naar de content
naar de hoofdnavigatie
naar de subnavigatie
naar de toolbox
Kruimelpad

Hoe bereidt u zich voor?

Bent u van plan voor uzelf te beginnen? Dan is het goed om eerst te onderzoeken of uw idee kans van slagen heeft. 

Uw mogelijkheden onderzoeken

Een onderzoeksperiode duurt een aantal weken. Tijdens deze periode onderzoekt u de mogelijkheden voor uw eigen bedrijf. U kunt bijvoorbeeld:

  • een ondernemingsplan schrijven;
  • geld regelen, bijvoorbeeld een lening;
  • onderzoek doen of uw bedrijf een succes kan worden;
  • advies vragen bij Kamer van Koophandel (KvK);
  • uitzoeken welke verzekeringen u nodig heeft;
  • uitzoeken wat u moet regelen bij de Belastingdienst.

Bespreek met uw werkcoach dat u voor uzelf wilt beginnen. Hij kan u namelijk meer vertellen over starten met een uitkering en hierover afspraken met u maken. Met de werkcoach spreekt u ook af hoe lang de onderzoeksperiode mag duren. Tijdens de onderzoeksperiode hoeft u niet te solliciteren en houdt u uw WW. Zorg er wel voor dat u bij het WERKbedrijf ingeschreven staat. En krijgt u een baan aangeboden? Dan moet u die wel accepteren. Ook als u daardoor minder tijd aan uw eigen bedrijf kunt besteden.
Wilt u starten en uw WW-uitkering houden? Dan kunt u gebruikmaken van een startperiode. Hiervoor heeft u toestemming nodig van uw werkcoach.

Bent u een (ex-)overheids- of onderwijswerknemer? Dan gelden er voor u andere regels als u een
eigen bedrijf wilt starten. Kijk daarvoor op Re-integratie bij Overheid en Onderwijs.

Bezoek de Kamer van Koophandel

Om te onderzoeken of u met een bedrijf voldoende kunt verdienen, is het belangrijk een ondernemingsplan te maken. Daarin onderzoekt u bijvoorbeeld wie uw klanten en uw concurrenten zijn. Een organisatie die u daarbij kan helpen is de Kamer van Koophandel (KvK). De Kamer van Koophandel houdt ook Startersdagen en cursussen voor startende ondernemers.

Informeer de Belastingdienst

Als u ondernemer wordt, moet u dat doorgeven aan de Belastingdienst. De Belastingdienst wil weten wat u verdient met uw eigen bedrijf omdat u daarover belasting gaat betalen.
Meer hierover leest u bij Belastingzaken.

Kiezen voor minder uren WW of een startperiode

Als u zelfstandige wilt worden heeft u aan het eind van de onderzoeksperiode twee mogelijkheden:

  • U kiest voor minder uren WW ontvangen. UWV beëindigt uw WW-uitkering voor het aantal uren dat u als zelfstandige werkt. Hou er rekening mee dat alle uren meetellen die u aan uw bedrijf besteedt. Dus ook reistijd en uren besteed aan bijvoorbeeld administratie, studie of het binnenhalen van opdrachten. U moet deze uren ook doorgeven aan de Belastingdienst. Deze urenopgaven worden met elkaar vergeleken en mogen niet van elkaar verschillen. Lees hier meer over bij Belastingzaken. Let op: uw uitkering gaat definitief omlaag. Dus heeft u in één week 20 uur gewerkt en in de volgende 10? Dan blijven wij 20 uur in mindering brengen op uw uitkering. Gaat u later minder uren als zelfstandige werken? Dan gaat uw WW dus niet omhoog.

  • U maakt gebruik van de startperiode. U werkt dan maximaal 26 kalenderweken aan uw bedrijf met behoud van uitkering. U krijgt uw uitkering in deze startperiode als voorschot uitbetaald. Na ruim 2 jaar verrekent UWV uw inkomsten als zelfstandige met uw uitkering. Dan wordt berekend of u het voorschot (gedeeltelijk) terug moet betalen. UWV bepaalt uw inkomen op basis van de definitieve belastingaanslagen van de Belastingdienst. Tijdens de startperiode hoeft u voor UWV uw uren niet bij te houden. UWV kijkt bij de verrekening later alleen naar uw inkomsten. U moet uw uren echter wel bijhouden voor de Belastingsdienst. Op basis van uw uren besteed aan uw eigen bedrijf berekent de Belastingdienst of u zelfstandigenaftrek kan krijgen.
    Heeft u na de startperiode nog recht op een uitkering? Dan gaan de uren dat u werkt als zelfstandige af van uw uitkering.

Meer informatie?

Wilt u meer weten over starten als zelfstandig ondernemer? Het UWV WERKbedrijf en de Kamer van Koophandel (KvK) geven hierover ook informatie.