis. Eind 2011 waren er bijna 54.000 Wajongers aan het werk, een stijging van zeven procent ten opzichte van 2010. Eind 2011 werkte 25 procent van de Wajongers. Positief is ook dat er in 2011 voor het eerst meer Wajongers aan het werk waren bij reguliere werkgevers dan in of via de Sociale Werkvoorziening. Het aandeel reguliere werkgevers met een Wajonger in dienst is toegenomen van 4,2 procent in 2010 naar 4,8 procent in 2011. Wel zijn er veel investeringen nodig om te kunnen werken bij reguliere werkgevers. Ruim zestig procent van de Wajongers die werken bij een reguliere werkgever krijgt ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van een jobcoach en/of loondispensatie.

Moeite om werk te behouden

Het is moeilijk voor Wajongers om aan het werk te blijven. Van de Wajongers die in 2010 aan het werk zijn gekomen is iets meer dan de helft een jaar later nog (of weer) aan het werk. Wajongers krijgen meestal een tijdelijk contract en deze worden bij hen minder vaak verlengd dan bij jongeren zonder Wajonguitkering. Resultaten uit deze monitor wijzen ook uit dat Wajongers in de nieuwe Wajong iets sneller aan het werk komen dan Wajongers uit de oude Wajong.

Arbeidsparticipatie tijdens ziekteperiode van groot belang

De arbeidsparticipatie van mensen met een gedeeltelijke WGA-uitkering daalde tussen 2008 en 2011 van 56 naar 50 procent. Bij WIA 35-minners daalde het van 48 naar 44 procent. Deze daling komt, naast de economische crisis, ook doordat de groep arbeidsbeperkten voor een steeds groter deel bestaat uit mensen zonder binding met de arbeidsmarkt tijdens de eerste twee ziektejaren, de voormalig vangnetters. De arbeidsparticipatie van de voormalig vangnetters is nog niet de helft van die van degenen die tijdens de eerste twee ziektejaren nog wel een werkgever hadden, de voormalig werknemers. Een lichtpuntje is dat de participatie van voormalig vangnetters (WIA 35-minners en personen met een gedeeltelijke WGA-uitkering) na een daling weer een kleine groei laat zien.

Aan het werk blijven tijdens de eerste ziektejaren blijkt een flinke succesfactor voor de arbeidsparticipatie van arbeidsbeperkten. Juist degenen die al werken bij aanvang van de uitkering blijven vaker aan het werk dan degene die pas na aanvang van de uitkering aan de slag gaan.

Heeft u gevonden wat u zocht? Ja Nee, terug naar zoekresultaten

sluiten