Kruimelpad
Project Vol Talent – Stichting OMIJ
Voortgang project
Op 19 januari 2010 is de beoordelingscommissie ingelicht over het faillissement van de Stichting OMIJ. Stichting Werk II (dat als onderdeel van Stichting OMIJ niet failliet is verklaard) neemt het project tijdelijk over. De Stichting Werk II, Vilans en UWV hadden daarna verschillende gesprekken over de voortgang.
Op 8 juni 2010 is na overleg tussen UWV, Stichting Werk II en de Gemeente Rotterdam (Roteb) besloten dat OntwikkelingsMaatschappij Rijnmond B.V. (OMR) het bestuur, het werk en de financiering overneemt van de 11 stichtingen die onder OMIJ vallen. Roteb (als onderdeel van de Gemeente Rotterdam) voert daarbij het management uit. Dit betekent dat UWV geen (juridische) relatie meer heeft met de Stichting OMIJ.
De projectactiviteiten zijn volledig, maar tijdelijk, door de Stichting Werk II overgenomen. Maar Stichting Werk II past eigenlijk niet onder de Gemeente Rotterdam. Daarom wordt nu gezocht naar een private partij om de stichting over te nemen. Afgesproken is dat Roteb opnieuw met UWV om de tafel gaat, zodra een andere partij de Stichting Werk II overneemt. Tot die tijd blijft er een (juridische) relatie bestaan tussen UWV en OMR.
De Stichting Werk II neemt ook het project Vol Talent over. De trajecten daarvan lopen gewoon door, omdat de jobcoaches van de Stichting Werk II eerder ook al voor de begeleiding zorgden. Voor het faillissement maakten de Stichting OMIJ en Vilans al afspraken met elkaar. Deze afspraken zijn vastgelegd in een apart werkplan, als aanvulling op het projectvoorstel. De contractuele afspraken met de Stichting OMIJ zijn op dit werkplan gebaseerd. De budgetbedragen wijken af van de bedragen die genoemd worden in dit projectvoorstel. Het indienen van facturen bij UWV gebeurt ook op basis van deze contractuele afspraken. Daarvoor is een budget beschikbaar van maximaal € 148.455.
Het project Vol Talent is stroef gestart. Dit project begon met 12 leerlingen. Vrij snel na de start heeft de deelgemeente Charlois besloten nog eens 12 trajecten voor jongeren van het praktijkonderwijs te financieren. Eerst is voor Vol Talent samenwerking gezocht met 1 locatie van het LMC-praktijkonderwijs. Door de uitbreiding van dit project voor de deelgemeente Charlois is er een extra locatie bijgekomen. Strikt genomen zouden dit nu 2 projecten naast elkaar kunnen zijn.
Door het naderende faillissement en het vertrek van de projectleider zijn de stuurgroep en klankbordgroep in 2009 niet bijeen geweest. Inmiddels is de stuurgroep onder aansturing van Vilans en de nieuwe projectleider 2 keer bijeen geweest. Binnenkort komt er nog een klankbordgroepbijeenkomst.
Deelnemers
De deelnemers zijn extra kwetsbare jongeren met meervoudige problemen, die het op school niet goed doen. Jongeren die zich onvoldoende ontwikkelen en die moeilijker te begeleiden zijn naar werk. Het zijn bijvoorbeeld jongeren die schulden hebben, in aanraking zijn (geweest) met justitie of verslavingszorg of die te maken hebben met een gezinssituatie die (te zwaar) belastend is. Deze groep verzuimt veel. Maakt vaak de opleiding niet af. Raakt in moeilijkheden. Deze jongeren weten dan niet goed meer hoe ze verder moeten. Door deze problematiek zijn de scholen terughoudend met het plaatsen van jongeren bij reguliere bedrijven. Deze jongeren hebben aandacht nodig van welzijns- en maatschappelijk werk, en gedeeltelijk ook van de zorgsector.
Doelen
Het project Vol Talent startte op basis van ervaringen van de laatste 3 jaar toen de Stichting OMIJ en LMC-praktijkonderwijs samenwerkten. De medewerkers van LMC merkten dat ze deze jongeren moeilijk bij gewone bedrijven konden plaatsen. Om die reden zocht LMC naar werkplekken bij de Stichting OMIJ. Op grond van die ervaringen is bij de Stichting OMIJ echter het beeld ontstaan dat een belangrijk deel van deze jongeren eigenlijk wel bij reguliere werkgevers geplaatst kunnen worden als ze maar actiever en intensiever zouden worden ondersteund. Daarom staat in de doelstelling van het project dat dit project opgezet is voor jongeren die een intensievere aanpak nodig hebben dan de rest van de jongeren uit het praktijkonderwijs.
Informatie
In totaal is het (gezamenlijke) project gestart in 2 groepen met 22 jongeren. Hiervan vielen 3 deelnemers al vrij snel af. Op dit moment zijn er nog 19 jongeren verdeeld over deze 2 groepen. Daarvan zijn 7 jongeren ingedeeld in de Charlois-groep en 12 jongeren in de Vol Talent-groep. Van deze laatste 12 is er 1 jongere in aanraking gekomen met justitie. Daardoor ligt zijn begeleiding nu stil.
De selectiecriteria waren zeker niet eenduidig. Selectie vond daardoor ook in zekere mate op subjectieve gronden plaats.
De aanpak en werkwijze zijn op hoofdlijnen hetzelfde gebleven. Het project voor de deelgemeente is echter niet alleen gericht op de specifieke doelgroep van Vol Talent, maar op de hele Wajong-groep. Daarom heeft vooral LMC-praktijkonderwijs een ruime selectie gemaakt en voldoet het grootste deel van de jongeren niet aan criteria van de voor Vol Talent gekozen doelgroep.
Prestatie
De kans van slagen bij plaatsing bij werkgevers is niet groot gebleken. Eigenlijk is eerst een andersoortig traject nodig voordat de jongeren de stap naar werk kunnen maken. Daarnaast loopt LMC-praktijkonderwijs het risico stageplaatsen kwijt te raken als zich (te grote) problemen voordoen. De huidige praktijk maakt ook helder dat praktijkonderwijs en welzijnsorganisaties elkaar niet gemakkelijk weten te vinden. Schoolmaatschappelijk werk heeft hierin een rol, maar het valt buiten het bestek van dit project om hierop uitgebreid in te gaan.
Enkele constateringen van Vilans die met de scholen worden besproken:
- Gelet op de aard en omvang van de problematiek lijken de scholen te worden overvraagd.
- De ervaring en deskundigheid over het vraagstuk “overgang van school naar werk” verschilt tussen beide LMC-locaties.
- Voor LMC-Talingstraat is Vol Talent vooral een investering om de overgang van school naar werk te verbeteren. Vol Talent is daar meer een aanjager en ‘kapstok’ voor vernieuwingen, althans dat was het doel. Er moet nog worden nagegaan of dit doel ook bereikt is. De jongeren waren al geselecteerd, voordat het proces binnen school goed en wel van start ging. Zij zullen mogelijk nog weinig merken van de vernieuwingen.
- De selectie van jongeren voor Vol Talent heeft te maken met hun problematiek en minder met hun competenties.
- De docenten maken vooral op basis van hun eigen ervaringen een inschatting van de mogelijkheden die de jongeren op de arbeidsmarkt hebben. Per docent verschilt de deskundigheid over de arbeidsmarkt en de eisen die daaraan worden gesteld. Daarom maakt het vaak ook uit welke docent de inschatting doet.
- Door deze verschillen in ervaringsdeskundigheid was de selectie voor het project niet altijd eenduidig en soms subjectief.
- Er zijn nog diverse vragen rond de werkzaamheden van de stagedocent. Aspecten die onderzocht moeten worden zijn de afstemming met de jobcoach (inclusief ieders verantwoordelijkheid); de aanwezigheid binnen de Stichting OMIJ (functie en effecten) en de beschikbare tijd en rol voor vernieuwingen binnen de school.
Evaluatie
De samenwerking tussen de Stichting OMIJ en LMC-praktijkonderwijs had beter gekund. Bij de start van het project is de samenwerking tussen beide partijen onvoldoende besproken. Er was geen gemeenschappelijke startbijeenkomst om een aftrap voor het project te doen. De taakverdeling tussen projectleider en jobcoaches was niet altijd helder. En de communicatie binnen het project vroeg ook nogal wat aandacht.
Door LMC zijn, voor zover bekend, destijds geen signalen gegeven of vragen gesteld over bijvoorbeeld het uitblijven van bijeenkomsten van de stuurgroep.
Op 1 september 2009 zijn groepsgesprekken met de jongeren georganiseerd. Daarna startten de Vol Talent-trajecten. Die trajecten waren eerst over 3 jobcoaches verdeeld. Pas later is er tussen school, stagedocent en jobcoach informatie uitgewisseld over de jongeren. Nu blijkt dat die informatieoverdracht niet altijd volledig en tijdig was. Ook was er soms niet voldoende informatie, omdat handelingsplannen voor het lopende schooljaar niet beschikbaar waren.
In een reeks van bijeenkomsten en/of gesprekken (data zijn gepland tot aan de zomer) wordt de gehanteerde werkwijze beschreven met aandacht voor afstemming en samenwerking met:
- stagedocenten en de school;
- de bedrijfsleiders en de bedrijfsonderdelen binnen de Stichting OMIJ.
Ook de gesprekken met de klankbordgroep (met Gemeente en UWV Rotterdam) worden verwerkt. Per bijeenkomst wordt een thema en onderdeel van de methodiek besproken.
Nu de trajecten in handen van 1 jobcoach zijn, is het zinvol te zorgen voor een toetsing binnen Stichting werk II en Stichting OMIJ. Zo kan worden voorkomen dat de methodiek te veel vanuit de visie van 1 jobcoach wordt bekeken.
Gebleken is dat het voor een goede methodiekontwikkeling belangrijk is aandacht te besteden aan:
- de dossiervorming en de begeleiding door de school.
- de taken, competenties en handelingsplan van de jobcoach ook waar het gaat om de problematiek met welzijns- en maatschappelijk werk.
- de verschillen tussen beide LMC-locaties.
- het juiste moment om UWV, gemeenten en eventuele andere instanties te informeren.

